<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
>

<channel>
	<title>&#161;Ya Basta! Globalisering van onderop</title>
	<link>http://www.yabasta.be/</link>
	<description></description>
	<language>nl</language>
	<generator>SPIP - www.spip.net</generator>





	<item>
		<title>Wat is Kleureneconomie?</title>
		<link>http://yabasta.be/Wat-is-Kleureneconomie</link>
		<guid isPermaLink="true">http://yabasta.be/Wat-is-Kleureneconomie</guid>
		<dc:date>2008-06-12T07:33:39Z</dc:date>
		<dc:format>text/html</dc:format>
		<dc:language>nl</dc:language>
		<dc:creator>Barry Voeten</dc:creator>

<category domain="http://yabasta.be/-economie-">economie</category>

		<dc:subject>ecologie</dc:subject>
		<dc:subject>globalisering</dc:subject>
		<dc:subject>strategie</dc:subject>

		<description>Kleureneconomie is een ander systeem, een ander geldstelsel, dat uitgaat van de volgende principes: Eerlijkheid en transparantie, Eigen verantwoordelijkheid van iedere deelnemer, Energie en kringlopen, Balans en stabiliteit.

-
&lt;a href="http://yabasta.be/-economie-" rel="directory"&gt;economie&lt;/a&gt;

/ 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-ecologie-+" rel="tag"&gt;ecologie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-globalisering-+" rel="tag"&gt;globalisering&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-strategie-+" rel="tag"&gt;strategie&lt;/a&gt;

		</description>


 <content:encoded>&lt;img src=&quot;http://yabasta.be/IMG/arton576.jpg&quot; alt=&quot;&quot; align=&quot;right&quot; width=&quot;313&quot; height=&quot;321&quot; class=&quot;spip_logos&quot; /&gt;
		&lt;div class='rss_chapo'&gt;De Kleureneconomie is een systeem dat de plaats van geld in onze huidige maatschappij kan innemen. Ook de belangrijkste normen en waarden die bij het kapitalisme horen worden daarbij omgedraaid. We gaan op zoek naar balans en stabiliteit, niet naar groei. Eerlijkheid en transparantie zijn essentieel voor het succes. De deelnemers zijn verantwoordelijk voor hun gedrag en hun bezit. De eigen verantwoordelijkheid komt in de plaats van het bezit. Ook voorkomt dit eigen-verantwoordelijkheids-principe het ontstaan van een machtspiramide. Een relatief kleine verandering is dat rente niet kan bestaan. Dit komt doordat een aantal natuurwetten diep zijn ingebouwd in de kern van de kleureneconomie.&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_texte'&gt;&lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Inleiding&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Tal van organisaties zijn al jaren bezig voor een andere economie. Op 26 september 2008 zijn zij uitgenodigd bij V&#243;&#243;r de Verandering, onder de noemer Gemeenschappelijke Grond. Al 22 organisaties staan op de deelnemerslijst. Het bijzondere is dat ze allemaal hetzelfde willen, maar wel op een andere manier. Toch zijn er volop overeenkomsten. In dit artikel geven we een samenvatting van de Kleureneconomie, gevolgd door een overzicht van de belangrijkste verschillen en overeenkomsten met de idee&#235;n en werkwijze van een aantal andere organisaties.&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Grondleggend bewustzijn&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De Kleureneconomie is een systeem dat de plaats van geld in onze huidige maatschappij kan innemen. Ook de belangrijkste normen en waarden die bij het kapitalisme horen worden daarbij omgedraaid. We gaan op zoek naar balans en stabiliteit, niet naar groei. Eerlijkheid en transparantie zijn essentieel voor het succes. De deelnemers zijn verantwoordelijk voor hun gedrag en hun bezit. De eigen verantwoordelijkheid komt in de plaats van het bezit. Ook voorkomt dit eigen-verantwoordelijkheids-principe het ontstaan van een machtspiramide. Een relatief kleine verandering is dat rente niet kan bestaan. Dit komt doordat een aantal natuurwetten diep zijn ingebouwd in de kern van de kleureneconomie.&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Wetten van energie en materie&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het kapitalistisch model houdt geen rekening met de recycling van materie die plaatsvindt in ecosystemen. Het is niet essentieel voor deelnemers om alles te recyclen. Lozen in water of lucht is de normaalste zaak van de wereld voor industrie en automobilist. Weliswaar raken afvalstoffen verloren, maar zij zijn hun waarde (in geld) dan al kwijt. Geen automobilist neemt nog verantwoordelijkheid voor het uitlaatgas dat hij 100km terug op de snelweg heeft uitgestoten. Terwijl die benzine toch zeker wel zijn bezit was. Bij de verbranding heeft hij zich de zuurstofmoleculen uit de atmosfeer toe-ge&#235;igend om het resultaat ter plekke uit te stoten, met als enige doel de energie los te maken uit de verbinding van koolwaterstoffen. Geen gebruiker van het kapitalisme die zich hiervan bewust is. En het is ook geen probleem,want hij wordt er ook niet financieel op afgerekend. Zie daar het ontstaan van het broeikaseffect. In het kapitalisme heerst een essentieel gebrek aan bewustzijn van de kringloop van materie. Het komt nu pas op gang met de introductie van het concepten als Cradle 2 Cradle en permacultuur, die de de wetten van recycling en energie in hun werkwijze integreren. Die wetten zien er alsvolgt uit:&lt;/p&gt; &lt;ul class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; In principe moet alles worden gerecycled. Dit geldt zowel voor producten van die biologisch kunnen worden afgebroken, zoals GFT-afval, als voor technische producten. Deze moeten zo worden ontworpen dat ze eenvoudig uit elkaar kunnen worden gehaald en dat elk onderdeel apart ook weer te recyclen is.&lt;/li&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; In deze hele cyclus probeer je zo min mogelijk energie te gebruiken. Bij voedings- en brandstofproducten probeer je zoveel mogelijk energie van de zon op te vangen en vast te houden. Je energiegebruik zou niet hoger moeten zijn dan dit zonne-inkomen.&lt;/li&gt;&lt;/ul&gt;
&lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Rekenen in 3D&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Deze twee regels delen de wereld op in drie eenvoudige dimensies.&lt;/p&gt; &lt;ul class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; In de eerste plaats is er de energie. We bedoelen niet direct brandstofproducten of voedingsmiddelen, maar de energie zelf die in deze producten zit. De energie-dimensie wordt aangeduid met de kleur Rood.&lt;/li&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; Naast energie bestaat de wereld uit materie. Het principe van recycling geeft aanleiding tot een verdeling van deze materie in twee groepen: die materie die wel wordt gerecycled en die materie die uit haar (natuurlijke) levenscyclus is geraakt. We geven deze dimensies aan met de kleuren groen en blauw.&lt;/li&gt;&lt;/ul&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Essentieel aan deze opdeling is dat de deelnemer een &#8220;fout&#8221; niet meer kan compenseren met een extra winst op een andere plek. Hier volgt extreem voorbeeld, dat niet helemaal klopt met de werkelijke praktijk.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Stel u heeft een tomatenkwekerij en u verkoopt de tomaten in het Ruhrgebied. Om de tomaten een extra boost te geven voert u ze met een NPK-mengsel, ofwel kunstmest. Het kost vrij veel energie om dit te produceren en de stoffen die gebruikt worden worden met veel moeite gewonnen. Ook spoelt een flink deel ervan gewoon weg in het afvalwater, dat u daardoor ook moet lozen. Om de kunstmest in te kopen moet u veel Rood en ook nog Blauw betalen. Ook het water koopt u in tegen Groen maar u moet het voor Blauw lozen, want het is onbruikbaar geworden. Ook het aardgas waarmee u de kas stookt kost een aanzienlijke hoeveelheid Rood en Blauw. De tomaten brengen van zichzelf maar een klein beetje Rood op. Ook ontvangt u er Groen voor, maar natuurlijk niet meer dan hun eigen gewicht. Aan het eind van het jaar houdt u een flink tekort aan Rood en Blauw over. Hiermee is de onbalans in uw werkwijze ook in de economische cijfers een feit geworden. U komt wellicht tot de conclusie dat u wel in balans kunt komen door de tomaten voortaan op een andere wijze te telen. In plaats van kunstmest en aardgas met tomaten stapt u over op andere soorten in het koude seizoen, tomaten in de zomer en gebruikt u micro-organismen om de planten sterker te maken. Door deze andere werkwijze kunt u uw kleuren in balans brengen, door ook uw eigen water te recyclen en niet meer energie gebruikt dan uw zonne-inkomen.&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Wat is 1?&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het kapitalisme kent een aantal ontwerpfouten en de kleureneconomie probeert ze allemaal tegelijk aan te pakken. Met de introductie van de drie kleuren kunnen we het op-&#233;&#233;n-hoop-gooien van natuurlijke waarden effectief uitbannen. Hierdoor komen deze natuurlijke waarden ook in ons bewustzijn te zitten en gaan ze deel uitmaken van onze dagelijkse werkwijze. Een andere ontwerpfout in het kapitalisme is het ontbreken van een basis van de eenheid. Honderd jaar geleden streden twee Amerikaanse presidentskandidaten met als inzet de basis van de dollar: moest de dollar worden gebaseerd op de waarde van goud of op de waarde van zilver? Inmiddels bewegen de koersen van de munten vrij in een spel van vraag en aanbod, waarbij in het geval van de dollar de waarde extra wordt gesteund zolang de handel in olie nog in deze munt plaatsvindt.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In de exacte wetenschap gaat het anders aan toe. Grondleggers bepalen een eenheid op vrij willekeurige basis. De meter, de kilogram en de Joule zijn vastgestelde eenheden die deel uitmaken van het Syst&#232;me Internationale d'Unit&#233;s. De schalen van Beaufort en van Celsius zijn vastgesteld op basis van een praktische indeling. Door de eenheid vast te leggen in termen van andere SI-eenheden, kan de wetenschap stappen vooruit maken. Bij het ontwerp van de kleureneconomie is er daarom voor gekozen om de eenheden vast te leggen in termen die we toch al in gebruik hadden: energie en materie. De kleuren van de kleureneconomie zijn alsvolgt gedefinieerd.&lt;/p&gt; &lt;ul class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; 1 Rood is de energie in 100 gram zonnebloemolie. Dit is 3400 kJ of 810 kCal.&lt;/li&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt;1 Groen is (de materie in) 100 gram recyclebare stof. Er is dan een deelnemer in de markt die de stof wil afnemen tegen groen.&lt;/li&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt;(1 Blauw is (de materie in) 100 gram niet-recyclebare stof. Er is dan geen afnemer voor in de markt. U blijft ervoor verantwoordelijk.&lt;/li&gt;&lt;/ul&gt;
&lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Prijzen&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Nu u kennis heeft gemaakt met een nieuwe waarde-eenheid is het belangrijk om opnieuw te ori&#235;nteren op de waarde van diverse producten. We geven de prijzen van producten aan per-100-gram. 100 gram is dus ook gelijk 1 groen of blauw. Dat is lekker makkelijk rekenen en het geeft goed aan hoe de verhoudingen liggen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Bij deze prijzen gaan we van start met de theoretische en dus minimale waarde op basis van de verbrandings-energie uit Binas. Denk eraan dat u voor de productie vaak een veelvoud van deze energie nodig heeft. De rood-waarde zal dan nog een paar keer over de kop gaan in vergelijking tot deze indeling.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Een derde vereenvoudiging is dat de tabel is ingedeeld in zeven groepen met een soortgelijke Rood-waarde. Daarna is de waarde binnen deze groep gelijk getrokken en wordt de waarde hiervan eenvoudig aangegeven met notaties als R 1/8. Dit betekent dat dit product maar 1/8 van de energie van zonnebloemolie bevat, want zonnebloemolie is 1, ofwel 8/8.&lt;/p&gt; &lt;table class=&quot;spip&quot; summary=&quot;| Schaal van Rood: Verbrandingswaarden van voeding en brandstoffen. Bron: Kleureneconmie.nl en Binas.&quot;&gt;
&lt;caption&gt;Tabel 1.&lt;/caption&gt;
&lt;thead&gt;&lt;tr class='row_first'&gt;&lt;th scope='col'&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Rood-waarde&lt;/strong&gt; &lt;/th&gt;&lt;th scope='col'&gt; &lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Producten&lt;/strong&gt;&lt;/th&gt;&lt;/tr&gt;&lt;/thead&gt;
&lt;tbody&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;R 1/8 &lt;/td&gt;&lt;td&gt;	Groenten en fruit&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;R 2/8 &lt;/td&gt;&lt;td&gt;	Aardappels, bananen, eieren, melk, vis&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;R 3/8 &lt;/td&gt;&lt;td&gt;Brood, vlees&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;R 4/8 &lt;/td&gt;&lt;td&gt;Kaas, honing, suiker&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;R 5/8 &lt;/td&gt;&lt;td&gt;Bruinkool, spiritus&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;R 6/8 &lt;/td&gt;&lt;td&gt;Hazelnoten, zonnebloempitten, pinda's, melkchocolade, methanol, ethanol&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;R 7/8 &lt;/td&gt;&lt;td&gt;Margarine, roomboter, alcohol, steenkool&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;R 8/8 &lt;/td&gt;&lt;td&gt;	Rundvet, spek, zonnebloemolie&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;R 9/8 &lt;/td&gt;&lt;td&gt;	Aardgas&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;R 10/8&lt;/td&gt;&lt;td&gt; Benzine, olie (referentie TOE)&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;R 11/8&lt;/td&gt;&lt;td&gt; Acetyleen, propaan&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;R 14/8&lt;/td&gt;&lt;td&gt; Diesel&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/tbody&gt;
&lt;/table&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Nogmaals: dit zijn de prijzen op basis van de verbrandingwaarde. Op de markt zult u prijzen zien tegen kostprijs. Voor deze omzetting zijn wel bepaalde vuistregels bekend uit consumenten-informatiebrochures. Als we dit combineren met het rekenen in achtsten kunnen we grofweg het volgende stellen:&lt;/p&gt; &lt;ul class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; Vlees: om vlees te produceren is 8 maal zoveel energie nodig: R 3.&lt;/li&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; Vis: voor kweekvis die wordt gevoerd met vismeel is 8 maal zoveel energie nodig: R2.&lt;/li&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; Brandstof: voor producten van minerale olie geldt een soortgelijke regel al is de co-effici&#235;nt hier niet bekend.&lt;/li&gt;&lt;/ul&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Hier zien we gelijk de impact die het rekenen in een natuurlijke eenheid heeft. De waarde staat niet exact vast want die wordt gewoon op de markt bepaald. De hoofdlijnen daarentegen zijn nu al bekend dankzij de tabellenboekjes en de regelmatigheid van de natuur.&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;De invoering gaat traag van start&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Zoals u al had gemerkt staat op het moment geen overheid te juichen voor een drastisch ander economisch systeem. Daarmee is de invoering nog niet van de baan. Juist essentieel is dat door de deelnemers van de kleureneconomie wordt uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid. Wat betekent dit eigenlijk voor de rol van de overheid? Op wie zouden we dan eigenlijk wachten? Zeker op een beslissing of we wel zullen starten? Trouwens, er is toch sprake van een vrije economie. Dan is er ook de vrijheid om onze economie naar onze eigen inzichten in te richten.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Kortom: men is al begonnen. Al in december 2007 is via de website Rgboog.nl de kleureneconomie praktisch van start gegaan. En het gaat langzaam, want eigenlijk is het computersysteem op de website nog niet af. Je mag natuurlijk van een omslag als dit ook niet verwachten dat deze snel plaatsvindt. Nadat Darwin zijn boeken schreef duurde het nog 100 jaar voordat iedereen het begreep, dus wie weet hoe &#8220;snel&#8221; het met deze omslag zou kunnen gaan.&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Soortgelijke Initiatieven : LETS&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Lets (Local Exchange Trading System) is een verzamelnaam voor duizenden eigen geld-achtige systemen, ruilkringen, die er in de wereld zijn. Ze werken allemaal met een eigen geldeenheid, die door de lokale vereniging zelf wordt uitgegeven. Vaak werken ze met cheques, die de deelnemers aan elkaar uitschrijven als ze onderlinge betalingen doen. De centrale administratie, ergens in de eigen stad of dorp, verwerkt alle cheques. Ook kan je advertenties plaatsen in een krantje of op een website.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Belangrijke elementen van Lets-ruilkringen zijn:&lt;/p&gt; &lt;ul class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; Rentevrij&lt;/li&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; Lokaal, niet verplaatsbaar&lt;/li&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; Meestal aanvullend (complementair) op het dominante geldsysteem&lt;/li&gt;&lt;li class=&quot;spip&quot;&gt; Transparantie, eerlijkheid, openheid&lt;/li&gt;&lt;/ul&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De bovenstaande principes zie je trouwens ook terug in de kleurenecomomie. Dus: er is niks echt &#8220;mis&#8221; met de Lets-systemen. Zo willen wij er ook helemaal niet naar kijken. Toch betekent kleureneconomie een flinke aanpassing aan het denken over het Lets-systeem. De meeste ruilkringen hebben de waarde min of meer gekoppeld aan bijvoorbeeld de Euro. Dat verandert natuurlijk drastisch.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Een nadeel dat we zelf ondervonden hebben is dat je in de stad prima diensten en tweede-hands spullen kunt krijgen, maar dat groente nauwelijks of niet wordt aangeboden. In de taal van de kleureneconomie gesproken: er is volop aanbod in rood en blauw, maar groen is nauwelijks te krijgen. Door recycling (van GFT en mest) apart te gaan belonen hopen we meer groenten en fruit in een cyclus rond te laten gaan.&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Versteijnen &amp; Snoek&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De heren Versteijnen en Snoek richten zich in hun essay &#8220;Als het tij verloopt, moet men de bakens verzetten&#8221; voornamelijk op een post-kapitalistische economie, die zou moeten voldoen aan drie omgekeerde wetten van het kapitalisme:&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt; 1. Sociale rechtvaardigheid in plaats van uitbuiting
&lt;br /&gt; 2. De volledige ontplooiing van de productiekrachten
&lt;br /&gt; 3. Zorg voor milieu en energie&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Zij voorstaan een systeem waarbij er geen geld (d.w.z. euro) meer wordt gebruikt maar dat alle producten in principe gratis zijn. Daarnaast is er een centrale instantie verantwoordelijk voor de verdeling van productiemiddelen en krijgen alle deelnemers een persoonlijk budget aan vervuiling dat kan worden besteed naar keuze. Hoe de prijsvorming plaatsvindt is in zoverre willekeurig, dat deze niet plaatsvindt op de vrije markt en dat deze ook niet plaats heeft op basis van een objectief criterium zoals in de kleureneconomie het geval is.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wij merken op dat de drie bovengenoemde hoofddoelstellingen ook met de Kleureneconomie te realiseren zijn.&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Conferentie van Tilburg&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Susan George sprak op haar openingsrede op de Conferentie van Tilburg ook de onmogelijkheid uit van het behoud van zowel het kapitalisme als de planeet. De bestaande alternatieven - een scala aan indexen waarover onze economen nog wel te spreken zijn, bieden haar geen hoop. De hele conventionele economie is eigenlijk ongeschikt voor deze tijd. Haar lezing was dus ook getiteld: Tijd voor een New Deal.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wat de Kleureneconomie betreft is die New Deal een feit en bezoekt zij onze Engelstalige website Rgbtrade.org.&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;De Verklaring van Tilburg&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De Verklaring van Tilburg roept op tot een ingrijpende herori&#235;ntering van de economie. De omslag moet ons welzijn op peil houden en tegelijkertijd de grotere problemen - die we nu ook al niet aankunnen - oplossen. Een oorzaak van de problemen is de fixatie op economische groei, zo stelt de verklaring.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In het vervolg van de verklaring worden tal van partijen opgeroepen de verklaring te ondertekenen, waaronder de overheid. Ook zou de overheid een grote rol krijgen bij de uitvoering. Een spelbreker is het bericht dat geen enkele vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bereid was om de verklaring in ontvangst te nemen. Dat meldde de Groeistuip Nieuwsbrief nummer 9 PLUS op 16 april jl. Toch wordt er alweer gedacht aan een Europese conferentie&#8230;&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Wachten op de Staat?&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De Stichting Kleureneconomie steunt de eerste passages uit deze verklaring, maar begrijpt niet waarom er nog bij overheden of regeringen wordt geleurd met petities die vervolgens niemand in ontvangst wil nemen. Het is toch duidelijk dat de Staat in de eerste plaats bestaat om zijn munt uit te geven, om zijn politieke macht diep te laten doordringen. Nu de euro-munt uit Frankfurt komt, heeft de Staat der Nederlanden de macht over zijn eigen speelbal afgegeven. De politici zelf zitten ook vast in deze machtspiramide. Regerende politici doen al tientallen jaren niets dan tijd volpraten, papier volschrijven en boten afhouden. Denk maar aan de eindeloze serie VN-conferenties. Er zijn voldoende alternatieven waaronder de kleureneconomie, maar verwacht niet dat een ander voor u de kooltjes uit het vuur haalt.&lt;/p&gt; &lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Referenties&lt;/h3&gt;
&lt;table class=&quot;spip&quot;&gt;
&lt;tbody&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;Kleureneconomie&lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;http://kleureneconomie.nl&lt;/td&gt;&lt;td&gt;&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://kleureneconomie.nl&lt;/a&gt;
&lt;/td&gt;&lt;td&gt;Rgbtrade&lt;/td&gt;&lt;td&gt;&lt;a href=&quot;http://rgbtrade.org&lt;/td&gt;&lt;td&gt;&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt; http://rgbtrade.org&lt;/a&gt;
&lt;/td&gt;&lt;td&gt;Rgboog&lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;http://rgboog.nl&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://rgboog.nl&lt;/a&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;Een evenwichtige economie&lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;http://kleureneconomie.nl/boek/&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://kleureneconomie.nl/boek&lt;/a&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;Permacultuur&lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;http://www.permacultuurnederland.org/&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://www.permacultuurnederland.org/ &lt;/a&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;Cradle 2 Cradle &lt;/td&gt;&lt;td&gt;&lt;a href=&quot;http://www.mcdonough.com/cradle_to_cradle.htm&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://www.mcdonough.com/cradle_to_cradle.htm&lt;/a&gt;
&lt;/td&gt;&lt;td&gt;Syst&#232;me Internationale d'Unit&#233;s&lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;http://en.wikipedia.org/wiki/SI&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://en.wikipedia.org/wiki/SI&lt;/a&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;Versteijnen &amp; Snoek&lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;http://www.hoedanwel.konict.nl/&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://www.hoedanwel.konict.nl/&lt;/a&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;Susan George &lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;http://www.economischegroei.net/index.php?topic=vs-inlSG&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://www.economischegroei.net/index.php?topic=vs-inlSG&lt;/a&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;Verklaring van Tilburg&lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;http://www.economischegroei.net/index.php?topic=VvT&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://www.economischegroei.net/index.php?topic=VvT&lt;/a&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_odd&quot;&gt;&lt;td&gt;Binas&lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;http://nl.wikipedia.org/wiki/Binas_(boek)&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;http://nl.wikipedia.org/wiki/Binas_(boek)&lt;/a&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;tr class=&quot;row_even&quot;&gt;&lt;td&gt;Groeistuip 9 PLUS&lt;/td&gt;&lt;td&gt; &lt;a href=&quot;https://mailing.economischegroei.net/pipermail/groeistuip/2008/000012.html&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;https://mailing.economischegroei.net/pipermail/groeistuip/2008/000012.html&lt;/a&gt;&lt;/td&gt;&lt;/tr&gt;
&lt;/tbody&gt;
&lt;/table&gt;
&lt;h3 class=&quot;spip&quot;&gt;Over de schrijver&lt;/h3&gt;
&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Dit artikel is geschreven door dhr. Barry Voeten, MSc uit Maassluis, Nederland. Hij is tevens grondlegger van de kleureneconomie en schrijver van het boek &lt;i class=&quot;spip&quot;&gt;Een Evenwichtige Economie&lt;/i&gt;. Ook bouwde hij het programma &lt;i class=&quot;spip&quot;&gt;Rgbtrade,&lt;/i&gt; dat op de website &lt;i class=&quot;spip&quot;&gt;Rgboog.nl&lt;/i&gt; dienst doet als advertentie-marktplaats en online bank voor de kleureneconomie.&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		
		</content:encoded>


		

	</item>



	<item>
		<title>Publieke investeringen en nieuwe indicatoren voor een ecologische economie</title>
		<link>http://yabasta.be/Publieke-investeringen-en-nieuwe</link>
		<guid isPermaLink="true">http://yabasta.be/Publieke-investeringen-en-nieuwe</guid>
		<dc:date>2008-01-15T12:50:43Z</dc:date>
		<dc:format>text/html</dc:format>
		<dc:language>nl</dc:language>
		<dc:creator>Mathias Bienstman</dc:creator>

<category domain="http://yabasta.be/-artikels-">artikels</category>

		<dc:subject>ecologie</dc:subject>
		<dc:subject>economie</dc:subject>
		<dc:subject>globalisering</dc:subject>

		<description>Op donderdag 10 januari was het verzamelen geblazen aan de universiteit van Tilburg voor een conferentie over de overgang naar een ecologische economie. Het doel van de initiatiefnemers van de conferentie was om in Nederland en Belgi&#235; de urgentie van economische beleidswijzigingen aan de orde te stellen.

-
&lt;a href="http://yabasta.be/-artikels-" rel="directory"&gt;artikels&lt;/a&gt;

/ 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-ecologie-+" rel="tag"&gt;ecologie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-economie-+" rel="tag"&gt;economie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-globalisering-+" rel="tag"&gt;globalisering&lt;/a&gt;

		</description>


 <content:encoded>&lt;img src=&quot;http://yabasta.be/IMG/arton547.jpg&quot; alt=&quot;&quot; align=&quot;right&quot; width=&quot;347&quot; height=&quot;480&quot; class=&quot;spip_logos&quot; /&gt;
		&lt;div class='rss_chapo'&gt;Op donderdag 10 januari was het verzamelen geblazen aan de universiteit van Tilburg voor een conferentie over de overgang naar een ecologische economie. Het doel van de initiatiefnemers van de conferentie was om in Nederland en Belgi&#235; de urgentie van economische beleidswijzigingen aan de orde te stellen. Meer dan 300 deelnemers hadden alvast interesse voor dat initiatief. Ze kregen allen een openingspeech van Susan George, een panel van kritische economen en een afsluitend gesprek met sociale partners en politici voorgeschoteld. In de namiddag vonden er parrallel thematische workshops plaats. Een beknopt verslag.&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_texte'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De dag kwam op gang met het pleidooi van een oudgediende van de andersglobalisten, de politicologe Susan George. Ze pleitte voor een grote door de overheid geleidde omschakeling van de economie. Die transitie zou op gang gebracht worden door massale overheidsinvesteringen in alle sectoren die deel uitmaken van een meer milieuvriendelijke economie : alternatieve energie, milieuvriendelijke materialen, publiek transport, energiebesparende bouw enzovoort. Voor de financiering van die investeringen zorgen nieuwe taksen. Onder andere de uitstoot van CO2, de winsten van multinationals of de bewegingen van beursgeld zouden zwaarder belast kunnen worden.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Susan George vergeleek de aard van de omschakeling met het op gang brengen van een oorlogseconomie in de VS, ten tijde van de tweede wereldoorlog. Die vergelijking werpt niet alleen licht op de omvang van de nodige inspanning en het belang van de reden voor de drastische ingreep. Ook maakt ze duidelijk hoe de omstandigheden als ze vertaald worden in een helder verhaal van zo een ingreep een breed gedragen maatschappelijk project kunnen maken. George noemt het zelf een &#8216;public relations dream': werknemers, ondernemers en politici samen brengen rond een economisch project dat de aarde kan redden. Aan ieder kan duidelijk gemaakt worden wat er bij te winnen valt, niet enkel materieel maar ook op het vlak van maatschappelijk respect en aanzien. Actiegroepen en sociale bewegingen krijgen de rol toebedeeld om bruggen te bouwen. Ze ondersteunen de politici, ondernemers en werknemers die volluit gaan voor de ecologische economie.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Naar ze zelf zegt komt George tot deze idee omdat de maatschappelijke realiteit meer radicale pistes uitsluit. Nu de ecologische crisis op een dramatische escalatie afstevent, zullen veranderingen op gang moeten komen vanuit de geldende krachtverhoudingen in de samenleving. Ook wil Susan George met haar Keynesiaans voorstel een antwoord bieden op allerlei recente recepten die een overdreven nadruk leggen op de consument, het kleinschalige alternatief of de strijd vanuit &#233;&#233;n thema. Zulke benaderingen volstaan niet langer. Er is niet alleen een nieuw groot verhaal nodig, maar eveneens grote overheidsdaden.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De voorzet die Susan George gaf, bleef in het eerste deel van de dag wat onbeantwoord. Aan een inzichtelijke beantwoording van de vraag hoe de omschakeling van de economie tot stand zou kunnen komen, kwam het panel van economen niet toe. Wel waren alle participanten het er over eens dat het hoog tijd is om de BNP maatstaf in het economische beleid aan te vullen met andere indicatoren of zelfs te weren. De bizarre prof economie op rust Heertje hamerde daarbij op zijn subjectivistische, verruimde welvaartsbegrip. Het moest de aandacht vestigen op de onmeetbare aspecten in wat we onder economie of &#8216;de omgang met schaarse, alternatief aanwendbare middelen voor de behoeftebevrediging van huidige en toekomstige generaties' verstaan. Schone lucht of een mooi landschap zijn even belangrijk als boter, kaas en eieren. Economische beslissingen mogen niet genomen worden op basis van economische indicatoren die slechts de helft meten van wat onze behoeften bevredigt. Francine Mestrum geloofde ook dat er nood was aan andere indicatoren. Die moeten niet enkel de echte welvaart van de mensen of de draagkracht van de aarde beter in beeld brengen, ze kunnen bijvoorbeeld ook de informele arbeid van vrouwen eindelijk waarderen. Professor Jeroen van de Bergh concentreerde zijn kritiek op het BNP. Niet alleen meet die iets helemaal anders dan de welvaart, hij is zelfs niet nodig voor goed economisch beleid. Van den Bergh zijn slogan luidt bijgevolg: BNP weg ermee! Volgens de Leuvense professor Vandevelde tenslotte ligt er potentieel om mensen inzicht te geven in de relativiteit van BNP door het over geluk te hebben. Zo leert geluksonderzoek dat na een bepaald niveau van behoeften bevrediging de BNP groei nog weinig invloed heeft op de toename van geluk. Voor Heertje was een concept als geluk echter een brug te ver. In economische discussies mag je het volgens hem enkel over welvaart hebben en niet over geluk. Geluk heeft immers ook te maken met behoeften bevrediging waarbij geen schaarse middelen in het spel zijn.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Na de middag deelden we onszelf op over de verschillende thematische workshops. Ik wisselde op de valreep nog van degene over groei en herverdeling, naar die van de sociale partners. Die keuze heb ik niet betreurd. Het was een kans om te zien hoe vertegenwoordigers van werkgevers en werknemersorganisaties reageren op de grootse idee&#235;n zoals het afzweren van de BNP groei, of een nieuwe investeringsgolf vanuit de overheid. Omdat dezelfde sociale partners in het afsluitend debat ook samen zaten met politici, geef ik hier enkele indrukken van beide gesprekken:&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt; Het was duidelijk dat noch werkgevers noch werknemers al nagedacht hadden over alle implicaties van een transitie naar een ecologische economie. Ze hadden beiden nog geen uitgewerkt idee hoe de grenzen aan de materi&#235;le groei hun core business be&#239;nvloeden in de energie en materiaal intensieve industrie&#235;n van het Westen. Dat andere indicatoren dan de BNP maatstaf dringend noodzakelijk zijn, vond bij de sociale partners minder weerklank.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt; Toch was het duidelijk dat het klimaat denken een hoge vlucht neemt. Werknemers, werkgevers en politici schatten de urgentie van de klimaatproblematiek hoog in. Dat olie en meer algemeen energie duurder zal worden is een zekerheid. Is het niet door marktgedreven evoluties, dan is het door nieuwe maatregelen in het post Kyoto tijdperk. Een hele industrie rond alternatieve energie en energiebesparing zal zich ontwikkelen. De sociale partners leken ook bereid om hun schouders te zetten onder progressieve klimaat maatregelen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt; Opvallend was ook dat een aantal deelnemers uit de Nederlandse financi&#235;le wereld zoals Daan Dijk van Rabobank of Kejetan Hetzer van SNS asset management de uitgangspunten van de ecologische economie delen. De economie is een deel van het ecosysteem aarde, en haar werking moet afgesteld worden op de noden en evenwichten van het grotere geheel. Financi&#235;le spelers ontwikkelen in toenemende mate meetinstrumenten om te zien in hoeverre ondernemingen toekomstige duurzaamheid vereisten nu reeds incorporeren in hun strategie, er vanuit gaand dat iedereen vroeg of laat rekening zal moeten houden met de draagkracht van de aarde.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&#8220;Er ritselt van alles in het struikgewas, maar een beeld op wat er zich allemaal afspeelt, en hoe het totale plaatje eruit zal zien is er nog niet&#8221; zie een deelnemer. Bij heel wat mensen en ondernemingen groeit blijkbaar het bewustzijn dat de economie op een periode van veranderingen afstevent. Over de nood aan nieuwe economische indicatoren of maatregelen om het klimaat te vrijwaren waren veel mensen het eens op de conferentie. Maar of het totale plaatje er zal of moet uitzien zoals Susan George het schetste, daar durfden weinigen zich over uitspreken.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Voor alle teksten en verslagen zie: &lt;a href=&quot;http://www.economischegroei.net&quot; class=&quot;spip_out&quot;&gt;www.economischegroei.net&lt;/a&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Mathias Bienstman
Studiemedewerker Netwerk Vlaanderen vzw.&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		
		</content:encoded>


		

	</item>



	<item>
		<title>&quot;De markt alleen gaat het klimaatprobleem niet oplossen'&quot; </title>
		<link>http://yabasta.be/De-markt-alleen-gaat-het</link>
		<guid isPermaLink="true">http://yabasta.be/De-markt-alleen-gaat-het</guid>
		<dc:date>2007-11-28T09:38:48Z</dc:date>
		<dc:format>text/html</dc:format>
		<dc:language>nl</dc:language>
		<dc:creator>Alma de Walsche</dc:creator>

<category domain="http://yabasta.be/-artikels-">artikels</category>

		<dc:subject>democratie</dc:subject>
		<dc:subject>ecologie</dc:subject>
		<dc:subject>globalisering</dc:subject>

		<description>In het MO*-nummer van december staat een lezenswaardig interview met de Britse wetenschapper/journalist George Monbiot, &#233;&#233;n van de inspirerende figuren in de wereld van de sociale ecologie.

-
&lt;a href="http://yabasta.be/-artikels-" rel="directory"&gt;artikels&lt;/a&gt;

/ 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-democratie-+" rel="tag"&gt;democratie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-ecologie-+" rel="tag"&gt;ecologie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-globalisering-+" rel="tag"&gt;globalisering&lt;/a&gt;

		</description>


 <content:encoded>&lt;img src=&quot;http://yabasta.be/IMG/arton540.jpg&quot; alt=&quot;&quot; align=&quot;right&quot; width=&quot;200&quot; height=&quot;273&quot; class=&quot;spip_logos&quot; /&gt;
		&lt;div class='rss_chapo'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;28 november 2007 (MO) - Hij trekt hard van leer tegen klimaatsceptici maar evengoed tegen utopisten met onbereikbare idealen. Precies omdat er geen tijd meer te verliezen is, moet volgens de Britse milieuwetenschapper George Monbiot alles ingezet worden op haalbare alternatieven.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;George Monbiot is naast milieuwetenschapper en politiek filosoof vooral bekend als activist en onderzoeksjournalist rond mondiale thema's. Voor zijn boeken en teksten over de milieuproblematiek sleepte hij al diverse prijzen in de wacht. In 2003 publiceerde Monbiot zijn bekendste boek, The Age of Consent: A Manifesto for a New World Order, een manifest geschreven voor de Global Justice Movement, waar hij heel sterk bij betrokken is. Binnenkort verschijnt de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek Heat: How to Stop the Planet Burning. Monbiot analyseert in dit boek het probleem van de globale opwarming en hoe hierop maatschappelijk gereageerd wordt. Precies omdat de tijd dringt, kunnen we ons geen Spielereien of nutteloze discussies meer veroorloven, vindt Monbiot. Hij stelt een aantal concrete technologische alternatieven voor, die haalbaar zijn en tegelijk ons welvaartsniveau niet aantasten. Maar zonder de nodige politieke inzet bereiken we niets, is zijn stelling.&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_texte'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;span class='spip_document_108 spip_documents spip_documents_left' style='float:left; width:200px;' &gt;
&lt;img src='http://yabasta.be/local/cache-vignettes/L200xH273/jpg_mo200749-cab40.jpg' width='200' height='273' alt=&quot;&quot; style='height:273px;width:200px;' class='' /&gt;&lt;/span&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;In uw wekelijkse columns in The Guardian en op uw website bindt u onvermoeibaar de strijd aan met de klimaatsceptici. Waarom bent u zo boos op hen?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: Door de klimaatsceptici hebben we wel tien jaar verloren om de klimaatverandering een halt toe te roepen. Als blijkt dat we afstevenen op een temperatuurtoename van meer dan twee graden en de gevolgen oncontroleerbaar zullen worden, zijn zij daar voor een groot deel verantwoordelijk voor. Ik twijfel er niet aan dat de wetenschap het debat zal winnen en de ontkenners zullen verliezen, maar ze gedragen zich wel erg onverantwoordelijk.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Wie zijn die ontkenners?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: Dat zijn enerzijds de industrie&#235;n met financi&#235;le belangen, zoals de petroleumbedrijven. Die zijn bang hun markt te verliezen en doen er alles aan om de consumptie van hun producten te laten doorgaan. Zij investeren daar miljoenen dollars in en financieren organisaties die zichzelf omschrijven als think tanks en onderzoeksinstellingen. In werkelijkheid zijn het PR-bedrijven in dienst van multinationals. Ik denk aan instellingen als het American Enterprise Institute, de Hudson Foundation of het George C. Marshall Institute. Veel van het werk dat zij doen is gesponsord door multinationals, met de bedoeling de perceptie van het publiek ten aanzien van een onderwerp te wijzigen. Anderzijds is er een ontkenningsgolf bij mensen die geen band hebben met de industrie maar niet willen dat de globale opwarming hun levenswijze verandert. Ze willen gewoon doorgaan met hun huidige consumptiepatronen en zoeken een ideologische fundering hiervoor. De think tanks waar ik het net over had, brengen de visie die deze mensen willen horen. The Great Global Warming Swindle is een goed voorbeeld: een populaire documentaire die zegt wat de mensen willen horen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Maar ook op Al Gore, aan het andere uiterste van het spectrum, hebt u kritiek.&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: An Inconvenient Truth schetst wel de ernst van de zaak, maar de oplossingen die aangebracht worden, zijn niet in verhouding. Met een spaarlamp in te draaien gaan we het tij niet keren. Het is een even ongemakkelijke waarheid dat er een veel krachtiger economisch en politiek programma nodig is om te reageren op het probleem. Een andere bedreiging is immers dat we over die klimaatverandering maar blijven discussi&#235;ren en er niet naar handelen. Al die informatie werkt verlammend en contraproductief.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Er groeit toch een bewustzijn bij de consumenten.&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: Er ontwikkelt zich vandaag een uitgebreide nieuwe industrie van producten voor groene consumptie. Ook milieubewegingen spannen zich in om groene consumptie te promoten. Mensen worden aangemoedigd om &#225;nders te consumeren. Maar het is gewoon een nieuwe manier voor transnationale bedrijven om geld te verdienen. Zo kunnen we in een situatie terechtkomen waarin iedereen een groene consument wordt en waarbij we nog m&#233;&#233;r CO2 uitstoten dan ooit tevoren. Daarom is het essentieel dat er een maximumgrens voor CO2 wordt gesteld voor de economie in zijn geheel.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Hoe ziet u die begrenzing? Opnieuw sober gaan leven?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: Ik geloof niet in een terugkeer naar een primitieve levensstijl of een artisanaal leven van het land. Er zijn mensen die hierin een aantrekkelijk perspectief zien maar een groot deel van de mensheid gaat niet mee in zulke scenario's. We hebben vandaag voorstellen nodig die politiek werken. Als je een model naar voor schuift dat de terugkeer naar het stenen tijdperk inluidt, ga je nauwelijks iemand meekrijgen en verlies je je tijd. Het is heel moeilijk om mensen ervan te overtuigen dat ze beter minder willen, in plaats van meer. Kiezen voor soberheid is historisch gezien nog nooit op grote schaal gebeurd. Mensen proberen de impact van de globale opwarming te negeren of te minimaliseren omdat het onze stoutste dromen doorkruist, van verre vakanties en steeds nieuwe consumptiegoederen. Bovendien heeft de economie van de fossiele brandstoffen ons onze vrijheid en autonomie gegeven. Die lever je niet zonder meer in.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Is een gedragswijziging dan niet belangrijk?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: Uiteraard wel maar het gaat niet werken. Mensen overtuigen er zichzelf voortdurend van dat ze beter zijn dan ze in werkelijkheid zijn, en dat gedragswijziging iets voor de &#225;nderen is. Iedereen trapt in die val. Ik zie in mijn eigen omgeving mensen uit de middenklasse die van zichzelf denken en zeggen een groene levensstijl te hebben, maar uiteindelijk tonnen meer CO2 produceren dan de gemiddelde burger. Bijvoorbeeld omdat ze een buitenverblijf hebben waar ze regelmatig naar toe vliegen. Zelfs wanneer ze milieuvriendelijke detergent en organisch eten kopen van de lokale winkel, hebben ze een gigantische ecologische voetafdruk. Heel vaak zien ze dat niet. Ze bedriegen zichzelf.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Er is nog een tweede moeilijkheid met de individuele aanpak. Je kan je eigen CO2-emissies inperken, maar je kan niet voorkomen dat iemand anders zijn uitstoot vermeerdert en zo jouw impact ongedaan maakt. Persoonlijke inzet is zeer nobel, maar we hebben m&#233;&#233;r nodig.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Welk soort oplossingen kunnen wel werken?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: Een heel concreet voorbeeld op het vlak van energie: ik geloof absoluut in hoogspanningskabels voor directe transmissie over lange afstanden, om elektriciteit afkomstig uit hernieuwbare energie over afstanden van een paar duizend kilometer te transporteren. Zo kan je midden in de Sahara de zonne-energie opvangen, op de toppen van de bergen de windenergie, ver in zee de golfkrachtenergie, de getijdenenergie. Die energie, opgewekt op plaatsen waar geen mensen wonen, kan dan via een wereldwijd energieweb overgebracht worden naar de bewoonde zones. De langste hoogspanningskabel voor directe transmissie loopt vandaag in Congo, over een afstand van &lt;metricconverter productid=&quot;1800 km&quot; w:st=&quot;on&quot;&gt;1800 km&lt;/metricconverter&gt;. De Duitse regering heeft het ambitieuze voorstel gedaan om een kabel te spannen van IJsland naar Duitsland en zo over heel Europa, om geothermische energie door te geven. Nu al loopt er een kabel van Frankrijk naar Engeland. De technologie bestaat dus al.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Dat gaat volledig in tegen de voorstellen van Greenpeace om energievoorziening te decentraliseren.&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: Dat is wishful thinking. Het klopt dat kleinschalige voorzieningen beheersbaar en democratisch zijn maar fysiek werkt het niet. Wij, in West-Europa, consumeren het meeste energie wanneer de zon het minste schijnt. De fysieke realiteit zit dus tegen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De veranderingen die ik voorsta, kunnen niet gerealiseerd worden zonder aan iedereen beperkingen op te leggen. Ik heb me in mijn boek vooral gericht op de rijke landen. Zolang wij niet hebben aangetoond dat het ons menens is, hebben we niet het recht beperkingen te verwachten van armere landen. Om in de rijke landen een rem te zetten op onze grenzeloze begeertes, is regelgeving nodig. Dat is alleen haalbaar wanneer de politiek grenzen gaat stellen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Blijft de politiek in gebreke?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: Politici schuiven hun verantwoordelijkheid af zolang we hen niet onder druk zetten. We moeten onze krachten effici&#235;nter mobiliseren om hen in beweging te krijgen. De enige manier om de CO2-uitstoot en de consumptie echt te begrenzen, is door regels op te leggen die op iedereen van toepassing zijn. Regeringen moeten individuele quota's opleggen. Dat is een zeer onpopulair voorstel, want het is nauwelijks toegestaan om te spreken over staatsinterventie in je persoonlijk leven, en in de economie. De neoliberale politici hebben de taal van de politiek gekoloniseerd en hebben een zeer sterke greep op de media. Dus als je met zulke idee&#235;n afkomt, noemen ze je een communist. Maar je hoeft geen communist te zijn om te zien dat de markt alleen het probleem niet gaat oplossen. De markt kan gebruikt worden als een instrument maar de krijtlijnen waarbinnen die markt functioneert, moeten door de regeringen worden getrokken.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;De ecologische strijd is een politieke strijd?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: Het is in de eerste plaats een politieke strijd. We moeten betere burgers worden, in plaats van betere consumenten. Het is waar dat we ook betere consumenten moeten worden, maar als we daarop alleen vertrouwen en alles laten afhangen van andere consumptiepatronen, komen we er niet. Wat ik wil bestrijden is de valse hoop die opgehangen wordt aan triviale oplossingen. Als we met een brede glimlach stellen dat we het halen door pyjama's van biokatoen te kopen, slaan we de bal mis. Je moet mensen niet voorstellen dat het makkelijk zal zijn. Maar tegelijk geloof ik wel dat het haalbaar is. Mits de juiste mix van politieke inzet, technologisch realisme en doeltreffende mobilisatie van de krachten kunnen we het probleem het hoofd bieden.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Hoe ziet u dat politiek engagement? Door politieke bewegingen te vormen, straatactivisme, schrijven zoals u doet?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Monbiot: We moeten al die middelen inzetten. Dat gaat van een beleefde brief schrijven naar je afgevaardigden in het parlement, tot directe acties die het wegverkeer blokkeren. Het is alleen wanneer mensen boos worden en een groot deel van hun tijd willen besteden in het oplossen van het probleem, dat dingen verschuiven en er echt iets kan veranderen.&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_ps'&gt;In het MO*-nummer van december staat een lezenswaardig interview met de Britse wetenschapper/journalist George Monbiot, &#233;&#233;n van de inspirerende figuren in de wereld van de sociale ecologie. Monbiot is auteur van enkele zeer belangrijke boeken over (anders)globalisering en klimaat. Hij is ook &#233;&#233;n van de leidende figuren inzake de strijd tegen het klimaatscepticisme. Het interview werd afgenomen door Alma De Walsche. Meer info op: http://www.mo.be/index.php?id=62&amp;no_cache=1&amp;tx_uwnews_pi2[art_id]=19673&lt;/div&gt;
		</content:encoded>


		

	</item>



	<item>
		<title>Interview met Wolfgang Sachs: &quot;Hou de aardbeien voor de zomer&quot;</title>
		<link>http://yabasta.be/Interview-met-Wolfgang-Sachs-Hou</link>
		<guid isPermaLink="true">http://yabasta.be/Interview-met-Wolfgang-Sachs-Hou</guid>
		<dc:date>2007-07-04T10:26:34Z</dc:date>
		<dc:format>text/html</dc:format>
		<dc:language>nl</dc:language>
		<dc:creator>Alma de Walsche</dc:creator>

<category domain="http://yabasta.be/-ecologie-">ecologie</category>

		<dc:subject>ecologie</dc:subject>
		<dc:subject>economie</dc:subject>
		<dc:subject>globalisering</dc:subject>

		<description>27 juni 2007 (MO) - Volgens Wolfgang Sachs, socioloog en wetenschapper van het Duitse Wuppertal Institut f&#252;r Klima, Umwelt und Energie, zijn we vandaag op een keerpunt in de menselijke ontwikkeling beland, vergelijkbaar met de ontdekking van Amerika in 1492. Niet de planeet, wel de menselijke beschaving is in het geding en de sleutelwoorden, willen we die beschaving redden, zijn effici&#235;ntie, coherentie en suffici&#235;ntie. &lt;br /&gt;Kijk maar naar China en je ziet het dilemma waar de wereld voor staat. (...)


-
&lt;a href="http://yabasta.be/-ecologie-" rel="directory"&gt;ecologie&lt;/a&gt;

/ 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-ecologie-+" rel="tag"&gt;ecologie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-economie-+" rel="tag"&gt;economie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-globalisering-+" rel="tag"&gt;globalisering&lt;/a&gt;

		</description>


 <content:encoded>&lt;div class='rss_chapo'&gt;27 juni 2007 (MO) - Volgens Wolfgang Sachs, socioloog en wetenschapper van het Duitse Wuppertal Institut f&#252;r Klima, Umwelt und Energie, zijn we vandaag op een keerpunt in de menselijke ontwikkeling beland, vergelijkbaar met de ontdekking van Amerika in 1492. Niet de planeet, wel de menselijke beschaving is in het geding en de sleutelwoorden, willen we die beschaving redden, zijn effici&#235;ntie, coherentie en suffici&#235;ntie.&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_texte'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Kijk maar naar China en je ziet het dilemma waar de wereld voor staat. Het is hoog tijd om een energie- en grondstoffenarm ontwikkelingsmodel uit te bouwen dat veralgemeenbaar is voor iedereen. Dat zegt Wolfgang Sachs, die het in zijn meest recente publicatie -Fair Future: resource conflicts, security &amp; global justice- over de steeds vaker voorkomende botsing tussen mensenrechten en milieu heeft. Vanuit het Duitse Wuppertal zet Sachs, auteur van onder andere Development dictionary -een alternatieve kijk op ontwikkeling- en Greening the North: a post-industrial blueprint for ecology and equity de lijnen uit voor niets minder dan een nieuw beschavingsmodel.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Al 35 jaar wordt er gewaarschuwd voor een ecologische crisis. In 1972 verscheen Grenzen aan de Groei van de Club van Rome. In 1992 werd op de Aardetop van Rio de Janeiro het begrip &#8220;duurzame ontwikkeling&#8221; officieel gelanceerd. Hoe komt het dat we vandaag niet verder staan?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: Op de Aardetop van Rio wierpen de regeringen die aan deze VN-Conferentie deelnamen zich op als behoeders van de Aarde. Nauwelijks drie jaar later, in 1995, ontmoetten diezelfde regeringen elkaar opnieuw in Marrakech, maar dit keer als uitverkopers van de Aarde. Die bijeenkomst betekende immers de feitelijke oprichting van de Wereldhandelsorganisatie. Daar namen de regeringen enthousiast verplichtingen op zich die -weliswaar onbedoeld- leidden tot een snellere uitverkoop van het natuurlijke werelderfgoed. Terwijl de Rio-Conferentie begaan was met de bescherming en het verstandige gebruik van natuurlijke rijkdommen, was de bijeenkomst van Marrakech uit op de onvoorwaardelijke toegang van bedrijven tot de natuurlijke rijkdommen. Rio legde sterk de nadruk op het gezag van de staten om een regelgeving uit te werken die de publieke goederen zou beschermen, maar Marrakech verzwakte opnieuw die regulerende macht van de staten, ten gunste van de grotere bewegingsvrijheid van bedrijven. Als gevolg daarvan is de internationale politiek van de voorbije tien jaren gedomineerd door niet aflatende pogingen om een wereldmarkt zonder grenzen te cre&#235;ren, met vrij verkeer van kapitaal en goederen -niet van mensen- en enkel aangedreven door de wet van vraag en aanbod. In Rio was er zeer veel mooie retoriek, maar het zijn de beslissingen die in Marrakech werden genomen die erg snel en doeltreffend werden toegepast. De omkering van prioriteiten die heeft plaatsgevonden, zette een rem op elke ernstige vooruitgang op het vlak van milieubeleid. Het heeft er soms zelfs voor gezorgd dat het met dat milieubeleid de andere kant is opgegaan.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Is wat we vandaag zien gebeuren een klimaathype, en niet meer dan dat, of denkt u dat er het afgelopen jaar, sinds An Inconveniant Truth en de alarmerende IPCC rapporten, wel degelijk iets veranderd is?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: Ik denk dat we het voorbije jaar een keerpunt hebben doorgemaakt en dat de ernst van het probleem echt is doorgedrongen. Om te beginnen is het thema van klimaatwijziging ge&#235;volueerd van een vage hypothese naar een tastbare ervaring: rivieren hebben minder water, trekvogels keren vroeger terug, de lente is zomer geworden. Mensen voelen echt dat er iets aan het gebeuren is. Daarnaast is er het Stern Rapport dat aantoont dat niet enkel de economie het klimaat om zeep helpt, maar ook omgekeerd: het klimaat kan ook de economie om zeep helpen. Deze boodschap heeft de kapitalisten bang gemaakt. En tot slot hebben wetenschappelijke gegevens over de schaal en de dringendheid van de bedreiging het inzicht geconsolideerd. Precies daarom staan politici onder groeiende druk van de bevolking om iets te ondernemen en effectief beslissingen te nemen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Maar dan op een andere basis dan de afgelopen tien jaar?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: We kunnen gewoon niet doorgaan zoals we bezig zijn. Wij gebruiken de natuur als een bron van grondstoffen voor onze voedselvoorziening, voor de productie van consumptiegoederen en voor energievoorzieningen, we gebruiken haar als gebruiksruimte voor het bouwen van fabrieken, wolkenkrabbers en luchthavens, en we gebruiken haar als afvalplaats voor CO2 emissies, plutonium en lawaai. Hoe meer er voorrang wordt gegeven aan de imperatief van economische groei en effici&#235;ntie, ten koste van gemeenschapswaarden als mensenrechten, het behoud van natuur en landschap, of de waarde van schoonheid, hoe meer het milieu degradeert. Hoe lang kan de samenleving die overdoses aan? Het is niet het einde van de planeet waarvan we wakker moeten liggen, maar wel dat we door de manier waarop wij omgaan met de planeet, een einde dreigen te maken aan de menselijke beschaving.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Het moet dus fundamenteel een andere weg op?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: Na honderden of, zo je wil, duizenden jaren civilisatie, is de Euro-Atlantische beschaving naar voor gekomen als winnaar. Het Westen volgde wel een heel specifiek ontwikkelingspad, zo blijkt vandaag. Het kan niet over heel de wereld en voor de volgende generaties herhaald worden. De overvloed aan fossiele en hernieuwbare grondstoffen die Europa ter beschikking had in de 19de en de 20ste eeuw is niet langer beschikbaar. Het is ondenkbaar om dit samenlevingsmodel gebaseerd op bijvoorbeeld zo'n intens gebruik van de auto, zo'n chemische landbouw en een voedselconsumptie op basis van vlees, over heel de aarde veralgemeenbaar te maken. De hoeveelheid grondstoffen die daarvoor nodig is, is gigantisch, het opzet zou veel te duur uitvallen en te belastend zijn voor de lokale ecosystemen en voor de biosfeer. Ontwikkeling, zoals wij dat altijd gezien hebben, confronteert ons vandaag met een dilemma.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;En dat dilemma is?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: Ofwel blijft welvaart en welzijn enkel gereserveerd voor een minderheid - omdat de productie- en consumptiepatronen te veel grondstoffen vergen. Ofwel vinden we patronen van welzijn uit die weinig grondstoffen vereisen -die resource light zijn- en die de weg banen naar voldoende welzijn voor allen. De overvloed die het huidige welvaartsmodel kenmerkt, is niet verzoenbaar met gerechtigheid, tenzij die overvloed maar een lichte ecologische voetafdruk heeft. Vasthouden aan de overvloed betekent ons opsluiten in een elitemaatschappij, waarbij een groot deel van de mensheid uitgesloten blijft. Ofwel kiezen we voor gerechtigheid en dan moeten wij uitgaan van een economie en een cultuur van suffici&#235;ntie. Dat is de fundamentele keuze waar we niet meer onder uit kunnen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Kan dit binnen het kapitalistisch model van economische groei?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: Het Zuiden heeft nog wel recht op economische groei, maar kijk naar China. China is bijzonder succesvol, zowel in het realiseren van economische groei als in het bestrijden van de armoede. Maar tegelijk legt het een enorme druk op de biosfeer. In absolute termen gezien heeft China vandaag de tweede grootste uitstoot van CO2, na de VS, en is het de tweede grootste invoerder van olie. Groter nog dan de druk die deze groei legt op de mondiale grondstoffenvoorraden, is de druk binnen China zelf op de lokale woonomgeving: de steden zijn ziek van de verontreinigde lucht, de oppervlakte aan vruchtbare grond slinkt en de watervoorraden worden schaars. Dat zijn allemaal alarmerende voortekenen van een crisis van de natuur. China laat heel duidelijk zien hoe de weg uit de armoede en de machteloosheid gepaard gaat met een overbelasting en overexploitatie van de natuur. Een hoger inkomen lonkt, maar op basis van een groter aandeel in de plundereconomie. Het Chinese model illustreert dat meer rechtvaardigheid in deze wereld niet kan worden bereikt op basis van de consumptieniveaus van de ge&#239;ndustrialiseerde landen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Hoe ziet u de uitweg?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: In ontwikkelingslanden mag de consumptie van grondstoffen uiteraard nog toenemen. Arme landen hebben het onmiskenbare recht om op zijn minst &#8220;een waardig niveau&#8221; van consumptie te bereiken. Alle burgers van deze planeet zouden dat recht moeten hebben. Zonder kerosine of biogas, zonder energie en transportinfrastructuur is het moeilijk de basisnoden van mensen te voldoen. Maar de stijgende curve van het grondstoffengebruik kan ook voor het Zuiden geen exponenti&#235;le groeicurve zijn. Op een bepaald moment moet die stijgende lijn overgaan in een lineaire ontwikkeling.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het Noorden moet inkrimpen tot een bepaald niveau, het Zuiden mag nog groeien tot een bepaald niveau en beide curves zouden elkaar moeten ontmoeten op een niveau dat duurzaam is. Het raamwerk van de rechtvaardige verdeling wordt bepaald door de natuurlijke grenzen. Maar in dit zogenaamde model van &#8220;contractie en convergentie&#8221; hebben de landen van het Zuiden vandaag als nooit tevoren een kans om de industrielanden achter zich te laten en een enorme voorsprong te nemen. De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen drijft de industrielanden in het nauw. Ontwikkelingslanden zouden onmiddellijk kunnen inzetten op hernieuwbare energiebronnen en grondstoflichte vormen van productie en consumptie.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Hoe ziet u die inkrimping in het Westen verlopen?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: Het begint met het inzicht dat de milieugebruiksruimte begrensd is en dat overconsumptie moet worden ingeperkt. Een rechtvaardige verdeling van de grondstoffen hangt essentieel af van de mate waarin de industrielanden in staat zijn hun overconsumptie van de mondiale milieugebruiksruimte en van goederen en diensten van het milieu in te krimpen. De rijke landen zouden hun CO2-emissies met 80 procent moeten reduceren. Om tot zo'n grondstoffenarme beschaving te komen zie ik drie paden: effici&#235;ntie, consistentie en suffici&#235;ntie.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Laat ons beginnen met de effici&#235;ntie.&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: Effici&#235;ntie gaat over het reduceren van het gebruik van materialen en energie per eenheid goederen en diensten. Dit kan gebeuren door technologie en organisatie te verbeteren, door recyclage en door het vermijden van afval. Daar zijn tal van voorbeelden van: wasmachines die minder water en elektriciteit gebruiken, voertuigen met lichte motoren, industri&#235;le motoren met lage frequentie, hoogeffici&#235;nte energiestations, recycleerbare producten zoals kranten en stoelen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Wat bedoelt u met consistentie?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: Consistentie gaat over de compatibiliteit van natuur en technologie. Het principe is dat het metabolisme van de industrie -de instroom van grondstoffen, de doorstroom van materialen en de uitstoot van afval- de natuurlijke cycli niet mag verstoren. In de mate van het mogelijke zouden natuur en technologie elkaar moeten aanvullen en versterken.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Windenergie, architectuur afgestemd op zonne-energie en organische landbouw zijn daar voorbeelden van. Het gaat er dan niet zozeer om de energieconsumptie en de materiaalstromen te verminderen, dan wel om ervoor te zorgen dat die verlopen op een ecologisch verantwoorde manier.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Hoe ziet u suffici&#235;ntie?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wolfgang Sachs: Het komt er op aan niet het slachtoffer te worden van overdaad en overstretch, maar om slechts zoveel te nemen als goed is voor het welzijn van het individu en het geheel. Een teveel kan zowel de mens als het geheel schaden. Het is echter twijfelachtig of de verwachtingen en consumptiepatronen die gecre&#235;erd zijn in een tijdperk van overvloed aan grondstoffen aangehouden kunnen worden in een tijdperk waarin we zuinig moeten omgaan met die grondstoffen. Aardbeien in de winter, 4x4's in de stad, warm water van de kraan dag en nacht: dit soort van comfort draagt weinig bij tot echt geluk, maar heeft wel een hoge kostprijs. De vraag &#8220;hoeveel is genoeg?&#8221; is onvermijdelijk. Eco-&#235;ffici&#235;ntie, waar we het vandaag over hebben, is eigenlijk nauw verbonden met wat we al sinds de oudheid kennen als &#8220;de juiste maat&#8221;, &#8220;het goede leven&#8221; of &#8220;de kunst van het leven&#8221;.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Categori&#235;n: milieu&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Auteur: Alma De Walsche.&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_ps'&gt;Dit interview met &#233;&#233;n van de toonaangevende ecologische auteurs verscheen in het MO*-nummer van juli 2007.&lt;/div&gt;
		</content:encoded>


		

	</item>



	<item>
		<title>Het G8-protest in Heiligendamm</title>
		<link>http://yabasta.be/Het-G8-protest-in-Heiligendamm</link>
		<guid isPermaLink="true">http://yabasta.be/Het-G8-protest-in-Heiligendamm</guid>
		<dc:date>2007-06-21T11:42:30Z</dc:date>
		<dc:format>text/html</dc:format>
		<dc:language>nl</dc:language>
		<dc:creator>Marina Achenbach</dc:creator>

<category domain="http://yabasta.be/-beweging-">beweging</category>

		<dc:subject>economie</dc:subject>
		<dc:subject>globalisering</dc:subject>
		<dc:subject>strategie</dc:subject>

		<description>De G8-protestbeweging kroop n&#224; de geweldsc&#232;nes bij het begin niet in z'n schulp, maar vond zichzelf opnieuw uit.

-
&lt;a href="http://yabasta.be/-beweging-" rel="directory"&gt;beweging&lt;/a&gt;

/ 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-economie-+" rel="tag"&gt;economie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-globalisering-+" rel="tag"&gt;globalisering&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-strategie-+" rel="tag"&gt;strategie&lt;/a&gt;

		</description>


 <content:encoded>&lt;div class='rss_chapo'&gt;De G8-protestbeweging kroop n&#224; de geweldsc&#232;nes bij het begin niet in z'n schulp, maar vond zichzelf opnieuw uit.&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_texte'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Aan wie is het te danken dat de protestweek niet angstig uit elkaar viel? Dat zij onder de beschimpingen en vervloekingen n&#224; de eerste dag, waarop stenen door de lucht vlogen, niet in haar schulp kroop? Dat veeleer alles in kracht toenam, dat de mensen toestroomden - op lezingen, op fora, op actiedagen over de door de G8 genegeerde wereldproblemen, op concerten, vooral op de blokkades van Heiligendamm, waar zich de G8 met haar top verschanst had. Ondanks het intimiderende decor dat er opgetrokken was, kwamen ze, en alles liep heel anders dan er eerst verwacht werd, toen ze over weiden en akkers en door kleine bosjes naar de omheining trokken en de politieagenten tegen de grote mensenmassa niet opgewassen waren. Zodat het zogenaamde Plan B moest in werking treden: de bevoorrading van de conferentie over het water en door de lucht. Ook de journalisten moesten uit het voor hen gereserveerde lokaalspoor in boten overstappen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het is te danken aan hen die hun woede onder controle hielden, een woede die in verschillende dosissen voorkomt. Velen, die zich niet bij het systeem van de tegenstellingen en van de winst neergelegd hebben, worden al gans hun leven door deze woede begeleid. Bij anderen is het een plots opflakkerende woede of ook een woede die gedurende gans de levensloop langzaam gegroeid is, een totale afwijzing van de macht, van haar leugenachtigheid, van haar verplichtingen. Zij allen zijn niet teruggeweken, omwille van de doorzetters, van de slimmeriken, noch omwille van de radicalen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Ook wie door een grote angst overmand werd toen de afspraken over het geweldloze karakter van het protest niet perfect nagekomen werden, bleef hardnekkig in Rostock, evenals al wie zich vanaf het begin niets van de stemmingmakerij aantrokken, al wie niet op een consensus verbeten waren en die met hun vastberadenheid vele anderen aanstaken. En ook als ze hun burgerangsten voor de Chaoten wisten te overwinnen, dan vertelden ze later met veel vreugde over dorpsbewoners die hen verzorgd hadden, of over politieagenten die hen hun sympathie betuigd of zelfs waardering voor hun vastberadenheid uitgesproken hadden.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;En &#233;&#233;n keer mag er ook aan herinnerd worden dat alles uit eigen kracht ontstond, vanuit kleine groepen, zonder apparaat of financi&#235;le structuur. De drie kampen, waar in &#8216;t totaal 18 000 mensen uit alle leeftijdscategorie&#235;n hun tenten opgeslagen hadden, lagen er drie weken v&#243;&#243;r de top nog als verwilderde weiden bij en waren dan een zee van tenten, met daar tussenin kleine wegeltjes, met uit planken en zeildoek gebouwde bars, douches, kinderspeelplaatsen, circustent voor vergaderingen, keukens die duizenden van eten voorzagen en die z&#232;lf centra voor gemeenschappelijke arbeid werden. Er bleek een verbazingwekkend vermogen tot zelforganisatie, iets wat men momenteel zo dikwijls aan jongeren en &#8216;jongvolwassenen' ontzegt. Hier was ze te bezichtigen, en niets was er te merken van verwende jongeren in designkledij, waarover in vele kranten gefantaseerd werd en waarover geschreven werd dat ze zich niet voor politieke problemen interesseerden maar enkel voor rellen. Dat was &#233;&#233;n van de sluwe, cynische pogingen om de sympathie voor het protest te ontmoedigen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Toen ik van Rostock terug in Berlijn aankwam, luisterde ik in het caf&#233; de gesprekken van de naburige tafeltjes af, en ik was erover ontgoocheld dat ze niet over de G8 gingen. Nog erger is het dat velen nauwelijks iets met de trefwoorden Heiligendamm, G8, protest in Rostock konden aanvangen. Hadden de media zo weinig daarvan overgebracht? Zijn de mensen helemaal maf geworden? De Rostocker Ostseezeitung had overal moeten liggen, ze bracht dagelijks bladzijdesvol foto's over het lokale gebeuren, korte interviews, berichten, en ze werd steeds kleurrijker en positiever.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Op de laatste persconferentie van de protestalliantie werd gezegd: &#8216;Deze week heeft het politieke leven veranderd.' Er werd mee bedoeld dat duizenden een verzetservaring gemaakt hadden die zij in hun dagelijks leven met zich mee zouden dragen. Zij hebben collectieve burgerlijke ongehoorzaamheid leren kennen en geoefend hoe ze het in de toekomst, wanneer dat mocht nodig zijn, opnieuw tegen de verlammende bangheid kunnen inzetten.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Zonder dit ongekende protest zou het niet mogelijk geweest zijn dat de G8 zo zeer aan legitimatie verloor. Zodat de frase uit hun slotcommuniqu&#233; &#8216;Wij overwegen ernstig' - bedoeld wordt de maatregelen tegen de opwarming van de aarde - in de politieke satire zal binnentreden. Kanselier Merkel kon het tot haar schande niet &#233;&#233;n keer opbrengen om zich ook maar met &#233;&#233;n woordje te richten tot de vele duizenden die met zoveel nadruk van achter de tralies hun kritiek betoonden. Geen deel van het volk? Maar voor wat gedurende deze week tevoorschijn kwam, daarvoor zal interesse betoond worden door iedereen die verlangt naar een levendige, ingrijpende linkerzijde. Die begerig elk teken van kritisch bewustzijn, initiatief en creativiteit wil waarnemen en analyseren. John Holloway (auteur van &#8216;Change the world without taking power') zei op een podium: &#8216;Het kapitaal loopt steeds achter ons aan en probeert onze ervaringen en idee&#235;n in te kapselen. Daarom moeten wij onszelf steeds opnieuw uitvinden en onszelf blijven verrassen.' Alles lijkt erop dat men zichzelf opnieuw aan het uitvinden is.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Toen iedereen nog &#233;&#233;n keer voor de slotmeeting samenkwam - velen met heimwee en met het verlangen dat het niet zou ophouden - op dezelfde plaats aan de stadshaven als bij het begin - deze keer in de broeierige hitte - toen dan de uitgeputte, smerige, zelfbewuste actievoerders, die een laatste keer door politiecontroles opgehouden waren, arriveerden -, dan hurkten velen tegen de kaaimuren neer, lieten hun benen bengelen, en zagen hoe op het water een peddelboot zich omdraaide en naderbij kwam. Een man en een vrouw van rond de vijftig, gemoedelijk in hun enge bootje, en plotseling riep de man: &#8216;Nu moet ik dat eindelijk maar iemand zeggen - jullie zijn prima!', en toen hij met een geamuseerd handgeklap beantwoord werd, riep hij weer heel luid: &#8216;Jullie doen dat goed, jullie hebben je niet laten intimideren. Bedankt dat jullie er waren!'&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_ps'&gt;Uit: Freitag 24, 15 juni 2007. Vertaling: J.L.&lt;/div&gt;
		</content:encoded>


		

	</item>



	<item>
		<title>&#8220;Mondiale beweging gedraagt zich als een kapotte batterij&#8221;</title>
		<link>http://yabasta.be/Mondiale-beweging-gedraagt-zich</link>
		<guid isPermaLink="true">http://yabasta.be/Mondiale-beweging-gedraagt-zich</guid>
		<dc:date>2007-02-08T17:24:04Z</dc:date>
		<dc:format>text/html</dc:format>
		<dc:language>nl</dc:language>
		<dc:creator>Branden W. Joseph</dc:creator>

<category domain="http://yabasta.be/-beweging-">beweging</category>

		<dc:subject>globalisering</dc:subject>
		<dc:subject>strategie</dc:subject>

		<description>Een interview met Paolo Virno, auteur van onder andere A Grammar of the Multitude, deel 1. Lees ook Wat is Autonomia?, een inleiding over de politiek-theoretische stroming waar Virno zich op baseert. &lt;br /&gt;Branden W. Joseph: Je bent momenteel werkzaam als professor communicatie. Misschien kun je een korte beschrijving geven van de persoonlijke en intellectuele route die je hebt afgelegd. Hoe zie je de relatie tussen je academische werk en dat binnen autonomia? &lt;br /&gt;Paolo Virno: Mijn beslissende (...)


-
&lt;a href="http://yabasta.be/-beweging-" rel="directory"&gt;beweging&lt;/a&gt;

/ 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-globalisering-+" rel="tag"&gt;globalisering&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-strategie-+" rel="tag"&gt;strategie&lt;/a&gt;

		</description>


 <content:encoded>&lt;div class='rss_chapo'&gt;Een interview met Paolo Virno, auteur van onder andere A Grammar of the Multitude, deel 1. Lees ook &lt;a href=&quot;http://www.flexmens.org/drupal/?q=wat_is_autonomia&quot;&gt;Wat is Autonomia?&lt;/a&gt;, een inleiding over de politiek-theoretische stroming waar Virno zich op baseert.&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_texte'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Branden W. Joseph: Je bent momenteel werkzaam als professor communicatie. Misschien kun je een korte beschrijving geven van de persoonlijke en intellectuele route die je hebt afgelegd. Hoe zie je de relatie tussen je academische werk en dat binnen autonomia?&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Paolo Virno: Mijn beslissende jeugdervaring was de revolutionaire strijd in een ontwikkeld kapitalistisch land. Met de nadruk op: ontwikkeld. Een land, met andere woorden, waar het fysieke overleven gegarandeerd was, de consumptie relatief hoog, en met inmiddels een wijdverbreid hoger onderwijs. Ik participeerde niet in een opstand tegen ellende of dictatuur maar in een radicaal conflict dat het doel had die moderne vorm van barbarij af te schaffen: loonarbeid. We waren niet &#8220;thirdworldist&#8221; maar &#8220;Americanist&#8221;. Vechtend bij FIAT in Turijn dachten we aan Detroit, niet aan Cuba of Algiers. Alleen waar kapitalistische ontwikkeling zijn hoogtepunt bereikt heeft, is er de kwestie van een antikapitalistische revolutie. Op deze manier konden we ook Marx lezen zonder &#8220;Marxisme&#8221; - door Marx te lezen en hem direct in contact te brengen met de meest radicale sociale conflicten, en anderszijds deze lectuur te vervlechten met de grote auteurs van de burgerlijke moderniteit (Weber, Keynes, Nietzsche, Heidegger, etc.).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Ik zat in de groep Potere Operaio (waartoe ook Toni Negri behoorde als een van de militanten), en droeg zo veel als ik kon bij aan felle stakingen bij Fiat en de bezetting van leegstaande huizen in Rome. In 1979 werd ik tijdens de rechtszaak tegen Autonomia Operaia opgepakt - drie jaar preventieve gevangenis, een jaar huisarrest en uiteindelijk (in 1987), na een beroepsprocedure, volledige nietigverklaring van de aanklachten.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Ik heb me altijd met filosofie beziggehouden en er altijd over geschreven. Mijn prioriteit was te werken aan een niet-reductionistisch, vrij opgevat materialisme dat in staat is al dat te verklaren wat &#8220;taalkundige dieren&#8221; - mensen dus - doen, denken, verlangen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Mijn eerste boek werd gepubliceerd in 1986 en is getiteld Convenzione e materialismo; het laatste in 2003 heet Quando il verbo si fa carne. Linguaggio e natura umana. Aan het eind van de jaren 80, was ik met anderen actief om de fundamentele eigenschappen van het &#8220;postfordisme&#8221; in kaart te brengen: het intellectuele werk van de massa's, flexibiliteit, enzovoort. Van 1990 tot 1993 droeg ik bij aan het blad Luogo Comune, daarna aan Derive Approdi.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wat betreft mijn werk op de universiteit, dat doe ik pas zes of zeven jaar. En ik zit nog steeds op een tijdelijk contract. Tot mijn vijfenveertigste, hoewel ik filosofieboeken schreef, deed ik alle mogelijke baantjes in de cultuurindustrie: scriptschrijver voor strips, journalist, redacteur voor uitgeverijen, enzovoort. De universiteit was een pragmatische keus, geen roeping of missie. Het stond voor de mogelijkheid van een beter salaris en meer tijd om te schrijven. Ik heb verschillende boeken gepubliceerd, het was de moeite waard. Ik heb een prijsvraag gewonnen, mijn leven is niet veranderd. Het bevalt goed.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;BWJ: De jaren 60 en 70 worden gekarakteriseerd als de periode van sociaal en politiek experimenteren waar de huidige theorie een reflectie van is. Wat zijn volgens jou de belangrijkste verschillen tussen de experimenten in Europa en die in de VS? Het lijkt me dat de situatie in Italie langer radicaal en experimenteel bleef dan in de VS, die zoals jij zegt halverwege de jaren zeventig een periode van &#8220;contrarevolutie&#8221; in ging.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;PV: Tijdens de jaren 60 en 70 had de counterculture veel invloed in de VS en een sterke neiging tot afscheiding, tot de constructie van fragmenten van een alternatieve maatschappij. En natuurlijk was er de politieke opkomst van verschillende &#8220;minderheden.&#8221; De grote gevechten rond werk van de jaren 60 hadden een kleine zichtbaarheid, zeker voor Europeanen, en hoe dan ook hadden ze niet het vermogen om het ensemble van de bewegingen te verenigen. Terugblikkend lijkt het nu dat de decennia 60-70 in de VS de epoche was toen de moderne multitude zich opwierp: niet langer een verenigd volk maar een pluraliteit van heterogene subjecten, trots op hun specificiteit, die zich verzet tegen een eenstemmige synthese.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In Itali&#235; daarentegen, draaide van het begin van de jaren 60 tot het eind van de jaren 70 alles om de gevechten van jonge, ongeschoolde, mobiele werkers die een pesthekel hadden aan hun baan en aan de fabriek. De gevechten van deze werkers die buiten de bonden omgingen, waren het bindende weefsel van alle conflicten. Zelfs feminisme (althans in het begin), zelfs dokters, de precaire professoren in de universiteit en schaapherders op Sardini&#235; hadden dit referentiepunt van &#8220;de grote wanorde&#8221; in de fabrieken. Waar dat vandaan kwam is niet uit een arbeidsidentiteit met alle waarden en tradities die daarbij horen, maar integendeel, uit haat tegenover de werkomstandigheden, en met de bedoeling om een eind te maken aan &#8216;arbeidskracht als (koop)waar' (commodity labor-power, d.w.z. het gegeven dat arbeidskracht verkocht wordt in ruil voor loon - vert.).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De offici&#235;le Italiaanse arbeidersbeweging (de PCI en de vakbonden) hadden altijd wantrouwend gekeken naar de arbeidsconflicten in de VS en ze nooit begrepen. Om een goede reden: het was omdat ze aan de arbeiders, zelfs de ongeschoolde in de Fordistische fabrieken, de taak toeschreven om het &#8220;algemeen belang&#8221; te verdedigen (van het land, van de economie, enzovoort). Toen ze geconfronteerd werden met de &#8220;ego&#239;stische&#8221; ongehoorzaamheid van de werkers in Detroit, die gericht was op hun eigen materiele belangen, waren ze diep geschokt. Jonge Italiaanse werkers waren in die jaren zelf hard bezig om ook &#8220;ego&#239;sten&#8221; te worden, ze besloten om meer te gaan verdienen en minder te werken, zonder al te veel praatjes over het &#8220;algemeen belang&#8221; of, wat dat betreft, het socialisme.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In dit opzicht kon de offici&#235;le vakbondsbeweging, die het Amerikaanse proletariaat niet begreep, ook haar eigen proletariaat niet begrijpen. De jaren 60 en 70 legden het fundament om een eeuw diepe kloof tussen de Amerikaanse en Europese radicale bewegingen te overbruggen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;BWJ: Veel van je werk gaat over het postfordistische paradigma van immateri&#235;le arbeid. Toch zijn er veel linkse intellectuelen die niet geloven in de analytische waarde van het begrip &#8216;postfordisme'. Het zogenaamde postfordisme, zeggen ze, hangt af van oudere industri&#235;le paradigma's, die nu uit het zicht van de westerse wereld zijn geraakt; immateri&#235;le arbeid kan niet hegemoniaal zijn op dezelfde manier als industri&#235;le arbeid dat was volgens Karl Marx. Voor jou daarentegen, is postfordisme niet alleen belangrijk, maar je definieert het zelfs als een soort ethiek, een manier van leven. Hebben die argumenten ten gunste van een meer traditioneel Marxistisch idee dan geen overtuigingskracht meer?&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;PV: Ik heb de term immateri&#235;le arbeid nooit gebruikt; ik vind het een twijfelachtige, theoretisch inconsequente term. Postfordisme kan zeker niet gereduceerd worden tot een serie beroepsgroepen gekenmerkt door intellectuele of creatieve eigenschappen. Het is duidelijk dat werkers in de media, onderzoekers, ingenieurs, milieutechnici, enzovoorts, een minderheid zijn en zullen blijven. Met &#8220;postfordisme&#8221; bedoel ik in plaats daarvan een set eigenschappen die de hele actuele werkende klasse kenmerken, inclusief fruitplukkers en de armste immigranten. Een paar daarvan: het vermogen tijdig te reageren op de continue innovaties in technieken en organisatiemodellen; een opmerkelijk &#8220;opportunisme&#8221; in het manoeuvreren tussen de verschillende mogelijkheden die de arbeidsmarkt biedt; bekendheid met wat mogelijk en onvoorzien is; de minimale ondernemende houding waardoor je kunt inschatten wat op een bepaald moment &#8220;the right thing to do&#8221; is in een niet-lineaire productieve fluctuatie; en ten slotte, een zekere bekendheid met netwerken van informatie en communicatie. Dat is wat ik ermee bedoel.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het zal duidelijk zijn dat dit algemeen-menselijke vermogens zijn, en niet het resultaat van enige vorm van &#8220;specialisatie&#8221;. Ik beweer dat postfordisme alle vermogens mobiliseert die onze soort kenmerken: taal, abstract denken, leervermogen, plasticiteit, de gewoonte om geen vaste gewoontes te hebben. Als ik het heb over een &#8220;massaintellectualiteit&#8221;, dan heb ik het niet over biologen, kunstenaars, wiskundigen enzovoort, maar over het menselijke intellect in het algemeen, over het feit dat het als nooit tevoren aan het werk gezet is.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Als je nauwkeurig kijkt, maakt postfordisme gebruik van vaardigheden die je leert ruimschoots voordat je begint met werken: vaardigheden die ontstaan in de onzekerheid van het stadsleven, door ontworteling, door de schokken van technologische transformaties, en zelfs door videogames en het gebruik van mobiele telefoons. Dat alles ligt aan de basis van postfordistische &#8220;flexibiliteit&#8221;. Deze ervaringen buiten werk worden later, in het productiesysteem dat bekend staat als &#8220;just in time&#8221;, daadwerkelijke beroepsvereisten.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het Europese denken van Nietzsche tot Heidegger beschreef het &#8220;nihilisme&#8221; van de levensvormen buiten de stringente rationaliteit van het productieproces: instabiliteit, onttovering, anonimiteit, en zo voort. Nu, in het postfordisme, is de nihilistische mentaliteit als het ware &#8220;aan het werk gegaan&#8221; - het vormt er een van de cruciale ingredi&#235;nten van. Om succesvol te werken in kantoren en fabrieken moet je bekend zijn met de situatie en het fragiele karakter van iedere toestand.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;BWJ: Ik ben benieuwd naar hoe de Frankfurter Schule in Itali&#235; ontvangen is. Het werk van Walter Benjamin, in de eerste plaats, maar ook van Max Horkheimer en Theodor Adorno, lijkt een belangrijker rol te spelen in Itali&#235; dan bijvoorbeeld in Frankrijk, waar de receptie ervan selectiever was. Tegelijk, specifiek in jouw werk, worden de inzichten van de Frankfurter Schule vaak op hun kop gezet, zoals waar je stelt dat de creatieve communicatievaardigheden die Horkheimer en Adorno in De Dialectiek van de Verlichting beschouwden als &#8216;on-invloedrijke overblijfselen' van een uitgebuite culturele sfeer, in feite &#8216;vol van toekomstige mogelijkheden' zijn.
Mijn nieuwsgierigheid gaat in de eerste plaats uit naar hoe de Frankfurter School ontvangen is bij Italiaans Links? En twee, wat de status is van hun inzichten - die ontstonden met het oog op monopoliekapitalisme - nu we ons bevinden in een periode van mondiaal post-Fordisme?&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;PV: Ik studeerde af op een scriptie over Adorno, over de relatie die in zijn werk tot stand gebracht wordt tussen kenniskritiek en kritiek van de politieke economie. Als het om Benjamin gaat, die is voor mij het beslissende referentiepunt. Ik geloof dat zijn tekst &#8220;On the Concept of History&#8221; de fundamentele tekst is voor een discussie over een specifiek menselijke temporaliteit. Een van mijn eigen boeken, Il ricordo del presente. Saggio sul tempo storico [Het geheugen van het heden: Een Essay over Historische Tijd], pogingen om voort te gaan op het door Benjamin gebaande pad. Maar Benjamin onderscheid zich van Adorno, en nog meer van andere leden van de Frankfurter School, omdat hij probeert om het vraagstuk van emancipatie te ontwarren binnen wat Brecht het &#8216;slechte nieuwe' noemde, bijvoorbeeld technische reproductie of in de emotionele armoede van het leven in de grote stad. Adorno en de anderen veroordeelden het &#8216;slechte nieuwe' als geheel. Daarom komt hun discours over de cultuurindustrie, hoewel scherpzinnig en suggestief, niet tot de essentie; wat wil zeggen, het feit dat de productiemethoden van de cultuurindustrie, meer dan Fordistische homogeniteit te imiteren, de flexibele positie van post-Fordisme anticiperen, zoals het gebruik van communicatieve performance en zelfs improvisatie.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De Italiaanse receptie van de Frankfurter School was nooit veel bijzonders. Het accent werd geplaatst op de kritiek van de consumentenmaatschappij of (met verwijzing naar Marcuse) op de veronderstelde integratie van de werkende klasse. Het accent werd geplaatst op absoluut verkeerde dingen, en interessante ideeen als de kritiek van &#8220;denken gericht op identiteit&#8221; waar Adorno in Negatieve Dialectiek over spreekt, werden terzijde gelaten. De roep van de Frankfurter School is in Itali&#235; vaak misbruikt als alibi om oneindig te weigeren te handelen, en de risico's van publieke actie uit de weg te gaan.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Ik blijf erbij dat wat vandaag mogelijk is om te schrijven, een hedendaagse versie is van Benjamin's essay over technische reproductie, mits door iemand die de achtergrond heeft om alles te apprecieren wat singulier is, onherhaalbaar in elk individueel menselijk bestaan. Als reproductie ooit als resultaat had het aura van uniciteit te onderdrukken dat aan elk werk kleefde, dan is het vandaag nodig om de verbinding te onderzoeken tussen de technische reproductie van elk aspect van onze ervaring, en het ontstaan van een uniciteit zonder aura. Bovendien, in het tijdperk van het intellectuele werk van de massa's, lijkt het me belangrijk om de analyse van Alfred Sohn-Rethel te herlezen (en zeker, verder te ontwikkelen), iemand die een outsider was van de Frankfurter School (maar een aan wie Adorno een grote intellectuele schuld heeft), in het boek Intellectuele en Handmatige Arbeid.2&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;BWJ: Je hebt &#8216;algemeen intellect' beschreven als een ge&#235;xternaliseerde, communale relatie tussen denken en taalpatronen. Jouw observatie is dat dit in twee richtingen kan leiden: naar een nieuwe vorm van een publieke sfeer, geboren uit de &#8216;groeiende tijd van non-werk', of in de richting van een &#8216;publicness without a public sphere', een meer totale vorm van onderdrukking. Mijn vraag luidt: houdt de tweede, onaangenamere mogelijkheid een verband met wat Gilles Deleuze de &#8216;controlemaatschappij' noemde: &#8220;directe sociale engineering, die geen ruimte laat tussen zichzelf en de sociale sfeer... sociale engineering in zijn zuiverste vorm,&#8221; een gebied waar zelfs de vormen van &#8220;spraak en communicatie gecorrumpeerd zijn&#8221;?3&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;PV: Ja dat lijkt me wel. Het Deleuziaanse concept van een &#8216;controlemaatschappij' is een goede beschrijving van de huidige situatie van het &#8216;algemene intellect' waarover Marx sprak (kennis, wetenschap, communicatie): die is de nieuwe primaire productieve kracht geworden, maar is nog geen politieke factor in de zin dat het de basis vormt van een nieuwe publieke sfeer.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het is niet moeilijk om de vormen van verzet binnen en tegen de controlemaatschappij te herkennen. Na Seattle, Genua en Porto Allegre, hebben we het ontstaan meegemaakt van een &#8220;nieuwe sociale en productieve soort&#8221;, massaintellectualiteit, dat wil zeggen de multitude van mannen en vrouwen die, denken en taal gebruikend als werktuig en als ruw materiaal, de authentieke basis vormen van de &#8216;wealth of nations'.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Migranten, precaire werkers van elk soort, grens-arbeiders tussen werk en werkloosheid, seizoensarbeiders bij McDonald's, customer support medewerkers op chatboxen, researchers en informatieexperts: al deze mensen zijn, in hun volle waarde, het &#8216;algemene intellect' waarover Marx het heeft. Dat algemene intellect (kennis, de subjectieve geest van initiatief, &#8216;invention-power') is tegelijk de grootste productieve kracht van het post-Fordistische kapitalisme en de materiele basis om een eind te maken aan de warenmaatschappij en de staat als een sinister &#8220;monopolie van politieke besluiten.&#8221; Aan het eind van de negentiende eeuw waren het typografen, looiers, textielarbeiders - kortgezegd: de leden van de gilden - die ontdekten wat het was dat hen verenigde: het feit dat ze allen de belichaming waren van abstracte besteding van psychofysieke energie, van arbeid-in-het-algemeen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In het hier en nu, een multitude van &#8216;sociale individuen' - die des te trotser worden op hun singulariteit hoe meer ze in samenhang met elkaar samenwerken, interacteren - die zichzelf herkennen als het algemene intellect van de maatschappij. Het &#8216;algemene intellect' - het &#8220;denken dat verlangt en het verlangen dat denkt&#8221;, om Aristoteles zijn prachtige formulering te gebruiken - toont zijn politieke gezicht met de redelijke eis van een universeel basisinkomen en door de weigering van enige vorm van copyright op producten van de gemeenschappelijke hulpbron die de menselijke geest is.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Waar we mee achterblijven is een van de stekeligste problemen: hoe organiseer je een veelvoud van &#8216;sociale individuen' die, althans op dit moment, gefragmenteerd lijkt, die op het niveau van haar bestaansvorm zelf blootstaat aan een soort afpersing - kortom, die onorganiseerbaar lijkt? Massaintellectualiteit als productieve macht blijkt moeilijk om te zetten in politieke macht.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De eerste vraag op de agenda is die van de vormen van strijd. Iedereen die gelooft dat het identificeren van de modaliteiten van het gevecht (zoals de staking, sabotage, enzovoort) niet meer is dan een technisch probleem, een simpel verlengstuk van een politiek programma, die heeft het mis.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In tegendeel, de discussie over vormen van strijd is het meest ingewikkelde, echte criterium van enige politieke theorie met een bepaalde spirit. Entrepreneurialisme, gedeelde kennis, het vermogen om relaties aan te gaan en te interacteren: deze &#8220;professionele gaves&#8221; van de post-Fordistische multitude moeten afschrikwekkende wapens worden, manieren om druk uit te oefenen. De basiseisen - in het kort, het &#8220;wat we willen&#8221; - is totaal afhankelijk van &#8220;hoe we kunnen handelen en doen&#8221; om de iets te veranderen aan de krachtsrelaties in de sociale organisatie van tijd en ruimte. Alles is afhankelijk van het uitvinden van nieuwe vormen van &#8220;picketing&#8221; en &#8220;interne protesten&#8221; die op gelijke voet kunnen staan met de overheersende flexibiliteit en het accumulatiemodel gebaseerd op het algemene intellect.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;BWJ: Als communicatie, evenals affect en bestaansvormen, nu onderdeel zijn van immateriele arbeid, wat betekent dat voor noties als de autonomie of semi-autonomie van individuen, of gebieden van cultuur, zoals kunst?&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;PV: Wat altijd al het geval was, is nu duidelijk zichtbaar geworden: het individu (met zijn of haar autonomie) is een aankomstpunt, een historische gebeurtenis als zodanig, en niet een onbetwistbaar vertrekpunt. Hij of zij is het aankomstpunt aan het eind van een complex proces van individuering, de individuering van universele productiekrachten, anonieme structuren, preindividuele bestaansvormen. De autonomie van het individu is, zo je wilt, het resultaat van politiek conflict, de inzet van het klasseconflict in het post-Fordisme.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wat betreft cultuur en kunst... die zijn integraal onderdeel van menselijke activiteit, van praxis. Je kunt ook zeggen dat ze de plek zijn waar praxis over zichzelf reflecteert en resulteert in zelfrepresentatie. Maar menselijke activiteit als zodanig is als geheel opgenomen in het productieve proces. Om die reden heeft hedendaagse productie ook soms cultureel-esthetische aspecten. Als je vraagt wat het lot van kunst en cultuur in het algemeen zijn, dan stel je eigenlijk de vraag welke vorm menselijke activiteit aan zou kunnen nemen voorbij het tijdperk van loonarbeid.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Cultuur en kunst zijn productieve hulpbronnen geworden. Maar, net als het algemene intellect, kunnen ze getransformeerd worden in politieke hulpbronnen voor de multitude.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;BWJ: In A Grammar of the Multitude heb je het over de notie &#8220;virtuosity&#8221; door middel van het voorbeeld van pianist Glenn Gould, die publieke optredens vermeed, en de voorkeur gaf aan de rol van een werker die opnames produceerde. Een tegenvoorbeeld zou John Cage kunnen zijn, die ondanks dat hij een behoorlijk tal opnames op zijn naam had, niet ophield om ze te minachten als slechts koopwaar, die hij liefst wilde vervangen door continue optreden. Mijn vraag: vanuit het perspectief van een politieke &#8216;virtuositeit', wat gebeurt er dan met het meer traditionele begrip reificatie, verdinglijking? Is het zo dat alle communicatie verdinglijkt raakt, gestructureerd wordt als waar? Of is het eerder dat de waar-vorm zelfs in het economische domein niet langer houdbaar is?&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;PV: Dat is waar; John Cage is het spiegelbeeld van Glenn Gould. Terwijl Gould een hekel had aan de blootstelling aan andermans blikken en liever &#8216;werken' voortbrengt, wilde Cage juist overschakelen naar de activiteit zonder werk die optreden heet. Samen genomen, illustreren ze het verschil tussen de sfeer van productie (poiesis zoals de Grieken het noemden) en de sfeer van publieke actie (praxis).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Waar het gaat om verdinglijking of reificatie, stel ik voor dat we teruggaan naar de oorspronkelijke betekenis van het woord. Res in het Latijn betekent niet alleen &#8216;ding', maar ook &#8216;feit', &#8216;gebeurtenis', &#8216;zichtbare reactie', &#8216;actie'. In het licht van deze brede betekenis, zou &#8216;reificatie' betekenen dat een van deze faculteiten van het menselijke brein zich manifesteert in de wereld der fenomenen, opvalt, of zich aan andermans ogen blootstelt in de publieke sfeer.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Op die manier lijkt &#8216;verdinglijking' me juist iets goeds. Het is een remedie voor de &#8220;mythe van innerlijkheid&#8221;. Ik zou dat begrip dus tegenover vervreemding plaatsen; de laatste duidt op gebrek, onteigening. Een geschikte verdinglijking (dwz, &#8216;the life of the mind' wordt omgezet in feiten of waarneembare acties) zou een middel kunnen zijn om te vechten tegen post-Fordistische vervreemding. Alle hedendaagse communicatie is een veldslag tussen een zinnige verdinglijking en een afschuwlijke vervreemding.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;BWJ: Je hebt op krachtige wijze beschreven hoe volgens jou nieuwe modi van denken en gedrag, of zelfs een &#8220;nieuw gezond verstand&#8221;, vormgegeven zijn door de neoconservatieve reactie van de jaren 1980 en 1990.4 Nu we geconfronteerd worden, enerzijds, door de ree&#235;le mogelijkheid van terroristische aanslagen - 9/11 in New York en recenter, Spanje en Rusland - en anderszijds, met overambitieuze staatsveiligheidsmaatregelen, zie jij daarin een intense periode van veranderende mentaliteiten, gewoonten en gedragswijzen? Gaan we een periode in van een nieuwe cyclus van oppositionele experimentatie, na wat jij noemt het &#8220;lange intermezzo&#8221; van contrarevolutie (na de radicale jaren 1970 - vert.).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;PV: Ik krijg de indruk dat we een nieuwe zeventiende eeuw ingaan. Dat is de vergelijking die ik maak. Wat ik ermee bedoel is een tijdperk van ontzettende opstanden waarin alle categorieen van het publieke leven opnieuw gedefinieerd worden. In 1600, het hart van de religieuze burgeroorlogen, en midden in de opstanden van boeren en handwerkslieden, ten tijde van de bloei van de eerste kapitalistische economie, werden de politieke begrippen vormgegeven die tot op heden geldig waren. Termen zoals soevereiniteit, de centrale staat, legitiem/legaal, het sociale pact, enzovoorts, kregen in die tijd de betekenissen die voor ons vandaag voor zich lijken te spreken. Nu, misschien is er een tijdperk begonnen, vast en zeker een tragische periode, waarin de kompassen en centrale politieke concepten aan het veranderen geslagen zijn. Wat belangrijk is, om te begrijpen, is of in de &#8220;nieuwe zeventiende eeuw&#8221; het laatste woord zal zijn aan Leviathan of aan Exodus.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;BWJ: Commentatoren die spreken over de recente protesten in New York (tegen de Republikeinse Nationale Conventie) toonden zich gefrustreerd omdat ze niet altijd konden bepalen wat de protestgroepen &#8216;vertegenwoordigden'. Het lijkt alsof veel activiteiten begrepen konden worden in termen van een collectieve weigering van de gedragingen en beperkingen die de lokale autoriteiten wilden opleggen: dus, carnaval en feest in plaats van angst, mobiliteit tegenover beperkingen van bewegingsvrijheid. Maar hoe kom je van actief gedrag uit bij politiek effect?&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;PV: De mondiale beweging doet al sinds Seatttle denken aan een soort kapotte, of half-functionerende batterij: hij verzamelt op rusteloze wijze energie maar weet niet hoe en waar hij die moet ontladen. We zien dus een immens hamsteren waar geen investeringen tegenover staan, althans niet op dit moment. Of staan we tegenover een nieuw technologisch apparaat, machtig en geraffineerd, waarvan we de gebruiksaanwijzing wel hebben maar niet gebruiken? De dimensie van symboliek en media is tegelijkertijd een genadig iets en een limiet. Enerzijds, heeft het de accumulatie van energie mogelijk gemaakt; anderszijds, heeft het de toepassing daarvan gehinderd of uitgesteld.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Iedere activist is zich hiervan bewust: de mondiale beweging is er nog niet in geslaagd een effect te hebben - ik bedoel, een effect met de gratie van een bijtend zuur - op de huidige cyclus van kapitalistische accumulatie. Waar komt dat probleem vandaan? Noch de winstmarges noch het functioneren van de macht zijn ook maar in het minste verstoord door de nieuwe mondiale beweging? In welke mate is de symbolisch-communicatieve sfeer tegelijkertijd een authentieke springplank en de bron van onze huidige verlamming?&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De impasse waarin de mondiale beweging zich bevindt komt voort uit zijn inherente implicatie in de actuele productierelaties. Niet uit vervreemding daarvan, of marginaliteit, zoals sommigen denken. De beweging is het conflictuele interface van de post-Fordistische arbeidsprocessen. Het is precies vanwege dit feit, en niet ondanks, dat de beweging zich in het publieke domein presenteert als een ethische beweging.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Ik zal het uitleggen. De huidige kapitalistische productie mobiliseert in haar belang alle attitudes die onze soort kenmerken, en zet op die manier het leven-als-zodanig aan het werk. Nu, als het klopt dat post-Fordistische productie zich &#8220;leven&#8221; toe-eigent - dat wil zeggen, de totaliteit van specifiek menselijke vermogens - dan is het tamelijk voor de hand liggend dat ongehoorzaamheid, rebellie en weigering berusten op precies hetzelfde feit.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Tegenover het leven dat georganiseerd wordt door flexibele productie, plaatsen we dus het idee van een &#8220;goed leven&#8221;. De zoektocht naar een goed leven is inderdaad het thema van ethiek. Hier ligt tegelijk de moeilijkheid en de immens interessante uitdaging. Het primaat van ethiek is het directe resultaat van de materi&#235;le productieverhoudingen. Maar op het eerste gezicht lijkt dit ethische primaat af te wijken van wat het, tegelijk, heeft veroorzaakt. Een ethische beweging vindt het moeilijk om verstoringen aan te richten in de manier waarop vandaag meerwaarde wordt gevormd. De workforce die aan het hart van geglobaliseerd post-Fordisme ligt - precaire, flexibele grensarbeiders die hangen tussen werk en werkloosheid - verdedigt enkele zeer algemene principes ten aanzien van de &#8220;condition humaine&#8221;: vrijheid van taal, het delen van het gemeenschappelijke van kennis, vrede, de veiligstelling van de natuurlijke omgeving, rechtvaardigheid en solidariteit, de aspiratie tot een publieke sfeer waarin de uniciteit van elk singulier bestaan mogelijk en waardevol is.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De ethische aanleg, hoewel die wortelt in de sociale werkdag, vliegt er overheen op grote hoogte, zonder de interne krachtsrelaties die daar werkzaam zijn te wijzigen. Dus wie de ethische focus van de beweging wantrouwt, en denkt dat daarmee de klassestrijd tegen uitbuiting genegeerd wordt, die heeft het mis. Maar ook het omgekeerde is het geval, ook zij hebben het bij het verkeerde eind, die tevreden gesteld door de aanval op het ethische front, denken dat ze categorieen als &#8216;uitbuiting' en &#8216;klassenstrijd' terzijde kunnen schuiven. In beide gevallen laat je daarmee het beslissende punt los: de polemische koppeling tussen de aandrang tot het &#8216;goede leven' (belichaamd door Genua en Porto Allegre) en het leven-aan-het-werk-gezet (het draagpunt van de post-Fordistische onderneming).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Virno doceert filosofie, en is auteur van onder andere het boek A Grammar of the Multitude.&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_ps'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;1. Paolo Virno, Grammatica della moltitudine. Per una analisi delle forme di vita contemporanee (Rome: Derive Approdi, 2003). Published in English as A Grammar of the Multitude: For an Analysis of Contemporary Forms of Life, trans. Isabella Bertoletti, James Cascaito, and Andrea Casson (New York: Semiotext(e), 2004), 59.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;2. Alfred Sohn-Rethel, Geistige und k&#246;rperliche Arbeit. Zur Theorie der gesellschaftlichen Synthesis (Frankfurt: Suhrkamp, 1970). Published in English as Intellectual and Manual Labour: A Critique of Epistemology, trans. Martin Sohn-Rethel (Atlantic Highlands, NJ: Humanities Press, 1978).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;3. Gilles Deleuze, Negotiations, 1972-1990, trans. Martin Joughin (New York: Columbia University Press, 1995), 74, 175.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;4. Paolo Virno, &#8220;Do You Remember Counterrevolution?&#8221; in Radical Thought in Italy: A Potential Politics, ed. Paolo Virno and Michael Hardt (Minneapolis: University of Minnesota Press, 1996), 241.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;vertaling: Thijs Vissia&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Dit artikel werd overgenomen van &lt;a href=&quot;http://www.flexmens.org/&quot;&gt;Flexmens&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		</content:encoded>


		

	</item>



	<item>
		<title>De nieuwe Amerikaanse strategie: oude wijn in oude zakken </title>
		<link>http://yabasta.be/De-nieuwe-Amerikaanse-strategie</link>
		<guid isPermaLink="true">http://yabasta.be/De-nieuwe-Amerikaanse-strategie</guid>
		<dc:date>2007-01-11T21:55:26Z</dc:date>
		<dc:format>text/html</dc:format>
		<dc:language>nl</dc:language>
		<dc:creator>Ludo De Brabander</dc:creator>

<category domain="http://yabasta.be/-oorlog-en-vrede-">oorlog en vrede</category>

		<dc:subject>democratie</dc:subject>
		<dc:subject>globalisering</dc:subject>
		<dc:subject>politieke geschiedenis</dc:subject>
		<dc:subject>vrede</dc:subject>

		<description>Dit artikel verscheen eerder op de website van vzw Vrede en 11.11.11.

-
&lt;a href="http://yabasta.be/-oorlog-en-vrede-" rel="directory"&gt;oorlog en vrede&lt;/a&gt;

/ 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-democratie-+" rel="tag"&gt;democratie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-globalisering-+" rel="tag"&gt;globalisering&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-politieke-geschiedenis-+" rel="tag"&gt;politieke geschiedenis&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-vrede-+" rel="tag"&gt;vrede&lt;/a&gt;

		</description>


 <content:encoded>&lt;div class='rss_chapo'&gt;President Bush heeft zijn langverwachte toespraak gehouden waarin hij zijn &#8216;nieuwe strategie' aankondigt. Er valt echter weinig &#8216;nieuws' te melden. De essentie van wat de Amerikaanse president wist te melden is in enkele woorden samen te vatten: meer militaire troepen en meer veiligheidsinspanningen van de kant van de Iraakse regering. Meer niet.&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_texte'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;span class='spip_document_95 spip_documents spip_documents_left' style='float:left; width:102px;' &gt;
&lt;img src='http://yabasta.be/local/cache-vignettes/L102xH101/jpg_bush_irak-0bf1e.jpg' width='102' height='101' alt=&quot;&quot; style='height:101px;width:102px;' class='' /&gt;&lt;/span&gt;De inhoud van zijn boodschap komt niet echt als een verrassing. George W. Bush bevestigt dat hij vooral een luisterend oor heeft voor de scenario's van de fundamentalistische rechterzijde van het politieke landschap in Washington. Met zijn pleidooi voor meer Amerikaanse troepen voert hij de belangrijkste aanbeveling uit van neoconservatieve denktanks zoals de American Enterprise Institute, die al meer dan een decennium pleiten voor een onverholen imperialistische politiek met een sterke militaire en ideologische ondertoon.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het is nogmaals duidelijk geworden dat het Witte Huis weigert te erkennen dat de invasie en de bezetting van Irak op een grote mislukking is uitgedraaid. Dat het kiest voor het verder zetten van een bezetting waar de overgrote meerderheid van de Irakezen zich tegen kant. De zogenaamde nieuwe strategie dreigt de catastrofe alleen maar groter te maken. Bush vergeet daarbij dat drie kwart van het geweld gericht is tegen de Amerikaanse en Iraakse troepen zoals de Iraqi Study Group van James Baker eind vorig jaar al in zijn geruchtmakende rapport erkende. Van de aanbeveling van deze Iraqi Study Group om naast een geleidelijke terugtrekking tegen begin 2008 ook werk te maken van een Internationale steungroep voor Irak, een diplomatiek initiatief waarbij ook Syri&#235; en Iran zijn betrokken, is geen spoor te bekennen in Bush' magere boodschap die de naam strategie zelfs niet waardig is. Zijn simpele boodschap is dat de VS de (militaire) overwinning moeten halen en de opstand van &#8216;gewetenloze' terroristen en moordenaars met alle middelen neerslaan. De focus van deze &#8216;nieuwe' strategie van &#8216;goed' tegen &#8216;kwaad' ligt op Bagdad en de opstandige provincie Anbar.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De toespraak is een kaakslag voor de Amerikaanse kiezers die onlangs nog via de stembus een duidelijke anti-oorlogsstem uitbrachten. Zonder verpinken zei Bush in zijn toespraak dat het komende jaar zich als &#8216;bloedig en gewelddadig' aankondigt met &#8220;TV-schermen gevuld met beelden van dood en lijden&#8221;. Het lijkt hem niet te deren dat hij en zijn team nu al verantwoordelijk zijn voor meer slachtoffers dan Saddam Hoessein in heel zijn dertig jaar durende carri&#232;re als dictator.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Al jaren horen we het offici&#235;le verhaal dat de Amerikaanse invasie er kwam om de Irakezen te bevrijden. Vele honderdduizenden doden en miljoenen vluchtelingen later weten we wel beter. De bezettingsoorlog is &#233;&#233;n grote leugen. Van in het begin werd de Amerikaanse kiezer er ingeluisd met een nepverhaal over massavernietigingswapens, strijd tegen Al Qaida en de bevrijding van een dictatuur. Met deze toespraak doet president Bush er nog een schep bovenop. De waarheid is dat deze oorlog, die nu al duurder dreigt te worden dan Vietnam, niet te winnen valt, dat zij die deze moorddadige chaos hebben gecre&#235;erd niet tegelijkertijd de redder in nood kunnen spelen. Deze oorlog was er vooral omdat Irak over belangrijke oliereserves beschikt in een olierijke regio. In dat opzicht heeft Bush gelijk als hij zegt dat &#8220;falen in Irak een catastrofe is voor de verenigde Staten&#8221;.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In de Verenigde Staten heeft de vredesbeweging al scherp op de toespraak van Bush gereageerd. Eind deze maand houdt zij een mars op Washington met als belangrijkste eis: een einde maken aan deze rampzalige bezettingsoorlog. De internationale vredesbeweging bereidt zich voor om op 17 en 18 maart, tijdens de vierde verjaardag van de invasie, de terugtrekking te eisen van de buitenlandse bezettingstroepen, ook in Brussel. De democraten die nu over de meerderheid beschikken in het Congres dreigen er ondertussen mee de miljarden dollars aan kredieten die nodig zijn om de bezetting te handhaven, te blokkeren. En dat in een oorlog waar niet alleen het aantal Irakese slachtoffers in crescendo gaat, maar ook de Amerikaanse dodentol stijgt. Genoeg ingredi&#235;nten om de Amerikaanse president vele nachten te laten piekeren. Slaap zacht! Mijnheer de president.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;i class=&quot;spip&quot;&gt;Ludo De Brabander&lt;/i&gt;, Stafmedewerker vzw Vrede&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		
		</content:encoded>


		

	</item>



	<item>
		<title>De paradox van arbeid en werkloosheid.</title>
		<link>http://yabasta.be/De-paradox-van-arbeid-en</link>
		<guid isPermaLink="true">http://yabasta.be/De-paradox-van-arbeid-en</guid>
		<dc:date>2002-10-27T23:00:00Z</dc:date>
		<dc:format>text/html</dc:format>
		<dc:language>nl</dc:language>
		<dc:creator>Roger Jacobs</dc:creator>

<category domain="http://yabasta.be/-arbeid-">arbeid</category>

		<dc:subject>arbeid</dc:subject>
		<dc:subject>economie</dc:subject>
		<dc:subject>globalisering</dc:subject>

		<description>In de twee decennia volgend op de tweede wereldoorlog speelden de Westerse nationale overheden een sleutelrol in de ekonomische funktionering van hun respektievelijke landen. Daarbij lieten ze zich leiden door de beginselen die de Engelse ekonoom J.M. Keynes ontwikkelde in reaktie op de grote krisis van de jaren '30 die massale werkloosheid en politieke instabiliteit teweeggebracht had. &lt;br /&gt;'Keynes verhief de staat tot de centrale investeerder in de nationale ekonomie, waarbij de autonome staat (...)


-
&lt;a href="http://yabasta.be/-arbeid-" rel="directory"&gt;arbeid&lt;/a&gt;

/ 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-arbeid-+" rel="tag"&gt;arbeid&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-economie-+" rel="tag"&gt;economie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-globalisering-+" rel="tag"&gt;globalisering&lt;/a&gt;

		</description>


 <content:encoded>&lt;div class='rss_chapo'&gt;In de twee decennia volgend op de tweede wereldoorlog speelden de Westerse nationale overheden een sleutelrol in de ekonomische funktionering van hun respektievelijke landen. Daarbij lieten ze zich leiden door de beginselen die de Engelse ekonoom J.M. Keynes ontwikkelde in reaktie op de grote krisis van de jaren '30 die massale werkloosheid en politieke instabiliteit teweeggebracht had.&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_texte'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;'Keynes verhief de staat tot de centrale investeerder in de nationale ekonomie, waarbij de autonome staat korrigerend ingrijpt wanneer het marktmechanisme tot onvoldoende werkgelegenheid en deflatie leidt. Door in tijden van krimpende konjunktuur extra te investeren moesten de regeringen een toenemende vraag kre&#235;ren en daardoor voorkomen dat de groei stagneerde. In tijden van hoogkonjunktuur moesten de regeringen de ontstane staatsschuld door middel van hogere belastingsopbrengsten terugdringen, waardoor ook een te sterke opleving van de konjunktuur en inflatie zou worden vermeden. Veel landen stimuleerden bovendien juist die bedrijfstakken waarvan een snelle groei en een toenemende vraag te verwachten viel'. Dit ekonomisch model werd door de oliekrisissen van 1973 en 1979 echter onderuit gehaald: staatstekorten, inflatie en stabiele wisselkoersen leken niet langer beheersbaar te zijn. Er ging een nieuwe politieke wind waaien: in 1979 maakt 'Iron Lady' M. Thatcher haar entree in de Engelse regeringspolitiek en het jaar daarop betrad haar geestesgenoot R. Reagan het Amerikaanse Witte Huis. Als ekonomische raadgevers kozen zij twee herauten van het neo-liberalisme: F.A. von Hayek en M. Friedman. 'Deze theoretici kenden de staat alleen nog de rol van politie-agent toe. Hoe groter de vrijheden waren die priv&#233;-ondernemingen bij investeringen en aktiviteiten zouden genieten des te hoger zouden ook ekonomische groei en welvaart voor iedereen uitvallen, beloofden zij. Vanuit deze premissen ontwikkelden de merendeels ekonomisch liberale, westerse regeringen in de jaren '80 een soort vrijheidsstrijd voor het kapitaal'. (H.-P. Martin, H. Schumann, Globalisering, 1997, pp.145-46)&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Tesamen met de overheid kwam ook het sociale zekerheidssysteem onder vuur te liggen. Neo-liberale kritici gingen zelfs zo ver te beweren dat haar t&#233; gul en passief makend karakter verantwoordelijk zou zijn voor het grote aantal werklozen: i.p.v. mensen 'terug te veren' naar de arbeidsmarkt (haar zogenaamde 'trampoline'-funktie), zou ze deze aantrekken en vasthouden. Haar vangnetten zouden verworden zijn tot hangmatten. Steuntrekkers zouden zich aldus gaan opsluiten in een 'kultuur van de afhankelijkheid'. Deze kritici drongen er dan ook op aan dat deze interne dynamiek, waardoor werklozen zich zouden gaan 'nestelen' in hun situatie, terug zou omgekeerd worden. De sociale zekerheid zou terug moeten gaan fungeren als een tijdelijke bescherming, als overbrugging, naar een nieuwe inpassing in het arbeidsproces. In plaats van 'te ruim' op 'te gemakkelijk' toegankelijke maatschappelijke voorzieningen beroep te doen, zouden de steuntrekkers terug moeten leren de handen uit de mouwen te steken en hun leven een nieuwe koers te geven. Zij moeten terug 'geresponsabiliseerd' worden: wie aanspraak maakt op een uitkering, moet eerst maar eens bewijzen dat hij alles in het werk heeft gesteld om aan werk te geraken. Vanuit deze redenering wordt dan ook gesteld dat de sociale zekerheid niet langer onvoorwaardelijk mag zijn: uitkeringen fungeren als stok achter de deur om een opleiding te volgen, permanent te solliciteren of eventueel een prekaire baan te accepteren. De grote idealen van gelijkheid en solidariteit die aan de basis lagen van de uitbouw van de naoorlogse verzorgingsstaat krijgen nu een disciplinerende invulling, voorzieningen die vroeger een recht waren, krijgen nu het karakter van een plicht. Nieuwe begrippen duiken op die deze evolutie tegelijkertijd moeten kamoefleren &#233;n legitimeren.
Sociale aktivering is zo'n nieuw sleutelwoord dat gekontrasteerd wordt met het vroegere passief makende of 'kompenserende' beleid van de sociale zekerheidsinstanties. In plaats van de uitsluiting financieel te kompenseren, wordt nu gesteld dat de uitgeslotenen terug in staat moeten gesteld worden volwaardig mee te funktioneren in het maatschappelijke bestel. Als methode was de sociale aktivering afkomstig uit de welzijnssektor waar ze een eenduidig emancipatorische betekenis had, nl. de betrokkenen kansen bieden en aanzetten tot emancipatie. Dirk Geldof benadrukt de goede bedoelingen van het oorspronkelijke welzijnsbegrip: 'Vanuit een vertrouwensrelatie worden de mensen in relatie gebracht met mogelijkheden die ze eerst niet kenden of waarvoor ze zich niet kapabel achtten'. Maar van zodra men deze methodiek in het bijstands-en tewerkstellingsbeleid (OCMW, VDAB) gaat inpassen raakt het verweven met andere invullingen en doelstellingen, waarin sprake is van sankties, verplichting en disciplinerende aanpak. Geldof spreekt in dit verband zelfs van een 'pervertering van het oorspronkelijke koncept'.
Een ander sleutelbegrip is 'employability' (tewerkstelbaarheid, inzetbaarheid) dat wijst op de verantwoordelijkheid van elke werknemer voor zijn eigen 'menselijk kapitaal'. Hij dient er voor te zorgen dat hij op eigen initiatief en op eigen kosten zijn kennis en vaardigheden ( waaronder de 'basic skills' die onder de bevoegdheid van de basisedukatie zouden vallen, cfr. de inleiding tot het eerste hoofdstuk) op nivo houdt waardoor de kloof tussen zijn huidige kwalifikaties en de 'eisen van de arbeidsmarkt' niet onoverbrugbaar wordt. In plaats van het vroegere recht op bijscholing, &#233;&#233;n van de verworvenheden van de arbeidersstrijd, komt nu 'de leerplicht van elke individuele werknemer, een werkzaam leven lang'. Twee voorstanders van de nieuwe visie gaven in de Nederlandse 'de Volkskrant' van 7/8/96 een rooskleurig beeld van deze leerplicht: 'De werknemer is in zijn rol van 'leerling' zelf verantwoordelijk voor het op peil houden van zijn kwalifikaties. Dat is immers zijn handelswaar en zijn beste troef voor het verkrijgen of behouden van werk binnen of buiten het bedrijf. De werknemer is als het ware manager van zijn eigen kennis en vaardigheden. Hij heeft met andere woorden een voortdurende plicht tot leren'(geciteerd in: A. Bons, R. Janssen, Werkende Waarden, 1999, p.88). Men kan het begrip echter ook vanuit zijn schaduwkant benaderen, zoals de Franse schrijfster Viviane Forrester in haar bekend boek 'De Terreur van de Ekonomie' (1997) gedaan heeft en zij kwam tot de volgende konklusie: 'Voor de werknemers komt het erop neer dat ze zo goed mogelijk moeten inspelen op veranderingen en grillen van het noodlot, in dit geval van de werkgevers. Zij moeten erop voorbereid zijn voortdurend van werk te veranderen ('zoals je een ander hemd aantrekt', zou oppas Beppa hebben gezegd). Maar tegenover de onzekerheid van de ene baan in de andere te tuimelen, staat de redelijke garantie dat zij in plaats van de verloren baan een andere vinden waarmee zij evengoed in hun levensonderhoud kunnen voorzien (...) En wat die garantie betreft: je kunt op je vingers natellen dat bij de eerste de beste gelegenheid zal blijken dat je daarmee geen nieuwe baan vindt' (p.140).
De in het voorgaande hoofdstuk geschetste evolutie van het geletterheidskoncept naar een 'basic skills'-benadering is dus slechts de uitdrukking van een bredere maatschappelijke evolutie van 'welfare' (welzijn) naar 'workfare' waarvan de essentie weergegeven wordt door slogans als 'geen rechten, zonder plichten', 'voor iets, hoort iets', 'wie niet werkt, zal niet eten' ... Het liberale accent op de individuele verdiensten/
prestaties verdringt de katholieke caritas-idee maar vooral de socialistische idee van de sociale grondrechten.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Workfare-verdedigers zien 'arbeid' als een onontbeerlijk medium om van mensen existentieel gelukkige, ekonomisch nuttige en politiek verantwoordelijke leden van de samenleving te maken. Mensen zonder werk vormen een gevaar voor de kohesie van de samenleving (omdat de stap naar een 'outsider'-positie of zelfs naar een 'outlaw'-positie (kriminaliteit, verslaving, prostitutie) kleiner wordt) &#233;n voor de demokratie (zij laten zich gemakkelijker op sleeptouw nemen door politieke avonturiers van links en van rechts). Arbeid daarentegen zorgt voor bestaanszekerheid, geeft zin en struktuur aan het leven, verhindert sociaal isolement, draagt bij tot zelfbevestiging en maatschappelijke erkenning. Arbeid is een intrinsiek goed: het is slechts middels de arbeid dat mensen zich optimaal kunnen ontplooien tot mondige burgers of tot volwaardige maatschappelijke participanten. Een recent boek van de Vlaamse arbeidssocioloog Ignace Glorieux draagt niet voor niets als titel 'Arbeid als Zingever' (VUB-Press, 1995).
Daarmee plaatsen de workfare-isten zich in de achtenswaardige traditie van de Europese Verlichtingsfilosofie die 'arbeid' herwaardeerde als instrument van beschaving, menswording en emancipatie. Ter illustratie geven wij de arbeidsdefinitie van drie illustere belichamers van deze traditie:&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Karl Marx (1818-1883), de 19-eeuwse arbeidsfilosoof bij uitstek, omschreef de arbeid als het stofwisselingsproces van de mens met de natuur. 'Door zodoende de natuur rondom hem te bewerken en te veranderen, verandert hij tegelijkertijd zijn eigen aard. Hij brengt de sluimerende, potenti&#235;le krachten tot ontwikkeling en hij onderwerpt het spel van deze krachten aan zijn eigen wil' (Het Kapitaal,I, p.116). In het kielzog van Marx' definitie stelt de bekende kritische socioloog en psycho-analyticus Erich Fromm in de jaren '50 van deze eeuw de mens voor als een producerend dier, voor wie arbeid, m&#233;&#233;r is dan louter levensonderhoud. 'Arbeid is ook macht, die hem bevrijdt uit de natuur en omschept tot een sociaal en onafhankelijk wezen. Door te werken, d.w.z. door de wereld buiten zichzelf om te vormen en te veranderen, verandert en vormt de mens ook zichzelf om. Hij stijgt boven de natuur uit door haar in zijn macht te krijgen. Hij ontwikkelt zijn vermogen tot samenwerken, tot redelijk denken en zijn zin voor schoonheid. Hij maakt zich los uit de natuur, uit de oorspronkelijke eenheid met haar maar om zich tegelijkertijd weer met haar te verenigen als haar heerser en bouwmeester. Naarmate zijn arbeid zich ontwikkelt, ontwikkelt zich ook zijn individualiteit. Door de natuur om te vormen en te herscheppen, leert hij gebruik maken van de eigen vermogens, waarbij hij vaardigheid en kreativiteit tot ontplooiing brengt' (E. Fromm, De gezonde Samenleving, pp. 134-35). En voor de meest geciteerde arbeidsfilosoof van het ogenblik, Hannah Arendt (1906-1975), gaat 'arbeiden' gepaard met geluk en is het een onontbeerlijke voorwaarde om de 'vitaliteit' van het leven in stand te houden. 'Op het meest elementaire vlak zijn het 'moeizame zwoegen' voor het zich verschaffen van de noodzakelijke levensbehoeften, en de geneugten van het 'inlijven' ervan aan elkaar gekoppeld in de kringloop van het biologische leven, waarvan het cyklische ritme de unieke rechtlijnige beweging van het menselijke leven conditioneert zodat de volledige uitschakeling van de pijn en de moeite van het arbeiden niet slechts het biologische leven zou beroven van zijn natuurlijke bekoring, maar aan het specifiek menselijke leven alle smaak en alle vitaliteit zou ontnemen. De menselijke konditie houdt in dat moeite en inspanning niet zomaar toevallige symptomen zijn, die weggenomen zouden kunnen worden zonder dat daarmee het leven zelf fundamenteel zou veranderen, veeleer zijn het de vormen waarin het leven zelf, met de noodzaak waaraan het is gebonden, wordt ervaren. Voor stervelingen zou het 'gemakkelijke leven der goden' een gepleisterd graf zijn' (H. Arendt, Vita activa, pp. 119-120).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Workfare-verdedigers bevinden zich hier dus in een zeer respektabel gezelschap, ware het niet dat zij in hun discours een duidelijk ander accent leggen: niet aan arbeid als dusdanig wordt een emanciperend vermogen toegeschreven, maar wel aan een heel specifieke vorm van arbeid (die -alhoewel sterk in het oog springend in onze Westerse samenleving- niet kan vereenzelvigd worden met arbeid zonder meer): de loonarbeid. Boven geciteerde filosofen vatten loonarbeid net op als een zeer verschraalde of vervreemde uitdrukking van arbeid die zou moeten afgeschaft (Marx, Fromm) of sterk teruggedrongen (Arendt) worden om de veelgeprezen funkties van de arbeid waar te laten worden. Niet zo bij onze Vlaamse workfare-isten. Zo schrijft Marc Andries, studiemedewerker van het Vlaams Ekonomisch Verbond: 'In Belgi&#235; is de kans relatief klein dat je werkloos wordt, maar heel groot dat je werkloos blijft als je het eenmaal bent. Dat wijst op een gebrek aan aktivering van werklozen. De overheid heeft te laks toegelaten dat zich bij hun lage scholing ook nog de handikap voegt van een lange werkloosheid, met alle gevolgen vandien. Laat ons er dus samen over denken hoe we die lange werkloosheid door aktiverende maatregelen kunnen vermijden en niet weeklagen over het feit dat die laaggeschoolden aktiever moeten worden. Het komt er volgens mij op aan in de pot van de werkloosheid te blijven roeren en geen bezinksel van langdurige werkloosheid toe te laten. Sociale aktivering is er op gericht werklozen in beweging te houden, klaar te houden voor de arbeidsmarkt, en dat in hun eigen voordeel. Dat impliceert natuurlijk wel de belofte dat we alles in het werk zullen stellen om hen ook regulier aan de slag te helpen'(in: L. Fret, Sociale activering, p.33). En op een andere plaats zegt hij: 'Belangrijk is dat -behoudens uitzonderingen- het doel van deze re&#239;ntegratie-inspanningen de tewerkstelling van deze mensen is in het normale ekonomisch circuit, en niet hun blijvende aanwezigheid in nepstatuten en bezigheidsprogramma's'. UIA-rektor en Vitamine W-promotor Josse Van Steenberge is van oordeel dat er ook nuttige arbeid kan geleverd worden buiten Andries' 'normaal ekonomisch circuit', maar toch weer met dienverstande dat er door derden naar moet gevraagd worden: het moet dus arbeid zijn die 'buiten' in de samenleving gebeurd en waarvoor betaald wordt (door die derden, eventueel aangevuld door de overheid). Zorgarbeid thuis, eigenarbeid of vrijwilligerswerk zijn dan nuttige arbeidsvormen die NIET onder Van Steenberges definitie vallen. 'Elk individu heeft een dubbele taak. De arbeid in je eigen nest wordt niet betaald: je kinderen opvoeden, je moeder verzorgen, je tuin en je huis onderhouden, je was en je plas worden niet vergoed met, bijvoorbeeld, een huishoudelijk loon of een basisinkomen. Daarnaast is er een taak in de samenleving. Als iemand zijn eigen vader niet kan, wil of durft te verzorgen en dat aan een derde overlaat, wordt die derde daarvoor w&#233;l betaald' (Knack, 16/12/98, p.39). Ik verwijs in dit verband naar het artikel van Andr&#233; Gorz, afgedrukt in het derde hoofdstuk, waarin kritiek wordt uitgeoefend op dit soort van voorstellen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Alhoewel men er dus van schijnt uit te gaan dat loonarbeid intrinsiek zingevend is, lijkt een bepaalde fraktie van werklozen ostentatief te kiezen voor een zinloos leven in de maatschappelijke marge van de niet-(loon)arbeid als zij de vrijheid hadden om te kiezen. Het gebruik van min of meer bedekte vormen van dwang wordt dan onvermijdelijk: Andries wil hen een flinke stomp in de rug verkopen ('sankties voor wie het spel niet korrekt kan spelen') terwijl Van Steenberge hen als ondeugende kinderen stevig bij het handje wil nemen ('Vitamine W gaat soms werklozen gewoon iedere dag uit hun bed zetten') om te verhinderen dat vastgeroeste leeglopers verder weg zouden vegeteren in hun arbeidsloos bestaan. Ludo Fret vraagt zich terecht verwonderd af: 'Waarom sanctioneren en disciplineren in de richting van iets wat nochtans alom zo aantrekkelijk genoemd wordt: de arbeid met zijn vele heilzame funkties?' (L. Fret, p.33). Zou het dan toch een antropologisch kenmerk van de soort zijn om zich over te geven aan een leven van ledigheid &amp; luiheid als de overlevingsdwang om de handen uit de mouwen te steken niet meer bestaat? Marc Andries meent van wel: hij neemt aan dat er een kern van waarheid zit in de oude mythe van de 'werkschuwe werkloze', op een andere plaats neemt hij de geladen term van 'werkweigeraar' in de mond (L. Fret, p.39).
Bovengenoemde arbeidsfilosofen zijn alleszins een wat genuanceerder mening toegedaan. Fromm boorde de mythe van de menselijke werkschuwheid bijna een halve eeuw geleden al de grond in waarbij hij 'luiheid' als een eerder uitzonderlijk en psychopathologisch verschijnsel omschreef: 'In werkelijkheid is de verveling, waarbij men niet weet wat men met zichzelf en met het leven beginnen moet, &#233;&#233;n van de ergste vormen van geestelijk lijden. Zou elke beloning van geldelijke of andere aard ontbreken, dan zou de mens er nog hartstochtelijk naar streven zijn energie op de een of andere zinvolle wijze te besteden omdat hij de verveling niet kan verdragen, die van het nietsdoen het gevolg is' (Fromm, p.220). Tegenwoordig zal die energie -via gewenning, verleiding en sanktionering- voornamelijk gekanaliseerd worden naar de loonarbeid, die nog steeds als d&#233; maatschappelijke norm door de toonaangevende sociale krachten in de samenleving gepropageerd wordt. Ik geef een voorbeeld: toen in een niet lang vervlogen verleden in syndikale middens de diskussie over arbeidsduurverkorting nog volop gevoerd werd, stond niet de toename van beschikbare vrije tijd centraal, WEL de schepping van meer arbeidsplaatsen. Die centraliteit van de loonarbeidsnorm uit zich ook in het feit dat vrije tijd slechts als waardevol ervaren wordt in relatie met betaalde arbeid, waardoor het trouwens hoofdzakelijk het karakter van 'luie' tijd krijgt. Dat is alleszins de mening van Hannah Arendt die vrije tijd opvat als rekuperatie-tijd voor de inspanningen die geleverd werden in het arbeidsproces: daarom is het ook in de eerste plaats konsumptieve tijd waarin de negatieve vrijheid (in de zin van: vrij zijn VAN alle inspanningen, wat neerkomt op luiheid) de overhand heeft op positieve vrijheid (vrij zijn VOOR andere zinvolle bezigheden). In haar ogen is luiheid gewoon de keerzijde van de arbeidsmedaille. Omdat vrije tijd enkel waarde heeft in relatie tot werken en niet op zichzelf, heeft de werkloze in feite geen vrije tijd, 'want er is niets waar hij vrij van heeft' (T. Geurtsen, Nachtmerries op een duivels Oorkussen, p.32).
In deze zin kan alleen de werkende 'zalig lui' zijn (op de gedane arbeid volgt de welverdiende rust), terwijl de werkloze zich enkel ziek of dood kan vervelen (eeuwige rust roest). Als er dan toch een fraktie van werklozen bestaat die de uitzichtloosheid van een werkloos bestaan verkiest boven de maatschappelijke waardering die verbonden is met loonarbeid, dan moet de oorzaak niet gezocht worden in een of andere vorm van aangeboren luiheid.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Jarenlang heb ik taalles gegeven aan mannen van de migrantengemeenschap in een Limburgse gemeente, waaronder een aanzienlijk aantal ex-mijnwerkers -in leeftijd varirend van 35 tot 45 jaar- die nog enkele jaren werkloos waren in het vooruitzicht van hun vervroegd pensioen. De meesten onder hen waren niet echt ge&#239;nteresseerd in een nieuwe baan. Ondanks de permanente bestaansonzekerheid (ze moesten rondkomen met een gemiddeld gezinsinkomen van rond de 40.000 Bf en hadden bijna altijd nog verscheidene kleine of opgroeiende kinderen) en de aktiveringsmaatregelen van de VDAB (gesprekken, beroepsopleidingen) had men gebroken met de wereld van de loonarbeid en nam men vrede met een 'sober' leven op het randje van de bestaansonzekerheid. Zin en struktuur werd aan dit leven gegeven door te participeren aan een brede waaier van niet-offici&#235;le arbeidsvormen: eigenarbeid (verbouwing van een oud huis, onderhoud van een moestuin), wederzijdse hulp en burenhulp (vervoer van kinderen naar school, autoreparaties waarvoor de vervangstukken op autokerkhoven bij elkaar gesprokkeld werden (recyklage dus)), vrijwilligersarbeid (een oud gebouw wordt omgebouwd tot moskee die achteraf gezamenlijk onderhouden wordt, men richt een ko&#246;peratieve winkel op) en zwartwerk (kleine klusjes tegen een bescheiden vergoeding). Ik had steeds de indruk dat zij hun handen vol hadden met te trachten het hoofd boven water te houden. Maar de problemen die dit bestaan met zich meebracht wogen blijkbaar op tegen het gebrek aan intrinsieke zinbeleving die ze vroeger ondervonden hadden in hun baan op de reguliere arbeidsmarkt. Vooral ook omdat heel wat van de heilzame funkties van de loonarbeid duidelijk overgenomen werden door hun nieuwe bezigheden: strukturering van het leven, direkt zichtbaar nut van de aktiviteiten, intense sociale kontakten, erkenning binnen de gemeenschap,...&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Deze 'werkweigeraars' zijn dus geen luiaards maar hun levenswijze is als het ware een bedekte vorm van protest tegen het offici&#235;le arbeidsethos dat als een leugen ervaren wordt. I.p.v. als levensverrijkend ondergaat men de loonarbeid als dwang die de eigen mogelijkheden en talenten fnuikt: ontslag wordt ervaren als 'bevrijding' en men is tot veel bereid om deze vrije levensruimte te laten voortduren. Oskar Negt schrijft daarover heel gevat: 'Waar arbeid een vloek is, lijkt rust de meest geschikte menselijke toestand te zijn. Zij wordt vereenzelvigd met vrijheid &amp; geluk' (Lebendige Zeit, enteignete Zeit, 1987, p.180).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Mensen zijn niet lui, willen werken, mogen echter alleen maar werken in een kader waarbinnen arbeid min of meer als dwang ervaren wordt en kijken dan ook met een jaloerse blik naar werklozen die een arbeidsvrij leven kunnen leiden. Mede door een bewuste overheidspolitiek ervaren werklozen hun arbeidsloos bestaan in de eerste plaats als leegte, armoede, sociaal isolement en stigmatisering, waardoor zij op hun beurt met jaloerse blik lonken naar werkenden die over het algemeen bestaanszekerheid genieten gekoppeld aan een zekere status. Hans Achterhuis heeft deze carroussel waarin de werkende werkloos en de werkloze werker wil zijn 'de paradox van arbeid en werkloosheid' genoemd. Uitgaande van een reeks interviews met arbeidsongeschikt verklaarde werknemers bleek dat deze 'in bijna alle gevallen ziek werden door smerig, afmattend, gevaarlijk werk dat meestal in ondergeschikte posities verricht werd. Als lezer kun je niet anders dan konkluderen dat dit soort werk onmenselijk is. Je bent geneigd aan te nemen dat hoe eerder je van dit werk bevrijd bent, hoe beter het is. Dat blijkt echter beslist niet het geval te zijn. De 'bevrijding' van dit werk is voor de betrokkenen nog erger dan het werk zelf. Ze voelen zich plotseling buiten de samenleving geplaatst, allerlei kontakten die ze via hun werk hadden, verdwijnen. Juist uit de leegte waarin ze terechtkomen, blijkt hoe belangrijk de plaats van arbeid in onze samenleving is. Er bestaat m.a.w. een paradoxale spanning tussen arbeid en werkloosheid. Werken is mensbedervend, maar niet werken is ook onmenselijk. Arbeid is ziekmakend, maar tegelijkertijd wordt er als een medicijn naar gesnakt' (Arbeid een eigenaardig Medicijn, pp.32-33).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In de volgende paragrafen willen we dieper ingaan op de historische oorsprong van deze paradox die samenhangt met de geleidelijke aanvaarding van de loonarbeid als overheersende arbeidsvorm in de Westerse samenleving. Speciale aandacht gaat uit naar de rol die het welzijnswerk gespeeld heeft en nog steeds speelt bij het inschakelen van de lagere klassen in de loonarbeid. Tenslotte doen wij enkele (gewaagde) voorstellen ter oplossing van bovenvernoemde paradox: in plaats van eenzijdig de werklozen en bijstandstrekkers te aktiveren, kunnen overheid en werkgevers ook best wat aktivering gebruiken.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;VAN VERZET TEGEN LOONARBEID NAAR ...&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De hoge waardering voor arbeid, en zeker in haar variant van loonarbeid, is een tamelijk recent verschijnsel in de geschiedenis.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In de Middeleeuwen was de vita activa, het aktieve wereldse leven waartoe ook de arbeid behoorde die voorzag in de dagelijkse noden en behoeften, ondergeschikt aan de vita contemplativa, de kontemplatie als levenswijze. Aan de top van de maatschappelijke hi&#235;rarchie stonden daarom de priesters -de bemiddelaars tussen het aardse en het hemelse- die nu reeds de natuur der engelen deelden. Daarom waren ze zuiver van alle bederf en van het vleselijke, wat hen ertoe verplichtte een leven te lijden zonder arbeid en (minder prettig) zonder sexualiteit. Onder hen stonden de adelijke vechtersbazen, de bellatores, zij die verantwoordelijk waren voor de projektie van de hemelse orde op aarde (=vrede) en voor de naleving van de wet: aan deze taken hadden ze hun handen vol en dus behoorde arbeid niet tot hun verplichtingen. De taak om dit ganse maatschappelijke gebouw van levensnoodzakelijkheden te voorzien werd op de schouders geschoven van de 'agricultores' (boeren/slaven). In ruil voor hun onderwerping en een leven-in-kommer-en-kwel mochten ze wel rekenen op de bescherming van de adel en het priesterlijke gebed ter vergeving van hun zonden ...
Arbeid hoorde in de Middeleeuwen dus thuis in de onderste regionen van de samenleving en werd daar ervaren als een opgelegde plicht die eerder een teken van minderwaardigheid dan van respekt was. Deze lage waardering van de arbeid had ook voor gevolg dat arme mensen, die door een speling van het lot niet in hun eigen levensonderhoud konden voorzien, niet tot arbeid gedwongen werden, maar aanspraak konden maken op het (morele) recht om via 'caritas' door de gemeenschap in leven gehouden te worden. Van de armen ging een morele voorbeeldfunktie uit doordat zij alle banden met bezit, macht en aanzien verbroken hadden en daardoor juist de kristelijke normen veel beter in de praktijk brachten dan veel deftige ingezetenen. Deze laatsten hadden er dan ook alle redenen voor om via aalmoezen en giften voldoende 'bewijzen van goed gedrag' te verzamelen met het oog op de Dag van het Laatste Oordeel. De armen fungeerden op die manier als serviele instrumenten voor het zieleheil van de rijken. De middeleeuwse samenleving garandeerde de armen dus een wisselvallige (want afhankelijk van de vrijgevigheid van de rijken) onderstand in een overigens ellendig bestaan, maar hun vrijheid bleef daarbij onaangetast: 'Er werd gegeven omwille van de liefde Gods, zonder dat er aan de armen andere eisen werden gesteld dan een gebedje voor de goede gever' (H. Michielse, Welzijn en Discipline, p.17).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Door allerlei maatschappelijke verschuivingen begint dat middeleeuwse samenlevingsmodel op het einde van de 15de eeuw in zijn voegen te kraken. Het aantal armen nam daardoor dramatisch toe (het gemiddelde aantal bedelaars in de Franse steden steeg in deze periode tot 20%; in het 16de eeuwse Parijs telde men 30 000 bedelaars op 100 000 inwoners). Omdat de charitatieve instellingen deze spektakulaire verhoging in de vraag niet meer aankonden, namen de armen in toenemende mate hun toevlucht tot krimineel gedrag waarbij zij overschakelden op een zwervend bestaan (=vagebonden) om zo de pakkans te verkleinen. De modale burgers in de stad raakten daardoor beklemd in een sfeer van kleine kriminaliteit, hinderlijke overlast en de angst voor besmettelijke ziekten en sociale revoltes die uitging van deze zwalpende, anonieme en ongrijpbare massa's. De 'bedelaar' evolueerde aldus van een op religieuze gronden getolereerde verschijning tot een sociaal veracht menstype. Het nieuwe armendiscours werd gelanceerd vanuit drie machtige aktoren in de vroeg-moderne samenleving. In de eerste plaats zagen de politieke autoriteiten (w.o. de stedelijke overheden) in het hoge aantal, zeer mobiele armen een probleem van 'law and order' waaraan ze met drakonische strafmaatregelen (geseling, verminking, brandmerking en terechtstelling) paal en perk wilden stellen. Deze repressieve armenpolitiek liep mooi parallel met de belangen van de opkomende kapitalistische klasse die nood had aan de vorming van een goedkoop en gedisciplineerd arbeidsreserveleger waarop beroep gedaan kon worden in tijden van ekonomische hoogkonjunktuur. Hier werd het noodzakelijke repressieve kader geschapen ter omvorming van de menselijke levenstijd in arbeidstijd wat in de volgende jaren de expansie van de kapitalistische produktiewijze zou mogelijk maken. Michel Foucault (1926-1984), de bekende historicus van de disciplinaire strategie&#235;n, schreef daarover het volgende: 'Het is onjuist (...) te zeggen dat de konkrete existentie van de mens de arbeid is. Want leven en tijd van de mens zijn niet op grond van hun aard arbeid, het zijn: lust, ongedurigheid, feest, rust, behoeften, toevalligheden, begeerten, gewelddadigheden, roverijen, enz. En deze totaal explosieve, momentane en diskontinue energie moet het kapitaal tot kontinue en voortdurend op de markt aangeboden arbeidskracht transformeren' (Mikrophysik der Macht, p.102). Tenslotte deed zich de invloed gevoelen van de humanistische intellektuelen die voorstanders waren van een ordelijke samenleving met een welopgevoed volk dat, met het oog daarop, aan arbeidsdwang en disciplinerend toezicht onderworpen moest worden. In 1587 gaf de Nederlandse humanist Coornhert zijn toonaangevend boek 'Boeventucht' uit, waarvan de basisstelling luidde dat de mens in staat is de volmaaktheid te bereiken door het goede te beoefenen. Wie daartoe nog niet in staat was 'moest door anderen met disciplinaire middelen als dreiging met straf in het goede spoor gezet worden' (H. Michielse, p.34). Zoals onze voorouders zich tegelijkertijd beschermd hadden tegen wilde dieren en er hun nut uit getrokken hadden, zo zouden ook de onnutte lediggangers en rabauwen getemd moeten worden tot bruikbare arbeidskrachten!
Coornherts idee&#235;n lagen aan de basis van het beruchte Amsterdamse Tuchthuis of Rasphuis (1596), met een vrouwelijk equivalent in het Spinhuis (1597), die in de volgende decennia navolging zouden krijgen in heel Europa (Foucault omschreef deze disciplinaire praktijken als 'De Grote Opsluiting' in zijn boek 'Histoire de la Folie' (1972)). Het spoor van de pure afschrikking werd verlaten t.v.v. de verbetering des harten in de gevolgen van 'des arbeyts heylige slagen'. De bewakers stelden zich niet langer op als beulen, maar als strenge opvoeders die de ingezetenen een deugdzame, gezonde, matige, arbeidzame en godsvruchtige levenswandel trachtten bij te brengen. Deze 'humane' doelstellingen mogen ons echter niet blind maken voor de harde methodes die noodzakelijk geacht werden om ze te realiseren.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Voor degenen die werden opgesloten in tucht-of werkhuizen betekende deze insluiting dat de zweep erover ging. 'De gevangenen moesten werken, hard werken, eentonige arbeid verrichten maar in elk geval ervoor zorgen, dat zij hun eigen kostje verdienden en de resterende exploitatiekosten van het strafinstituur erbij!' Voor wie niet werkte gold het principe van Paulus: 'Wie niet werkt, zal niet eten'. Andere middelen 'om de onwil te breken, de tegenzin in de arbeid in werklust te doen verkeren' waren: geselen met berkenroeden, eenzame opsluiting in de beruchte waterkelder (oftewel pomphuis), welke bestond uit twee vertrekken die door een buizennet met elkaar verbonden waren- 'het eerste diende als reservoir, van waaruit de tuchthuissuppoost het water kon laten stromen in het tweede appartement, waar de gestrafte zat, wiens celletje ingevolge de wet der communicerende vaten wel vol moest lopen, tenzij hij aan de pompzwengel ging hangen en haastig werkte, om het water weer over te hevelen naar het eerste vertrek, waarin het langs andere buizen terugvloeide'. De waterkelder werd pas afgeschaft toen bleek dat velen, door ellende in het tuchthuis bewogen, de verdrinkingsdood verkozen boven een langer verblijf in de inrichting en de straf geen zin meer had' (G. Snels, Arbeidsethos en Arbeidersethos, IK, Winter 1975, p.75).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De verdere expansie van het kapitalisme in de 17de en 18de eeuw hing o.m. af van de vorming van een van haar bestaansmiddelen afgescheiden klasse die op geen andere manier meer in haar levensonderhoud kon voorzien dan door haar arbeidskracht aan te bieden aan de eigenaars van de produktiemiddelen. Een klasse van mensen dus waarvan de arbeidskracht gedegradeerd werd tot een koopwaar die gevraagd en aangeboden werd op een markt; mensen ook die bereid waren zich uit te leveren aan het permanente toezicht van de manufaktuureigenaars of die zich -in een latere fase- wilden verlagen tot machine-aanhangsels in de grote fabrieken. Heel de Moderne Tijd -tussen de 17de en de eerste helft van de 19de eeuw- zou kunnen bestudeerd worden vanuit het perspektief van de strijd die er geleverd werd tussen een subsistentie-bestaan -waarin de mensen in staat zijn grotendeels op eigen krachten in hun levensonderhoud te voorzien- en een loonarbeidersbestaan. Bij het gewone volk was de gedachte diep verankerd dat wie zijn arbeidskracht levenslang tegen geld verkoopt, in feite zichzelf verkoopt en daardoor tot slaaf of hoer degradeert. Die associatie van een loonarbeidersbestaan met totale nooddruft treffen we reeds aan in de Middeleeuwen. Illich doet ons het verhaal van een rijke Italiaanse lakenkoopman in Florence die in 1330 sterft en zijn bezit nalaat ter verdeling onder de behoeftigen van de stad. 17 000 (!) armen werden als wettelijke gegadigden voor de nalatenschap aangeduid, verdeeld over de volgende kategorie&#235;n: wezen, weduwen, slachtoffers van een recente natuurramp, huurders van een woning (!) en ... gezinshoofden die volledig van loonarbeid leefden. Iemand werd dus als heel diep gevallen beschouwd als hij genoodzaakt was om d.m.v. loonarbeid in al zijn levensbehoeften te voorzien. En Illich bekommentarieert: 'Wat men vandaag de dag onder werk bestaat, nl. loonarbeid, was heel de Middeleeuwen door het teken van opperste ellende. Dit soort werk onderscheidde zich zeer duidelijk van tenminste drie andere soorten arbeid: de in en om het huis verrichte werkzaamheden waarmee de meeste mensen in hun levensbehoeften voorzagen en die slechts weinig raakpunten met welke geldekonomie ook hadden; de ambachten van schoenmakers, barbiers of steenhouwers; de diverse vormen van bedelarij waardoor men zich in leven hield met hetgeen anderen met hen deelden. Als iemand in loondienst werkte, niet slechts bij tijd en wijle als lid van een huishouden, maar dag in dag uit om zich in leven te houden, dan gaf hij daarmee de samenleving duidelijk te kennen dat hij, net als een weduwe of een wees, geen eigen plaats had, geen huishouden, en dus op steun van de samenleving was aangewezen' (I.Illich, Schaduwarbeid, pp.95-96).
De Duitse historicus J&#252;rgen Kuczynski verhaalt hoe in het Engeland van de 17de eeuw het werken in de centrale manufaktuur beschouwd werd als een minderwaardige bezigheid, die een fatsoenlijk mens niet past. Jonge meisjes die in een centrale manufaktuur werkten werden als nauwelijks verschillend van publieke vrouwen beschouwd. Zoals prostituees zich tegen betaling uitleveren aan de grillen van hun klanten, zo leveren loonarbeid(st)ers zich over aan de grieven van hun bazen. Ook mijnwerkers, metaalbewerkers en wevers -voorlopers van de latere arbeidersklasse-werden vaak beschouwd als een ras van wilden, die in wezen buiten de gevestigde maatschappij stonden. In bepaalde Schotse dorpen bestond in de 18de eeuw een bepaling die verbood dat dat een dode mijnwerker in dezelfde aarde begraven werd als een vrije werkman. Maar we moeten de sprekende voorbeelden niet zo ver weg in de tijd en de ruimte gaan zoeken. Als inwoner van Limburg -waar de industrialisatie pas in het begin van deze eeuw op gang kwam- en als nazaat van een geslacht van keuterboeren kan ik me nog heel goed de weerstand voor de geest halen die loonarbeid opriep bij de mannelijke helft van de familie. Mijn grootvader werkte met grote tegenzin als seizoenarbeider in de winter op de mijn: niets -ook het protest van mijn grootmoeder niet- kon hem echter tegenhouden om in de lente terug zijn weinig lonende werk op het land te hervatten. Ook mijn vader hield dat wisselende bestaan vol tot in 1951 (hij was toen reeds 38 jaar): dat was niet toevallig zowel zijn trouwjaar als de start van een levenslange carri&#232;re als fabrieksarbeider. Twee ooms werkten een tiental jaren in de mijn tot ze voldoende gespaard hadden om 'terug baas te worden van zichzelf', de een als landbouwer de ander als zelfstandige. Het waren vooral de vrouwen die hun mannen aanzetten om op de mijn te gaan werken: wat de vrouwen als een promotie beschouwden (een regelmatig inkomen in baar geld en een bevrijding van de veeleisende boerenstiel) ondergingen de mannen als een degradatie (het opgeven van hun zelfstandigheid in ruil voor wat centen en een 'hondenbestaan'). Een oude Limburgse mijnwerker drukte dat plastisch uit: 'In 't begin werd een mijnwerker beschouwd als een hond. Geen enkel meisje mocht met een koolputter meegaan. Dat bestond niet. Mijnwerkers waren slecht en gemeen volk. Ik weet nog goed dat de pastoor zijn parochianen vanop de preekstoel toeschreeuwde: 'Meisjes, onthoudt U van de mijnwerkers, want het zijn duivels. Zij gaan met satan om!' (...) Maar de meisjes zagen ook wel dat de koolputtersvrouwen schoner gekleed waren. Mijnwerkersvrouwen waren in hun ogen madammekes en de boerinnekes waren slaven. Die meisjes dachten: 'Ik pak een koolputter en geen boer, want anders moet ik heel mijn leven werken en bij een koolputter ben ik een madame' (Mijnen. Limburgse Koolputters spreken, EPO, 1981, zonder paginering).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Een kapitalistische ekonomie gebaseerd op loonarbeid heeft een heel specifiek arbeidsethos nodig om te kunnen funktioneren: van de arbeider wordt verwacht dat hij zijn werk doet alsof het een doel-op-zich is, een roeping of beroep. De loonarbeider moet gedreven worden door een verinnerlijkte, onbegrensde prestatiedrang. Hij moet zich laten leiden door de vraag: 'Hoeveel kan ik meer verdienen (en luxueuzer leven) als ik zo lang mogelijk werk?' Voor ons is dat een evidentie geworden, maar de pre-kapitalistische mensen dreven voort op een totaal ander, traditionalistisch arbeidsethos waardoor er slechts zo hard gewerkt werd als nodig was om het geld te verdienen ter voortzetting van de traditionele levenswijze. Zolang de mens als boer of als thuiswerker zelf meester was over de aanwending van zijn arbeidskracht stemde hij zijn arbeidsduur-en ritme af op het inkomen dat hij nodig achtte om aan zijn -door de traditie vastgelegde- behoeften te voldoen. Bij hem staat de vraag centraal: 'Hoeveel moet ik werken om genoeg te verdienen om mijn (vast pakket) behoeften te bevredigen?'. Het is juist deze traditionalistische arbeidsmoraal die door de eerste generaties fabriekseigenaars gehekeld werd als de voornaamste rem op de industri&#235;le expansie. Nog in 1902 klaagden Engelse scheepsbouwers over het gebrekkige (kapitalistische) arbeidsethos van hun werklieden: 'Als de Engelse, resp. Schotse arbeider in drie tot vier dagen zoveel verdient dat hij er ook de rest van de week van kan leven, dan heeft hij meestal geen zin ook de andere dagen nog te werken. Hij maakt niet alleen een 'blauwe maandag', maar ook een 'blauwe dinsdag' en zelfs af en toe een 'blauwe woensdag' (G. Snels, p.68).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het bleek mogelijk te zijn hele gemeenschappen op een paar generaties tijds los te scheuren uit hun subsistentie-bestaan en afhankelijk te maken van loonarbeid. Het is echter een proces van eeuwen (dat zelfs nu nog niet volledig ten einde is) gebleken vooraleer er een 'sociaal karakter' kon geschapen worden waardoor de mensen niet langer via externe dwang maar door een innerlijke motivatie tot de arbeid konden gedreven worden, zoals die opgelegd werd door de nieuwe kapitalistische orde. De reeds geciteerde Erich Fromm schrijft: 'De moderne industri&#235;le samenleving zou bijvoorbeeld nooit haar doel bereikt hebben, indien zij niet in een tot dusver ongekende mate de arbeidsenergie van vrije mensen had weten te mobiliseren. De mens moest daartoe gekneed worden tot een persoonlijkheidsstruktuur, waarin hij bereid en zelfs begerig was, zijn meeste energie aan de arbeid te besteden en bovendien een voordien ongekende mate van discipline en vooral orde en stiptheid ontwikkelde. Het zou zeker niet voldoende geweest zijn, indien elk individu iedere dag weer bewust met zichzelf moest overleggen of hij wel wenste te werken, of op tijd wenste te zijn en zo meer, daar een dergelijk overleg meer uitzonderingen ten gevolge zou hebben, dan het soepel funktioneren van de samenleving zou kunnen verdragen. Maar ook bedreiging en geweld zouden als stimulans gefaald hebben, gezien de sterk gedifferentieerde en gekompliceerde taken van de moderne industri&#235;le samenleving, die op den duur door vrije mensen i.p.v. op basis van gedwongen arbeid vervuld moeten kunnen worden. De noodzakelijkheid van arbeid, stiptheid en ordelijkheid moesten worden omgezet in een innerlijke dwang. Dit betekende dat de samenleving een sociaal karakter moest scheppen, waarin deze neigingen zouden zijn ingebed' (Fromm, De gezonde Samenleving, p.68).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;...HET RECHT OP LOONARBEID&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In de beginfase van het kapitalisme (17de eeuw) zou vooral de godsdienst een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van dit 'sociaal karakter'. Zo huldigde het Calvinistische protestantisme een predestinatie-leer die ervan uitging dat een succesrijk aards leven een indikatie was van het feit dat God het eigen nietig persoontje welgevallig was en dat men dus behoorde tot de uitgelezen schare der Uitverkorenen. 'Het resultaat van deze aktiviteit, succes of mislukking, besliste over zijn zieleheil en was een aanwijzing of hij tot de geredde of tot de verdoemde zielen behoorde. In plaats van een op zichzelf bevredigende en aangename bezigheid te zijn, werd arbeid nu tot een plicht en een obsessie' (Fromm, De gezonde samenleving, p.135). Deze religieuze legitimaties wierpen echter alleen maar vruchten af in de hogere en middenklassen voor wie het kriterium van succes in zakendoen relevantie bezat. Dat ging niet op voor de eenvoudige loonarbeider die met zijn 16 uur arbeid per dag God niet wilde dienen en evenmin gebukt ging onder de twijfel van al dan niet tot de Uitverkorenen te behoren. Voor hem bleef loonarbeid dwangarbeid die hij enkel verrichte omdat hij noodgedwongen zijn energie verkopen moest aan degenen die over de middelen beschikten om haar te exploiteren.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het waren vooral de theoretci van het socialisme, Karl Marx op kop, die via hun invloed op de syndikale beweging en de sociaal-demokratie, het nieuwe arbeidsethos ingang deden vinden bij het 19-eeuwse proletariaat. Marx was door zijn historische en ekonomische studies beter dan wie ook van zijn intellektuele tijdegenoten op de hoogte van de grondige aversie van de loonarbeider voor zijn werk. Marx sprak over de 'vervreemding' van de arbeid die hierin bestaat 'dat de arbeid voor de arbeider iets uiterlijks is, dat niet tot zijn wezen behoort; dat hij in zijn arbeid zichzelf niet bevestigt, maar ontkent; zich niet gelukkig voelt, maar ongelukkig; zijn fysieke en geestelijke energie niet op een vrije manier ontplooit, maar zijn fysieke natuur afmat en zijn geesteskracht uitput. Daarom voelt de arbeider zich alleen buiten zijn arbeid zichzelf, maar in het produktieproces van zichzelf losgescheurd. Hij is bij zichzelf als hij niet werkt, wanneer hij werkt is hij niet bij zichzelf. Daarom is zijn arbeid niet vrijwillig, het is dwangarbeid. Het is geen bevrediging van de behoefte tot werk, maar slechts een middel tot bevrediging van allerlei andere behoeften, behalve de behoefte aan werk' (Ekonomisch-filosofische Manuskripten 1844, pp. 69-70).
Marx bevestigde dat arbeid onder het kapitalisme inderdaad een verderfelijke bron van ellende en slavernij is, maar tegelijkertijd dat het een noodzakelijke doorgangsfase was op weg naar het kommunisme. Binnen het kader van zijn vooruitgangsgeloof was het de taak van het kapitalisme om de maatschappelijke produktiekrachten dusdanig te ontwikkelen dat de schaarste opgeheven werd waardoor de materi&#235;le basis gelegd zou worden voor de totstandbrenging van het kommunisme. Daarom steunde hij ook de produktieve burgerij in haar strijd tegen de niet-produktieve feodale klassen (adel en geestelijkheid). Maar eens het kommunisme gerealiseerd kon de arbeid van haar vervreemdende kapitalistische effekten ontdaan worden en daardoor haar louter extrinsieke waarde verliezen. De kommunistische mens van de toekomst zou zich volledig kunnen ontplooien in zijn arbeid. Arbeid zou onder die omstandigheden een eerste levensbehoefte worden: er zal niet meer gewerkt worden om te leven (zoals onder het kapitalisme) maar er zal geleefd worden om te werken. De socialisten droegen er dus in belangrijke mate toe bij de angel uit het 19-eeuwse verzet tegen de loonarbeid te verwijderen (cfr. hun verontwaardigde afkeuring van de Luddieten, een vroeg 19-eeuwse Engelse protestbeweging die het gemunt had op machines en fabriekshallen) door hun impliciete erkenning van een kapitalistsche doorgangsfase naar het socialisme. De subversie veranderde van ori&#235;ntatie: verzet tegen loonarbeid ruimde plaats voor het opeisen van het recht op loonarbeid.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Deze ideologische acceptatie van het loonarbeidssysteem vond in de 20ste eeuw haar materi&#235;le bezegeling in het zogenaamde Fordistische samenlevingsmodel waarin massaproduktie en massakonsumptie op elkaar afgestemd werden door een aktief optredende overheid. De staat zou er in het vervolg garant voor staan dat zowel werkenden als niet-werkenden (werklozen, zieken, arbeidsongeschikten, ouderen, ...) aanspraak zouden kunnen maken op een gestadig groeiend aandeel van de expanderende welvaartskoek. De term 'Fordistisch' verwijst naar de Amerikaanse autofabrikant Henry Ford die reeds voor de eerste wereldoorlog een begin maakte met de totale mechanisering, standaardisering en rationalisering van het produktieproces. Dit leidde enerzijds tot een enorme verhoging van de jaarlijkse produktie (van 200.000 auto's in 1913 naar 2.000.000 in 1923), maar tegelijkertijd werd de vervreemding van de arbeid via Taylorisme (=timing van gefragmenteerde arbeidshandelingen) en lopende band tot in zijn uiterste konsekwenties doorgevoerd. De ambachtelijk geschoolde vakarbeiders, die een centrale positie hadden ingenomen in het 19-eeuwse produktie-apparaat en die hun geluk en trots vonden in hun kennis en vaardigheden, moesten plaats ruimen voor de 'massa-arbeiders', hoofdzakelijk ongeschoolde werkkrachten die totaal onverschillig stonden tegenover de inhoud van hun arbeid en enkel genteresseerd waren in het loonzakje op het einde van de maand. Ford wist dit en kompenseerde de ontmenselijking van het arbeidsproces met een spektakulaire loonsverhoging. In 1914 was hij de eerste industrieel die een algemeen loonakkoord afsloot waarbij het dagloon van de arbeiders bijna verdubbeld werd (de beroemde 'Five Dollars Day'). Hoge lonen waren in de ogen van Ford noodzakelijk enerzijds om de loyaliteit van de arbeiders af te kopen ('vuiligheid, ge&#239;mmigreerde arbeiders, achterbuurten, korruptie en geweld ... ongevallen aan de lopende band. Een ideaal terrein voor syndikalisme en radikalisme') en anderzijds om de massa-konsumptie mogelijk te maken van de goederen die nu en masse geproduceerd werden ('alle aankopen van de rijken zouden niet voldoende zijn om &#233;&#233;n enkele industrie draaiende te houden'). In deze periode was de traditionalistische afkeer van loonarbeid nog sterk genoeg om Ford ertoe te bewegen een professionele welzijnsafdeling op te richten die het gedrag en het uitgave-patroon van zijn fabrieksarbeiders streng in het oog hield en zo nodig sanktioneerde. 'De multinationale arbeidersklasse (Russen, Polen, Kroaten, Hongaren, Italianen) van de Ford moest gemodelleerd worden naar het voorbeeld van Henry Ford zelf -een man die hard werkte, niet rookte en dronk en dat ook van zijn arbeiders verwachtte. Daartoe werd het 'Sociological Department' opgericht, 'om de vormeloze massa om te vormen tot een gezond, welopgevoed geheel'. Dit instituut ging zich bezighouden met de opvoeding, de 'amerikanisering' van de buitenlandse massa-arbeiders (en werd dan ook later omgedoopt in 'Educational Department'). Het 'Sociological Department' gebruikte het loon als chantagemiddel bij zijn opvoedingspraktijken. Het zette de kontrole over de loonarbeid voort tot buiten het werk (huwelijk, behuizing, drankgebruik, financi&#235;le adviezen, enz.). Elke Ford-arbeider kreeg te zijner tijd bezoek van de sociologen. En o wee! als er iets niet in orde was. Dat 'iets' kon van alles zijn: smerig huishouden, ongezond eten, kostgangers in huis hebben, te veel geld overmaken naar familieleden thuis (want hoe meer geld naar het buitenland werd overgemaakt, hoe minder er overbleef voor de aanschaf van een Fordje), overmatig drankgebruik, huwelijksproblemen, enz. -niets bleef deze lieden verborgen. Werd een arbeider nu op een van de genoemde punten 'schuldig' bevonden, dan werd hij veroordeeld, d.w.z. gediskwalificeerd voor het 5-dollar-minimum. Dat betekende dat zo iemand op proef kwam en regelmatig gekontroleerd werd op mogelijke verbeteringen. In de tussentijd werd hem dus loon ingehouden. Verbeterde hij nu binnen 30 dagen zijn slechte gewoontes of de huiselijke omstandigheden, dan kreeg hij het ingehouden geld volledig terug; duurde het verbeteringsproces 60 dagen, dan 3/4 van het ingehouden bedrag; bij een duur van 5 maanden, nog maar 1/4; was er na 6 maanden nog geen verbetering, dan werd zo iemand eruit gegooid en werd het ingehouden loon gebruikt voor liefdadigheid! Zo wilde Ford zijn arbeiders opvoeden tot verantwoordelijke arbeiders en staatsburgers. Als ze eenmaal geleerd hadden hun loon op de juiste manier te besteden, konden ze een fatsoenlijk bestaan opbouwen en zou de 'liefde tot de arbeid' vanzelf komen. Waar geen arbeidsethos bestaat, moet het afgedwongen worden' (G. Snels, II, pp. 48-49).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In het Fordistische arbeidskoncept werd het vervreemdende en intrinsiek onbevredigend karakter van de arbeid gekompenseerd door een voldoende hoog inkomen en ook door baanzekerheid (als men gedisciplineerd genoeg was om zich aan de regels te houden) wat de realisatie van een zekere levensvoldoening toeliet in de vrije tijd. Arbeid werd door de Fordistische arbeider niet ervaren als een medium van zelfontplooiing of van zelfrespekt, maar als een onontbeerlijk 'middel' tot iets dat buiten het arbeidsproces lag. Arbeid was dus een extrinsieke waarde en kon best gepaard gaan met het ideaal van de volslagen luiheid (volgens H. Arendt) en soms zelfs -dieper geworteld en onbewuster- haat tegenover de arbeid (volgens E. Fromm). Wij illustreren dit met een Amerikaans arbeiders- onderzoek uit 1946 en een Nederlands onderzoek uit 1971, twee data waarmee het tijdperk van het Fordistische arbeidskoncept afgegrensd kan worden: 'Voor de grote meerderheid van de arbeiders in de automobielindustrie ligt de enige betekenis van de arbeid in het loonzakje, niet in iets anders, dat met de arbeid of met het produkt zelf te maken heeft. Arbeid wordt ondervonden als iets onnatuurlijks, een onaangename, zinloze en afstompende noodzaak om het loonzakje te verkrijgen, evenzeer gespeend van waardigheid als van belangrijkheid' (P. Drucker, geciteerd in E. Fromm, p.137).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;'Iemand die fabrieksarbeid doet, meet zich niet aan zijn arbeid, zoals een ondernemer of een ambachtsman. Zijn arbeidsgenoegen put hij veeleer uit hobby's (die hij juist niet als arbeid ziet, terwijl ze vaak bestaan uit bezigheden die voor anderen wel deel van hun werk zijn), zijn verantwoordelijkheidszin krijgt gestalte tegenover het gezin, zijn gevoel voor eigenwaarde ontleent hij mede aan de waardering van buurtgenoten en familieleden. Het werk doet er voor het gevoel niet zoveel toe, het is noodzakelijke bestaansvoorwaarde om het leven elders mogelijk te maken. Zo knapt de arbeider dus acht uur per dag met betrekkelijke gelatenheid het karwei op, zoals zoveel mensen op gezette tijden een noodzakelijke corvee verrichten. Voor elke afzonderlijke arbeider doet zich immers geen andere mogelijkheid voor om zich en de zijnen in het levensonderhoud te voorzien (...). Hij is bereid zijn werk te beschouwen als niets anders dan offer voor de opbrengst van vrije tijd en welstand, juist zoals in het ekonomisch systeem die arbeid alleen geldt als offer voor de produktie. Meer verwachten de meeste arbeiders er niet van' (A. de Swaan, Een Boterham met Tevredenheid, pp. 17-18).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Die gelatenheid van de arbeiders t.a.v. hun werk zou in de jaren '60 en '70 steeds meer de plaats ruimen voor onvrede die zich in tijden van hoogkonjunktuur en praktisch volledige werkgelegenheid, vertaalde in steeds verdergaande looneisen en eisen omtrent arbeidsomstandigheden en arbeidsorganisatie. Legale uilaatkleppen via syndikale akties en onderhandelingen werden gekoppeld aan minder hanteerbare en beheersbare ondergrondse verzetsvormen. Geoff Brown, auteur van een standaardwerk over sabotage in de moderne industrie, schreef in 1977: 'Voor de beheerders van autofabrieken is sabotage ongetwijfeld een sociaal probleem, voor de 'saboteurs' in kwestie is het werk zelf het probleem' (p.376). Een indikatie voor het snel afbrokkelende arbeidsethos in deze periode!&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Vanaf het midden van de zeventiger jaren zijn we enerzijds getuige van de ontmanteling van het Fordistische arbeidskoncept onder invloed van de ekonomische krisis en van de radikale omslag in de ekonomische politiek van de overheid. Anderzijds doet er zich ook een kulturele verschuiving voor waardoor iemands arbeid -veel meer dan vroeger- bepalend wordt voor diens identiteit.
Wat het ekonomische luik betreft: de overheid trekt zich terug uit het ekonomische leven als garant van de volledige werkgelegenheid. Een hoge strukturele werkloosheid heeft tot gevolg dat er een neerwaartse druk wordt uitgeoefend op de lonen, dat de arbeidsomstandigheden in negatieve zin evolueren (verhoging van de werkdruk, flexibilisering, ...) en dat de (angst voor) bestaansonzekerheid toeneemt. De traditionele Fordistische kompensatiemechanismen voor het intrinsiek onbevredigend karakter van de arbeid (hoge lonen, baanzekerheid,...) doen het dus niet meer.
Tegelijkertijd rommelt het op het kulturele front wat vooral een weerslag heeft op het arbeidsethos. De algemene demokratisering (o.a. van het onderwijs), het ontzuilingsproces en de aantasting van de traditionele sociale verbanden maken dat de traditionele identiteitsontwikkeling bij jongeren geleidelijkaan plaats ruimt voor een moderne. Dat vraagt enige uitleg. Vroeger ontleenden jongeren hun identiteit aan het milieu waarin ze opgroeiden: de waarden, normen en denkbeelden van dit milieu werden als vanzelfsprekend verinnerlijkt en zij bepaalden ook grotendeels hoe het het verdere volwassen leven van deze jongeren eruit zou zien. Vanaf de geboorte was men ingespannen in een netwerk van onderlinge betrekkingen dat bepaalde welke behoeften en aspiraties als realistisch mochten beschouwd worden. Een jongere uit de arbeidersklasse kon misschien hopen op een minder zware of 'vuile' en een beter verloonde job dan die van de vader, maar er kon niet aan getwijfeld worden dat gezwoeg in de fabriek een stempel zou drukken op een groot deel van zijn volwassen leven. Men wist wat er te wachten stond en dat vergemakkelijkte ook de acceptatie ervan. Bij de moderne identiteitsontwikkeling staat de gedachte centraal dat iedereen zelf sturing moet geven aan zijn levensloop in voortdurende kritische dialoog met zijn omgeving. Die omgeving zal in belangrijke mate een arbeidsomgeving zijn die dan ook de gelegenheid moet bieden om de (eventueel verborgen) talenten en kwaliteiten van jonge werknemers tot ontplooiing te laten komen. Arbeid moet voldoende gekwalificeerd zijn om de kompetenties van de jongeren tot hun recht te laten komen. De Nederlandse jeugdsocioloog L. Veendrinck spreekt over arbeid met een voldoende hoog ontwikkelingskarakter en een laag lastkarakter.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;'In dit ontwikkelingskarakter heeft de arbeid een eigen inhoudelijke waarde voor de werknemer. Deze waarde zit allereerst in het feit dat de werknemer zijn arbeidskompetentie kwijt kan in zijn werk; ten tweede in het gegeven dat zijn arbeidskompetentie toeneemt en daardoor, letterlijk en figuurlijk, steeds meer waard wordt; ten derde in de positieve uitstraling die hiervan uitgaat naar het leven buiten zijn werk. Vaardigheden en kennis die binnen de arbeid zijn ontwikkeld kunnen immers ook op andere levensgebieden worden gebruikt'.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het lastkarakter van de arbeid is het negatieve spiegelbeeld van het ontwikkelingskarakter: 'De werknemer kan zijn arbeidskompetentie te weinig en vaak slechts een- zijdig gebruiken, waardoor deze op lange termijn afneemt. Zijn kompetentie wordt daardoor steeds minder waard. Daarnaast heeft de arbeid in haar lastkarakter een negatieve uitstraling naar het leven buiten de arbeid vanwege het verhoogde risiko op overbelasting' (L. Veendrick, Het Loon van de Last, 1993, p.320).
De hedendaagse ekonomie heeft voor laaggeschoolden echter hoofdzakelijk banen met een laag ontwikkelingskarakter en een hoog lastkarakter (we komen daar uitgebreid op terug in het volgende hoofdstuk van dit boek) in petto, zonder dat dit negatieve komponent nog voldoende gekompenseerd wordt door behoorlijke arbeidsvoorwaarden -en omstandigheden. In zijn onderzoek naar de relatie tussen arbeidssituatie en identiteitsontwikkeling bij laaggeschoolde jongeren, wijst Veendrick op de schizofrene situatie waarin deze moeten leven: individuele zelfontplooiing -ook en misschien zelfs vooral via reguliere arbeid- is de officieuze ideologie van de Westerse samenleving, maar tegelijkertijd koppelt men hen aan jobs waarin van zelfontplooiing geen sprake kan zijn. Hij zegt daarover: 'Binnen het werk is er over het algemeen weinig erkenning voor hun subjektiviteit. Ze worden geobjektiveerd tot anonieme arbeidskrachten die gemakkelijk inwisselbaar zijn en waarvan vooral tempo en discipline worden gevraagd. Binnen dit werk voelen jongeren zich aangesproken als identiteitsloze objekten, terwijl daarbuiten van hen meer en meer gevraagd wordt een eigen herkenbaar gezicht te laten zien. Als gevolg hiervan zal voor hen het kontrast tussen het leven op de werkvloer en het leven daarbuiten steeds groter worden'
(p.326). Deze jongeren voelen zich beetgenomen door het discours over 'arbeid als zingever' en zijn geneigd elk incident aan te grijpen om de plaat te poetsen en definitief af te haken.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;WELZIJNSWERK EN LOONARBEID&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In de vorige paragrafen hebben we geschetst hoe de Westerse samenleving in de laaatste vier eeuwen evolueerde van een verzetshouding t.a.v. loonarbeid tot een nagenoeg volledige, zij het halfslachtige acceptatie ervan. Het welzijnswerk heeft een aktief aandeel gehad in deze evolutie. Hans Achterhuis schrijft daarover: 'Vanaf het ontstaan ervan heeft het welzijnswerk juist als belangrijkste taak de problemen rond de twee kapitalistische vormen van arbeid (loonarbeid en huishoudelijke arbeid) aan te vatten en deze twee vormen van arbeid aktief te bevorderen. Hierdoor is het welzijnswerk, niet alleen in het verleden moor ook in het heden, onlosmakelijk verknoopt met het typische westerse arbeidsethos' (p.17). Met de veranderende houding van de arbeidende bevolking t.o.v. loonarbeid veranderde ook deze welzijnsstrategie&#235;n: harde dwangmaatregelen ruimen steeds meer plaats voor zelfdisciplinering.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In de beginfase van het industri&#235;le kapitalisme (18-19de eeuw) wordt niet het fenomeen van de armoede als het maatschappelijke probleem gezien, maar wel de armen zelf. Hun ellende wordt gezien als het gevolg van hun onzedelijkheid: van ondeugden als luiheid, lichtzinnigheid, gemakzucht, gebrek aan verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen... De oplossing van het probleem van de armoede wordt dan ook gezocht in 'opvoeding': het volk moet opgevoed worden tot burgerlijke deugden (verantwoordelijkheid, arbeidzaamheid, zuinigheid, netheid, huiselijkheid). 'De verlichte opvoedkunde, die uitging van een optimistisch mensbeeld, van de menselijke waardigheid, van redelijkheid en verdraagzaamheid en die de vorming van het individu beoogde tot persoonlijke en maatschappelijke deugden, werd getransformeerd tot een straf opvoedingsstelsel voor de armen, dat uiteindelijk nog wel gebaseerd was op het geloof in de opvoedbaarheid van de mens maar dat ook over de konkrete armen niet anders dan in de zwartste termen kon spreken en hen daarvoor ook streng wilde aanpakken, zij het langs 'zachte wegen' (H. Michielse, Welzijn en Discipline, p.57).
Dit hield in dat wie kon werken ook moest werken en geen aanspraak kon maken op liefdadigheid. Dat kon goedschiks gebeuren: ondernemers kregen bijvoorbeeld overheidssubsidies voor de tewerkstelling en opleiding van werklozen of deze laatsten moesten werken in ruil voor hun uitkering (toen ook reeds!). De voorkeur ging uit naar produktieve, nuttige arbeid (i.t.t. de 17-eeuwse waterkelder bijvoorbeeld) en naar een karige beloning omdat de noodzaak moest aangevoeld worden om elders een 'echte' baan te zoeken (in hedendaagse termen: er moest 'doorgestroomd' worden naar het reguliere circuit). Lukte het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks: het drakonische regime van het Tuchthuis hoorde weliswaar tot het verleden, maar de 19-eeuwse werkhuizen (waar hulpbehoeftigen in ruil voor werk eten en onderdak konden krijgen) hadden hun reputatie van 'gruwelhuizen' echt niet gestolen. Volgens Bentham, een bekende toenmalige ideoloog van het arbeidsethos, moesten de voorwaarden waaronder bijstand gegeven werd 'zo walgelijk, vernederend en onderdrukkend' zijn dat werklozen liever de meest uitputtende loonarbeid zouden aanvaarden dan in zo'n werkhuis terecht te komen ...
Opvoeding gebeurde ook doordat de filantropen direkte kontakten zochten met de hulpbehoevenden: door dit werk 'van mensch tot mensch' kreeg men vat op hun voelen, denken en doen. Daardoor manifesteerden de gegoeden zich niet uitsluitend meer als 'gevers' maar ook als huisvrienden. Gegeven werd er trouwens niet zozeer in klinkende munt (dat zou de natuur van de armen enkel bederven), als wel met goede raad: wees spaarzaam, arbeid regelmatig, lig niet in de kroeg, laat je kinderen niet op straat rondlummelen. De beste hulp die men een arme kon geven was 'hulp tot zelfhulp': de armen werden 'geaktiveerd' om op eigen kracht hun welzijn te verbeteren, met veronachtzaming van de maatschappelijke kontekst (is er wel werk? waarom zoeken de mensen troost in een akoholroes? waarom sturen moeders hun kinderen de straat op?). H. Michielse spreekt in dit verband van een 'pedagogisering' van de maatschappelijke problematiek: maatschappelijke problemen worden als opvoedingsproblemen gedefinieerd en als zodanig ook aangepakt ...&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Eens het kapitalisme haar kinderschoenen ontgroeid was (vanaf ong. 1890) drong het besef door dat elementair geschoolde en gezonde werkkrachten wel eens een meerwaarde voor het produktieproces zouden kunnen betekenen. Tegelijkertijd versnelde de toenemende politieke druk van een steeds sterkere en beter georganiseerde arbeidersbeweging de uitbouw van een sociale wetgeving. Daarmee werd er ingegrepen op maatschappelijke mistoestanden, die aan de basis lagen van veel individuele ellende en kreeg het schoolmeesterachtige optreden van de filantropen uit de eerste fase van het kapitalisme een materi&#235;le basis: de normen van huiselijkheid en hygi&#235;ne konden gerespekteerd worden van zodra er een voldoende aantal fatsoenlijke arbeiderswoningen ter beschikking stonden; de behoefte om het miserabele bestaan in een alkoholroes te vergeten zou kleiner worden met betere werkomstandigheden en meer vrije tijd; de neiging om werkloos rond te lummelen zou afnemen van zodra een groeiende ekonomie meer arbeidsplaatsen kre&#235;erde, enz. Deze sociale politiek zou haar hoogtepunt bereiken met de uitbouw van de sociale zekerheid, volledige werkgelegenheid en gestadig stijgende lonen in de periode na de tweede wereldoorlog. Dit Fordistische samenlevingsmodel werd in goede banen geleid door een aktief optredende verzorgingsstaat die een gevoelige verhoging van de levensstandaard van de werkende bevolking mogelijk maakte.
In dit kader van geleidelijke maatschappelijke integratie van de arbeidersklasse en haar groeiende participatie aan de beleidsstrukturen professionaliseerde ook het welzijnswerk dat nu in de eerste plaats werd ingezet om de landelijke bevolking industrie-minded te maken en verder om de nadelige gevolgen van de verstedelijking en industrialisering (normverloedering, gezins-en opvoedingsproblemen,enz.) op te vangen. In de regel wilde men deze processen van industri&#235;le en stedelijke ontwikkeling vergemakkelijken door de bevolking zelf zo veel mogelijk in te schakelen (denk bijvoorbeeld aan de voorzieningen die gekre&#235;erd werden in de nieuwe tuinwijken van de Limburgse mijngemeenten). En om die aktieve instemming te realiseren moest afgezien worden van macht-en dwangstrategie&#235;n en werd geopteerd voor normatief-re&#235;dukatieve strategie&#235;n.
Deze laatsten vonden hun typische belichaming in het 'social casework', nog een produkt van Amerikaanse bodem, dit keer van de eerste erkende sociale scholen uit het begin van deze eeuw. Social casework is een gespreksmethodiek gebaseerd op enkele eenvoudige principes: respekt voor de mens, luisteren, welwillend begrip en de benadering van de kli&#235;nt 'van mensch tot mensch'. Het etiket 'sociaal' wordt eraan vastgehecht omdat men zich richt op problemen die het direkte gevolg zijn van de verbrokkeling van traditionele levensverbanden onder invloed van de moderniseringsprocessen (echtelijke konflikten, opvoedingsproblemen, verwaarlozing van kinderen, zieken of bejaarden). De sociale werker probeert zijn kli&#235;nt inzicht te verschaffen in zijn/haar 'abnormaal' gedrag en samen met hem/haar op zoek gaan naar een oplossing. Twee Franse psychologen hebben deze benadering bekritiseerd als zijnde individualiserend waardoor maatschappelijke strukturen aan het oog onttrokken worden: 'Een algemene toestand wordt terug vertaald in termen van individuele geschiedenis, een gemeenschappelijk lot in termen van afzonderlijk gedrag, een komplex van objektieve oorzaken in persoonlijke verantwoordelijkheid' (R. Castel, J.F. Le cerf, Het verschijnsel psy, Commenius, 1983, p.219). Het 'pedagogisme van de vorige eeuw dreigt aldus door een 'psychologisme' vervangen te worden: er wordt gesteld dat de kli&#235;nt door zijn verkeerde psychologische ingesteldheid, zijn emotionele instabiliteit of zijn zwak ego 'onaangepast'
(i.p.v. het 19-eeuwse 'immorele') gedrag vertoont waarbij de harmonie met de omgeving hersteld moet worden door een individuele gedragsaanpassing.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Sinds het midden van de zeventiger jaren is het Fordistische samenlevingsmodel en de verzorgingsstaat in krisis geraakt en met hen de idealen van gelijkheid, rechtvaardigheid en solidariteit. Milton Friedman, &#233;&#233;n van de bekendste woordvoerders van het neo-liberale tegenoffensief, schrijft daarover het volgende: 'De meeste van de huidige welvaartsprogramma's hadden nimmer mogen zijn verordend. Indien dit niet het geval ware geweest zouden heel wat mensen, die er nu afhankelijk van zijn, zichzelf vertrouwende individuen zijn geworden i.p.v. lijfeigenen van de staat' (geciteerd in: K. Raes, p.187). Volgens dit discours heeft de verzorgingsstaat geleid tot een immoralistisch ethos dat een konsumentistische houding t.a.v. de overheid en de samenleving in de hand werkte. Men eist nu terug van de burger dat 'het maximaliseren van het eigenbelang en het eigen welzijn op kosten van de gemeenschap weer vervangen wordt door de klassieke solidariteit van het sociale gevoel, die ervan uitgaat dat de eigen verzorgingsbehoefte&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;minimaal is en dat de voorzieningen er voor de anderen zijn'
(H. Michielse, p.150). Dit heeft echter niet geleid tot een totale ommekeer in de welzijnsopvattingen, wel doet er zich een ontdubbeling van het welzijnsbeleid voor.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Enerzijds zal de psychologiserende welzijnstendens die in de naoorlogse periode de kop opstak, zich blijven doorzetten en zich zelfs versterken. Terwijl vroegere welzijnsinterventies erop gericht waren afwijkingen van de sociale norm (het normale gezin, de normale opvoeding, ...) in te dijken, zet er men nu de mensen toe aan zelf hun persoonlijke norm te stellen. Dat houdt verband met de in de voorgaande paragraaf vermelde kulturele verschuiving in de richting van een nieuw mensbeeld: 'Het beeld van de zichzelf vrijelijk uitsprekende, met anderen op basis van gelijkwaardigheid kommunicerende en daardoor zichzelf emanciperende of groeiende mens' (H. Michielse, p.152). Mensen hoeven zich niet meer te konformeren aan de denkbeelden, normen en waarden van het sociale milieu waarin ze zijn opgegroeid, maar kunnen in dialoog met hun omgeving eigen normen en waarden ontwikkelen, wel te verstaan onder deze nieuwe, beperkende voorwaarde 'dat de betrokkenen hun omgang regelen in onderling overleg en naar wederzijdse toestemming' (A. de Swaan, Uitgaansbeperking en Uitgangsangst, p.98). De partijen in interaktie moeten vaker en ernstiger rekening houden met andermans strevingen en er tegelijkertijd niet voor terugschrikken de eigen strevingen openhartig te verwoorden en tot gelding te brengen. Omdat deze 'onderhandelingshuishouding' (de term is van socioloog A. de Swaan) in de eerste plaats wortel geschoten heeft in de middenlagen van de samenleving, zal een deel van het welzijnswerk zich prioritair richten op het begeleiden van konfliktsituaties (tussen partners, tussen ouders en kinderen) die verband houden met deze zelfgestuurde identiteitsopbouw. Betrokkenen hebben voldoende intellektuele bagage om samen met de welzijnswerker een agenda op te stellen die tot doel moet hebben de verstoorde dialooghouding (tussen ouders en kind bijvoorbeeld) te herstellen. De welzijnswerker stelt zich op als een deskundige trajektbegeleider en neutrale scheidsrechter die zich echter niet in een positie bevindt om oplossingen op te dringen. Als er een oplossing in zicht komt is dit dankzij de persoonlijke inspanningen van de betrokkenen, die trouwens het recht hebben op elk moment van het proces af te zien van de goede diensten van de welzijnswerker.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Hetzelfde discours van dwangvrijheid, van overleg, dialoog en zelfsturing treffen we aan bij welzijns-en bemiddelingsinstellingen die zich richten tot steuntrekkers en werklozen. Maar hier dekt de vlag de lading niet.
De finaliteit van de agenda die bemiddelaars en sociale werkers samen met hun kli&#235;nten opstellen ligt op voorhand vast, nl. tewerkstelling in het reguliere ekonomische circuit. Tussenstappen die worden ingelast (opleidingen, stages, tijdelijke tewerkstelling in sociale bedrijven) zijn enkel bedoeld om de 'doorstroming' vlotter en met meer kans op succes te doen verlopen.
De realisatie van de aldus vastgelegde agenda wordt bij voorkeur in een kontraktformule (bv. integratiekontrakt of het veelbesproken inburgeringskontrakt voor migranten-nieuwkomers naar Nederlands model) gegoten. Hier wordt de fiktie gekre&#235;erd van een vrij aangegane overeenkomst waarbij de kli&#235;nt zich op voorhand akkoord verklaard met sankties als hij/zij er zich niet aan houdt. Hans Achterhuis trok jaren geleden al de vergelijking met 'de oude fiktie van het kapitalistische arbeidskontrakt, als een vrijwillige afspraak tussen werkgever en werknemer als gelijkwaardige partners'(p.311), waarbij gesuggereerd wordt dat de kontrakten uit vrije wil aangegaan zijn en ook weer even vrijelijk kunnen verbroken worden. Ook de Antwerpse socioloog Jan Vranken beklemtoont het ongelijke karakter van beide partners: 'Het komt er op neer dat men via de integratiekontrakten de hele OCMW-bijstand voorwaardelijk gekoppeld heeft aan de bereidheid tot integratie, wat zich uiteindelijk versmalt tot integratie op de arbeidsmarkt en dus tot de 'werkbereidheid'. Waarbij kruciaal is dat men eenzijdig sanktioneert: niet werken, geen uitkering meer. Maar aan de andere kant staat daar geen sanktie tegenover. Als de overheid geen werk kan waarborgen dan kraait daar geen haan naar. Is dat geen vreemde invulling van de kontrakt-idee?' (Rondetafelgesprek, p.34).
Door de schijn van dwangvrije kommunikatie hoog te houden wordt bovendien gesuggereerd dat strukturele problemen van armoede en werkloosheid teruggebracht kunnen worden tot individuele problemen van gedragsaanpassing, dialoogbereidheid, scholing en doorzettingsvermogen. Het accent op persoonlijke inspanningen maakt blind voor de grenzen die aan de zelfsturing opgelegd worden door sociale (klasse-sexe-etnische achtergronden) en ekonomische (jobloss growth) realiteiten. Maatschappelijke omstandigheden worden, zo stelt men, al te gemakkelijk ingeroepen als exkuus voor persoonlijke onverantwoordelijkheid: niets overkomt de mens, iedereen is even vrij en dus even verantwoordelijk voor het eigen slagen en falen!&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Dit tweesporenbeleid in het welzijnswerk zou wel eens een indikatie kunnen zijn van een groeiende tendens tot maatschappelijke dualisering 'waarin de aktieve, zelfbewuste en onderhandelende burger het voor het zeggen heeft. Deze burger zal zich echter voortdurend bedreigd voelen door een passieve, sjoemelende onderklasse die met een steeds strakker bevelsregime onder de duim gehouden moet worden' (L. Veendrick,
p.348).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;ALTERNATIEVEN VOOR DE DWANGMATIGE AKTIVERING&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Loonarbeid is nooit erg populair geweest in de geschiedenis: vooral laaggeschoolden hebben het steeds geassocieerd met uibuiting, vervreemding en heteronomie (=afwezigheid van zelfbepaling). Van oudsher behoorde het daarom tot de kerntaken van het welzijnswerk om de arbeidsparticipatie van de lagere klassen te bevorderen. Vanaf het einde van de 19de eeuw is loonarbeid een min of meer algemeen geaccepteerd gegeven geworden in onze Westerse samenleving omdat de expansie van de markt een subsistentie-bestaan onmogelijk maakte en gewenning aan het leven als loonslaaf optrad. De acceptatie ervan werd ook vergemakkelijkt door de ontwikkeling van een kapitalistisch &#233;n socialistisch arbeidsethos en door de kompensatie van de negatieve aspekten van de loonarbeid via (een gerechtvaardigde hoop op) hogere lonen, verbetering van de arbeidsvoorwaarden-en omstandigheden, meer vrije tijd en grotere konsumptiemogelijkheden. De neo-liberale uitholling van de verzorgingsstaat heeft geleid tot het einde van de politiek van volledige werkgelegenheid en tot het fenomeen van strukturele en langdurige werkloosheid wat het arbeidsethos deed afbrokkelen. Bovendien kwamen ook de kompensatiemechanismen voor de loonarbeid onder vuur te liggen: de vroegere legitieme verwachting dat het in een nabije toekomst beter zou gaan is verdwenen. Daarnaast hebben kulturele verschuivingen geleid tot een nieuw model van identiteitsontwikkeling waarin zelfsturing en zelfontplooiing centraal staan. Laaggeschoolde arbeid voldoet echter niet aan de voorwaarden die vervuld moeten zijn om zelfontplooiing mogelijk te maken. 'Arbeid als zingever' blijkt in die gevallen een leugenachtige ideologie te zijn.
Een kombinatie van bovenstaande faktoren leidt ertoe dat een bepaalde fraktie van laaggeschoolden zich dreigt terug te trekken uit de wereld van de (loon)arbeid waardoor het schrikbeeld opduikt van het ontstaan van een ekonomisch overbodige, maatschappijbedreigende en politiek gevaarlijke onderklasse.
Er kunnen -in grote lijnen - drie wegen afgebakend worden om deze gevaarlijke ontwikkelingen het hoofd te bieden.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De krachten die een belangrijke stem hebben in het kapitel van onze samenleving (politieke machthebbers, werkgevers- en werknemersorganisaties) kiezen eensgezind voor &#233;&#233;n of andere variant van de workfare-benadering: het voorwaardelijk maken van de bijstand en de sociale zekerheid om arbeidsparticipatie (meestal op de reguliere arbeidsmarkt) af te dwingen. Marc Andries, spreekbuis van de wergeversbelangen, heeft in het Rondetafelgesprek rond 'sociale aktivering', dit populaire standpunt het meest uitgesproken verwoord: 'Is het opleggen van aktivering aan werklozen en zelfs aan de bijstandstrekkers nu goed of niet? Is het voorzien in meer opleidingskansen en werkervaring niet positief? We hebben onze achterstand inzake aktiverend en jobkrerend werkgelegenheidsbeleid de laatste jaren eindelijk ingehaald. Waar klagen we over? Maar de vraag blijft natuurlijk wel wat je doet met mensen die ondanks alle inspanningen zeggen:laat deze kelk aan mij voorbij gaan. Wat doe je met deze uitvallers? De vraag is dan: hoe groot is de tolerantie van de samenleving hiervoor? Hoe groot is vooral de tolerantie van diegenen die dat moeten bekostigen door hun bijdragen? Dat kunnen ook mensen zijn met een gering inkomen, die vroeg moeten opstaan, het lastig hebben ... Ook zij moeten betalen voor de werkweigeraars. Als hun tolerantie grenzen bereikt kan je niet anders meer dan sankties opleggen. Want voor een beleid heb je nu eenmaal een maatschappelijke legitimiteit nodig'(p.39).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Meestal vallen gelijkgezinden van Mr. Andries terug op twee rechtvaardigingen voor dit soort beleid. Enerzijds is er sprake van een noodzakelijke kostenbesparing: de oplopende kosten van een steeds toenemend aantal steuntrekkers zou de draagkracht van ons sociaal systeem overtreffen en om de 'goede kern' ervan te redden moet er dringend gesaneerd worden. De gefundeerdheid van dit argument zou men kunnen betwijfelen als men ervan uitgaat dat een serieuze aktiveringsstrategie van uitkeringstrekkers een individuele begeleiding veronderstelt van de geaktiveerden. Dat impliceert een massale inzet van door de overheid gesubsidieerde ambtenaren wat de besparing op de uitkeringen weer zou neutraliseren. Ik zou de vergelijking willen trekken met de drastische besparingen op het Amerikaanse welzijnsbudget die onder het presidentschap van Reagan werden doorgezet. De Californische prof L. Wacquant heeft in een artikel (Le Monde diplomatique, juillet 1998) aangetoond dat dit onrechtstreeks geleid heeft tot een spektakulaire verhoging van de kriminaliteit en tot een even hallucinante uitdijing van het justiti&#235;le budget. Om ons tot het gevangeniswezen te beperken: het gevangenispersoneel steeg op tien jaar tijd van 264.000 naar 347.000, de uitgaven voor de bouw van nieuwe gevangenissen nam in dezelfde periode met 612% toe, die van de werkingskosten met 325%. In plaats van besparingen te realiseren, zorgt men enkel voor de overheveling van overheidsfondsen naar haar repressieve departementen (in een dusdanige mate dat men in de V.S. is gaan spreken van een nieuwe 'Grote Opsluiting' naar analogie van wat er bij ons in de 17de eeuw gebeurd is).
Een ander argument tegen de besparingsredenering is dat van de lage produktiviteit van tewerkgestelden die lange tijd buiten de routines van het reguliere arbeidscircuit geleefd hebben. Omdat de loonkost (als men zich houdt aan de minimumlonen) hun produktiviteitsnivo overschrijdt, zal het verschil moeten bijgepast worden door de overheid. Besparingen zouden dan minimaal zijn.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Anderzijds zijn er ook gegronde redenen om de effektiviteit van de workfare-benadering in vraag te stellen. De tijd van de volledige werkgelegenheid ligt definitief achter ons: jobs voor laaggeschoolden worden gedelokaliseerd of weggeautomatiseerd (job-less of job-loss growth). Overheid en werkgevers voelen niets voor een voluntaristisch tewerkstellingsbeleid: de eerste uit vrees voor nieuwe overheidstekorten (norm van Maastricht!), de laatsten omdat de bedrijven zich niet prioritair verantwoordelijk achten voor het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen (eerste taak blijft: winst maken). Daarom kunnen we ons met Jan Vranken de vraag stellen: 'Kunnen we de schone belofte van werk wel waar maken? Kunnen we meer doen dan in de pot roeren en de werkloosheid laten rondstromen?'
Ervaringen uit de V.S., Engeland en Nederland leren ons dat, als er al sprake is van een uitbreiding van de wergelegenheid, deze vooral zal plaatsvinden in de zg 'Mc Donald'-banen: ongeschoolde en laaggeschoolde banen met een flexibel karakter die veelal in deeltijd moeten verricht worden. Het is arbeid 'met een marginaal 'ontwikkelingskarakter' van waaruit nauwelijks doorstroom mogelijk is naar banen waar men zijn arbeidskompetentie w&#233;l kan ontwikkelen' (Veendrick, p.332).
In het Rondetafelgesprek wijst Luc Notredame erop dat de integrerende funkties van arbeid dikwijls w&#233;l gerealiseerd worden in de opleiding, maar als sneeuw voor de zon smelten in het reguliere arbeidscircuit. In vele gevallen wordt er toegeleid naar uitbuiting en uitsluiting. De betrokkenen haken na verloop van tijd terug af en zakken (definitief?) weg in een marginaliseringstrechter. De Nederlander L. Veendrick onderscheidt daarbij een meer passieve reaktie op de buitensluiting -meestal terug te vinden bij vrouwen- waarbij men zich terugtrekt in de positie van de 'eeuwige verliezer': 'men wordt aan de kant gezet'. De aktieve reaktie is die van de 'krokodillen' -grote muilen en kleine handen- of stoere binken 'die ER niets meer mee te maken willen hebben'. Zij sluiten zich op in de identiteit van 'de eeuwige jongen zonder verantwoordelijkheden'. De stap naar de kriminaliteit is dan nog heel klein.
Sociale aktivering verwordt dan tot een springplank naar de maatschappelijke afgrond i.p.v. als brug naar volwaardig burgerschap en maatschappelijke integratie te fungeren. We zijn terug van weggeweest!&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Er bestaan alternatieven voor de dominerende workfare-benadering, maar dan zou het zwaartepunt van de aktivering verschuiven van de armen en werklozen naar de werkgevers en de overheid. Om met de eersten te beginnen: de Fordistische strategie om eentonig en intrinsiek waardeloze arbeid (hoog lastkarakter) beter te verlonen zou kunnen geherwaardeerd worden. De Duitse maatschappijkritikus Otto Ullrich vertelt ons de mooie anekdote van de ontmoeting tussen Henry Ford en een Indiaanse houtsnijder die Henry op de idee gebracht zou hebben om vervelend werk financieel te kompenseren: 'Ford bestelde bij de Indiaan twaalf houten stoelen van vijf dollar per stuk. Ford wilde de Indiaan arbeid besparen en zei: 'Maak maar twaalf dezelfde stoelen'. Daarop antwoordde de Indiaan: 'Maar dan kost iedere stoel wel drie dollar meer, want als ik &#233;&#233;n stoel snijd heb ik daar plezier in, maar wanneer ik twaalf keer hetzelfde model maak dan moet ook de verveling bij het werk betaald worden' (Wedstrijd zonder Winnaars, p.68).
We zouden de moraal van dit verhaal natuurlijk ook kunnen omkeren: als de werkgevers, zoals tegenwoordig, onder geen beding bereid zijn m&#233;&#233;r te betalen, dan moet er iets gedaan worden aan de kwaliteit van het laaggeschoolde werk. Laat ons ervoor zorgen dat arbeid kwalificerend wordt, dat het een dominant ontwikkelingskarakter krijgt, dat het kansen biedt om de arbeidstaakbeheersing van de werknemers te ontwikkelen ... 'Konkreet betekent dit dat de werknemer binnen het werk de mogelijkheid moet hebben zijn vakkennis verder te ontwikkelen zodat hij meer greep op zijn beroepsdomein krijgt. Dat hij meer en meer zelf moet kunnen bepalen hoe hij zijn werk aanpakt en op welke manier hij het uitvoert, waardoor hij steeds meer autonomie binnen zijn werk kan verwerven. En tenslotte dat hij allengs meer betrokken wordt bij de totale arbeidsorganisatie, waardoor hij meer zicht krijgt op zijn eigen bijdrage aan dit totaal en optimaler gebruik kan maken van de daarvoor openstaande medezeggenschapskanalen. (..) dat er ook ruimte voor de werknemer moet zijn om kontakten met andere wernemers te kunnen onderhouden' (Veendrick, pp.353-354). Klinkt allemaal erg mooi, zou de opwerping kunnen zijn, maar hoe zit het nu met de konkrete implementatie van zulke ab- strakte voorstellen. Dat die mogelijk is wordt bewezen door de Nederlandse Wet op Arbeidsomstandigheden die op 1 januari 1988 van kracht ging. In deze zogenaamde Arbo-wet werden bovengenoemde abstrakte voorschriften ge&#239;mplementeerd via kontroleerbare welzijnsbepalingen. Spijtig genoeg werd de navolging van deze richtlijnen overgelaten aan de 'zelfwerkzaamheid van de ondernemingen', terwijl de Arbeidsinspektie aanbevolen werd zich 'terughoudend' op te stellen en eerder 'informerend' en 'stimulerend' op te treden. Een kwestie van de internationale konkurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven niet in gevaar te brengen, weet U wel!
Er zijn ook meer moreel getinte kritieken op courante vormen van werkorganisatie waarvan Ernst Friedrich Schumachers pleidooi voor een 'Boeddhistische' ekonomie en voor 'good work' een indrukwekkend voorbeeld is. Vanuit zulk een 'morele' ekonomische invalshoek zou een werkorganisatie die 'zinloos, vervelend, geestdodend en zenuwslopend wordt voor de arbeider niet veel minder dan misdadig zijn, het zou wijzen op een grotere bezorgdheid voor goederen dan voor mensen, een huiveringwekkend gebrek aan medelijden en een verderfelijke mate van gehechtheid aan de meest primitieve kant van dit bestaan in de wereld' (E.F. Schumacher, Hou het klein, p.53). In de voetsporen van Schumacher zal ook Hans Achterhuis onderscheid maken tussen goede en slechte arbeid waarbij hij het tot de taken van de vormingswerkers rekent om hun kursisten voldoende mentaal te wapenen om 'njet' te zeggen tegen slechte arbeid en meer goede arbeid te eisen. Tegelijkertijd waarschuwt hij echter tegen een overtrokken arbeidsethos dat via arbeid ALLE menselijke waarden gerealiseerd wil zien. In elke vorm van arbeid zal een bepaalde komponent 'noodzaak' en 'zwoegen' aanwezig zijn die niet zal kunnen overwonnen worden: daarom kan een mens nooit zijn volledige ontplooiing in arbeid alleen vinden en moet er een evenwaardige ruimte geschapen voor andere zinvolle bezigheden buiten de loonarbeid (o.a. autonome ambachtelijke aktiviteiten en politiek). Men zal er zich zelfs bij moeten neerleggen dat er ook altijd vervelende klussen zullen blijven bestaan die enkel een lastkarakter hebben maar die toch onontbeerlijk zijn voor de normale funktionering van de samenleving (het ophalen van huisvuil bijvoorbeeld of het leegpompen van beerputten). Als men niet bereid is de ongeschoolden die voor deze klusjes in aanmerking komen beter te betalen, dan moet er nagedacht worden over andere alternatieven, zoals socioloog Abram de Swaan bijna dertig jaar geleden reeds deed. 'En als dan niet alle geestdodende arbeid gemist kan worden, dan nog is het niet gezegd dat daarvoor een bepaalde bevolkingsgroep tot aan het eind van zijn levensdagen moet opdraaien. Als sommige eentonige werkzaamheden volstrekt onmisbaar zijn, dan zouden ze beurtelings vervuld kunnen worden door ieder die er baat bij heeft. Noodzakelijke ongeschoolde en geestdodende arbeid zou als corvee over de gemeenschap verdeeld kunnen worden; als het niet uitmaakt wie het doet en het geen scholing vereist, kan dus iedereen het bij toerbeurt een aantal malen in zijn leven doen. Het k&#224;n, dat wil niet zeggen dat het gebeurt, en onder dit stelsel zal het zeker nooit zo ver komen. Maar in de tussentijd zou een politieke gemeenschap die de ontplooiing van al zijn leden hoog in het vaandel schrijft, zich wat meer kunnen bekommeren om wat de ongeschoolden wordt aangedaan. Er zijn fabrieken gesloten, of de vestiging is ze geweigerd om wat ze in de natuurlijke omgeving aanrichten; maar in de bedrijven gaat het mensbederf gewoon door' (A. de Swaan, Een Boterham met Tevredenheid, p.30).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Er bestaat nog een ander, minder konventioneel alternatief voor de workfare-benadering dan de kwalitatieve opwaardering van laaggeschoolde arbeidsposten. Verschillende deelnemers aan het in dit hoofdstuk afgedrukte Rondetafelgesprek over 'sociale aktivering' zijn de mening toegedaan dat de heilzame funkties van de arbeid misschien wel even goed en waarschijnlijk zelfs beter kunnen gerealiseerd worden in werk dat buiten het normale ekonomische circuit gesitueerd is. Er wordt hierbij gedacht aan een 'sociale ekonomie' waarvan de bouwstenen (in de vorm van opleidings-en tewerkstellingsprojekten, aktiviteitenboerderijen, enz.) nu reeds aanwezig zijn maar die momenteel enkel opgevat worden als doorstromingskanalen naar de reguliere markt. De overheid stelt alles in het werk om de 'onvolwaardigheid' van deze sekundaire arbeidsmarkt in de verf te zetten door haar te degraderen 'tot een middel om baanlozen een gedrag op te leggen dat door de arbeidsmarkt wordt verlangd, tot trainingskamp om mensen fit te houden voor (niet aanwezige) banen, tot een instrument om op nauwelijks verholen wijze macht te kunnen blijven uitoefenen over mensen die men feitelijk geen perspektief te bieden heeft' (R. Janssen, Dansen en Ontspringen, p.95). De Nederlandse socioloog Raf Janssen, aan wie dit citaat ontleend is, probeert reeds meer dan 15 jaar zijn overheid te overhalen haar sociale politiek over een fundamenteel andere boeg te gooien: hij pleit voor een grondige opwaardering van maatschappelijk nuttige taken (zorg voor kinderen en andere hulpbehoevenden, vrijwilligerswerk, eigenarbeid in de vorm van ko&#246;peraties en ruilkringen (LET's), milieu-arbeid, enz.) die behandeld zouden moeten worden als fundamenteel gelijkwaardig met en zelfs als een noodzakelijke aanvullende korrektie op de eerste arbeidsmarkt.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;'Loonarbeid wordt meer dan ooit gepresenteerd als het levensbepalend scharnierpunt en de ordescheppende sleutelkategorie. Enkel mensen die betaald werk hebben, mogen ten volle delen in de via aller arbeid gezamenlijk geproduceerde goederen en diensten. Enkel deze 'aktieven' mogen rekenen op volle erkenning en waardering. (...) Een sociale politiek die hierin kritiekloos meegaat, verliest haar traditionele funktie van 'inburgering', dat wil zeggen ervoor te zorgen dat mensen bij de samenleving betrokken kunnen blijven, eraan kunnen blijven deelhebben en deelnemen. Zo'n politiek loopt het gevaar zich te ontwikkelen tot een vorm van 'ge&#239;nstitutionaliseerde uitburgering'. Door alleen maar oog te hebben voor baanarbeid en mensen onder druk te zetten zich enkel hiermee in te burgeren, burgert men in feite veel mensen en hun arbeid uit, maakt hen minderwaardig. (...) Participatie wordt verengd tot marktassimilatie. Dat is een miskenning en diskwalifikatie van alle mensen die buiten het systeem van de baanarbeid belangrijke maatschappelijke arbeid verrichten, zoals bijvoorbeeld het opvoeden van kinderen, het helpen van andere mensen en het zorgen voor samenhang en gezelligheid. De toenemende samenloosheid van de moderne maatschappij roept de vraag op of de mensen hun maatschappelijke deelname niet m&#233;&#233;r zouden moeten afstemmen op dit levensbewarende werk. Zou de maatschappij haar ordening niet m&#233;&#233;r moeten afstemmen op dit werk, zodat mensen ook de mogelijkheid krijgen zich hierin te ontplooien?' (Dansen en Ontspringen, pp.128-129).
Een kwalitatieve reorganisatie van de bestaande ongeschoolde arbeid en een serieuze erkenning en opwaardering van de niet-marktgerichte arbeid zou de kloof tussen zij 'die moeten leven zonder te kunnen werken' en zij 'die moeten werken zonder te kunnen leven' dichten. De in het begin van deze introduktie vermelde 'paradox van arbeid en werkloosheid' zou daardoor grotendeels opgelost worden: werklozen zouden niet -onder het mom van een gemeenschappelijk overeengekomen kontrakt- onder zachte dwang gedreven moeten worden naar loonarbeid die zij onmogelijk als zingevend kunnen ervaren. Werkenden daarentegen zullen weer meer voldoening vinden in banen die minder ziekmakend zijn terwijl (tijdelijke) overgangen naar het tweede arbeidscircuit -die wettelijk mogelijk gemaakt kunnen worden- financieel niet meer gesanktioneerd zouden worden. De exklusieve aktivering van uitkeringstrekkers (die hen opzadelt met het stigma van profiteur en parasiet) zou plaats moeten maken voor een gelijktijdige aktivering van de werkgevers en van de overheid. Zo kan de aktivering van de uitkeringstrekkers terug een emancipatorische invulling krijgen: i.p.v. een straf inhaalbeleid dat achterblijvers inpast in de verder galloperende modernisering van de loonarbeidsmaatschappij zal het een stimuleringsbeleid worden dat, rekening houdend met de individuele talenten, motivaties en verwachtingen van de betrokkenen, een breed scala van aktiviteiten met een dominerend ontwikkelingskarakter kan aanbieden. Dan is het niet langer nodig de fiktie van een dwangvrij vastgelegde agenda (waarvan de finaliteit nochtans op voorhand reeds vastligt) op te houden en kan de zelfontplooiing van de uitkeringstrekker echt centraal gesteld worden. Ter wijze van afsluiting laten wij Ton Geurtsen hierover aan het woord: 'De wijze waarop uitkeringsgerechtigden met hun positie omgaan, dient vanuit de subjektieve beleving van de betrokkenen beschouwd te worden. Ook als dit een gerichtheid op het baanstelsel impliceert, kan dit als een rationele keuze worden aangemerkt, daar de middelen om alternatieven te realiseren nauwelijks voorhanden zijn en voor bepaalde groepen en individuen wellicht onbereikbaar. Maar andere wegen worden vanuit deze optiek eveneens zichtbaar, wegen die de betaalde arbeid relativeren. Deze alternatieven komen niet voort uit een proklamatie van een recht op luiheid. Dit kan van tijd tot tijd een aardige uitroep zijn om tegen de arbeidsverslaving in te brengen. Maar als alternatief faalt het, omdat dit extremisme slechts kan opbloeien in een maatschappij waarin het al even eenzijdige neurotische arbeiden tot graadmeter van het menszijn is geworden' (Nachtmerries op een duivels Oorkussen, p.226).&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		
		</content:encoded>


		

	</item>



	<item>
		<title>Globalisering en duurzame ontwikkeling</title>
		<link>http://yabasta.be/Globalisering-en-duurzame</link>
		<guid isPermaLink="true">http://yabasta.be/Globalisering-en-duurzame</guid>
		<dc:date>2002-05-16T22:00:00Z</dc:date>
		<dc:format>text/html</dc:format>
		<dc:language>nl</dc:language>
		<dc:creator>Ludo De Brabander</dc:creator>

<category domain="http://yabasta.be/-ecologie-">ecologie</category>

		<dc:subject>ecologie</dc:subject>
		<dc:subject>economie</dc:subject>
		<dc:subject>globalisering</dc:subject>
		<dc:subject>politieke geschiedenis</dc:subject>

		<description>Dit stuk verscheen in &lt;i class=&quot;spip&quot;&gt;UItpers&lt;/i&gt;, Nr. 30, mei 2002.

-
&lt;a href="http://yabasta.be/-ecologie-" rel="directory"&gt;ecologie&lt;/a&gt;

/ 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-ecologie-+" rel="tag"&gt;ecologie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-economie-+" rel="tag"&gt;economie&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-globalisering-+" rel="tag"&gt;globalisering&lt;/a&gt;, 
&lt;a href="http://yabasta.be/+-politieke-geschiedenis-+" rel="tag"&gt;politieke geschiedenis&lt;/a&gt;

		</description>


 <content:encoded>&lt;div class='rss_chapo'&gt;Het staat goed om als politicus, economist of journalist te praten over &#8216;duurzame ontwikkeling'. Het is ons nieuw modewoord geworden. Over enkele maanden wordt in Johannesburg, tien jaar na de lancering van een mondiaal actieplan voor duurzame ontwikkeling, de balans opgemaakt. We kennen het resultaat nu al. Van duurzame ontwikkeling is hoegenaamd geen sprake. Op dure conferenties komen nog wel moeizame compromissen uit de bus, maar hoewel het daarbij telkens om alles behalve revolutionaire beslissingen gaat, blijft het bij holle woorden. Het kapitalistisch systeem, want daarover gaat het uiteindelijk, kan immers niet overleven zonder groeidwang, uitbuiting, lage grondstoffenprijzen, e.d.&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_texte'&gt;&lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In 1992 werd het klimaatverdrag goedgekeurd en na lange moeizame discussies kwam het in Kyoto tot een protocol waar concrete reducties werden afgesproken. Anno 2002, 10 jaar na Rio, is er nog altijd niets gebeurd. Kyoto wacht op inwerkingtreding. Erger nog, de VS, goed voor 35 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot verwerpen Kyoto nu, want nog altijd te gevaarlijk voor het door vader Bush destijds afgekondigde imperatief: &quot;the American way of life&quot;.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Intussen gaat kostbare tijd verloren en is bijvoorbeeld in Belgi&#235; de CO2-uitstoot sinds de ondertekening van het klimaatverdrag opnieuw met 13 procent gestegen, terwijl het de bedoeling is om tegen ten laatste 2012 een vermindering te hebben van 7,5 procent ten opzichte van het referentiejaar 1990. Het valt te betwijfelen of het Belgisch klimaatplan dat begin maart werd goedgekeurd ervoor zal zorgen dat de reductiedoelstellingen worden gehaald.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De discussie over het klimaat illustreert het gebrek bij een belangrijk deel van de politieke en economische leiders wereldwijd om het beleid te sturen in de richting van duurzame ontwikkeling. En zo kan ik tal van voorbeelden aanhalen. Denken we maar aan de treurzang rond de al jaren beloofde optrekking van het budget voor ontwikkelingssamenwerking naar 0,7 procent van het BNP. In de EU komt men amper aan de helft.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Rio mag dan al heel wat geesten hebben wakker geschud, in essentie blijven we denken in termen van kortzichtige eigenbelangen of koesteren we de illusie dat de vrije markt uiteindelijk voor elk probleem wel een oplossing heeft.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;i class=&quot;spip&quot;&gt; &lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Homo economicus&lt;/strong&gt; &lt;/i&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Al van in de verlichting reduceren belangrijke denkers de mens hoofdzakelijk als homo economicus: de mens is een rationeel wezen, doordrongen van economisch handelen en maximalisatiedrang. Behoeften zijn in wezen oneindig, zo lezen we nog altijd in onze schoolboeken van economie. In ons dagelijks leven worden we er op alle mogelijke manieren aan herinnerd dat we moeten consumeren. Consumeren is noodzakelijk voor onze economie en dus voor ons maatschappelijk systeem, ook al gaan daar heel wat sociale en milieukosten mee gepaard. Het wordt dan ook als een ramp ervaren wanneer geen groeicijfers meer kunnen worden voorgelegd.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Vlak na de tweede wereldoorlog lanceerde president Truman de term 'onderontwikkeling'. Hij had het over de nog hoofdzakelijk onder het koloniaal regime levende bevolking van de latere de derde wereld. Vooral in de 'gouden jaren zestig' propageerden gezaghebbende westerse denktanks het &#8216;modernisme' : de vlugge industrialisering als economische wondermiddel om de bevolking uit hun onderontwikkeling te halen. Op politiek vlak moest het parlementair systeem overal worden gekopieerd.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het was evenwel volop Koude Oorlog en deze ontwikkelingstheorie werd vooral in stelling gebracht als dam tegen het communisme. Zo gaf een prominent aanhanger van de moderniseringstheoretici, Wald Rostow, zijn boek de titel 'De stadia van de groei: een niet-communistisch manifest' mee. In veel landen werd inderdaad alles op de industrialisering gezet. Tot eind de jaren negentig werden de Aziatische tijgers, zoals Taiwan en Zuid-Korea als voorbeeld aangehaald. Maar er waren vooral veel mislukkingen. Meer dan eens geraakte de landbouw verwaarloosd. Toen bleek dat via het parlementair systeem verguisde 'socialisten' aan de macht konden komen, begroef men dit tweede luik en werd de modernisering als een ongelijk proces gezien. Een sterke autoritaire staat zou garant staan voor economische groei. Eens het economische programma afgewerkt kon men denken aan de invoer van de politieke democratie, zo heette het.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Alternatieven?&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Intussen werkten politici en intellectuelen in de Derde Wereld aan eigen modellen. Voor hen was de &#8216;onderontwikkeling' geen &#8216;natuurlijke' beginsituatie, maar een gevolg van de uitbuiting door het kapitalistische Noorden. Zij hekelden de overheveling van rijkdommen van Zuid naar Noord, waardoor de kolonialisering in feite nog steeds doorging.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De theoretici van CEPAL (de economische Commissie voor Latijns-Amerika) ontwierpen de Centrum-periferietheorie. De Centrumlanden hebben de macht en dat werkt op alle vlakken (economisch, politiek en cultureel) door. Als er een instabiele situatie ontstaat in het centrum, wordt die afgewenteld op de periferie, waar elke groei wordt afgebroken. Zo is een van de problemen de te lage grondstoffenprijzen. Het &#8216;recept' was de afhankelijkheid te doorbreken door importsubstitutie, d.w.z. zorgen dat er een autonome economische ontwikkeling komt door zoveel mogelijk zelf te produceren zodat men zo weinig mogelijk afhankelijk is van het buitenland.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Een andere groep, de circulationisten, verfijnden het model van de &#8216;dependenciadenkers'. Voor Andr&#233; Gunder Frank en Immanuel Wallerstein was het kapitalisme in de eerste plaats een wereldsysteem en meer bepaald, een wereldhandelssysteem. Het centrum en periferie zitten veel complexer in mekaar. Het zijn namelijk vertakte netwerken. Binnen elk Centrum en elke periferie bevinden zich nogmaals centra en periferie&#235;n. In het Zuiden heb je dus ook een lokale elite, die in een machtspositie zit en zich voortdurend verrijkt ten koste van de rest van de bevolking. Samir Amin, een bekend circulationist, pleit dan ook voor totale &#8216;delinking' (ontkoppeling).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De idee&#235;n van de dependenciaschool en circulationisten kregen vooral veel invloed in de jaren zeventig. Een aantal landen wilde in de eerste plaats werken aan self-reliance, d.w.z. ontwikkelen op eigen kracht door de banden met het Noorden zoveel mogelijk te beperken. Voorbeelden zijn Tanzania, onder Nyerere en Chili onder Allende. Meer en meer kwamen basisbehoeften centraal te staan. Mede onder invloed van de grote droogtes (Sahel) ging er weer meer aandacht naar de landbouw en basisinfrastructuur (water, onderwijs en gezondheidszorg). De eigen voedselvoorziening was een belangrijke bekommernis. De invoer probeerde men zo veel mogelijk te beperken. De staat kreeg alvast een grotere rol toebedeeld.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In de praktijk kwam er dikwijls echter weinig van terecht. In Chili werd het experiment van Allende met een staatsgreep be&#235;indigd. Grote multinationale Ondernemingen (MNO's), zoals de bananenmultinationals in Midden-Amerika verzetten zich met alle middelen tegen pogingen om hun macht te breken. Daarnaast waren er ook de gevolgen van de energiecrisis uitgelokt door OPEC. Door de dure energie bleef er amper wat over om te investeren in een nieuw ontwikkelingsmodel. Maar zoals zo dikwijls hadden ze ook zelf een aandeel in de mislukking. Sommige experimenten mislukten omdat ze te autoritair werden ingevoerd.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;De Nieuwe Internationale Economische orde&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Internationaal kwam er de roep voor een Nieuwe Internationale Economische Orde (NIEO). De VN aanvaardden in 1974 een beginselverklaring ter zake. Al in 1964 was er een begin gemaakt met de Noord-Zuid-dialoog en klonk op de eerste UNCTAD (VN-conferentie voor Handel en Ontwikkeling) de roep: &quot;Handel, geen hulp&quot;. Eis was een rechtvaardige toegang tot de internationale markten. In het Noorden was daarenboven vooral in kringen van de sociaal-democratie (de Duitse ex-kanselier Willy Brandt) de idee ontwikkeld om ten minste 1 procent van het BNP te besteden aan ontwikkelingshulp. De problemen konden alleen aangepakt worden door een eerlijke politieke en economische samenwerking en niet op basis van concurrentiestrijd. Maar uiteraard zochten de sociaal-democraten ook naar een middel om het &#8216;communistisch gevaar' tegen te houden.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Door de groeiende mobiliteit en het toegenomen handelsverkeer verkleinde de wereld en groeide de afhankelijkheid. Het Zuiden wilde een rechtvaardiger aandeel in de wereldhandel en in het Noorden waren grote economische groepen op zoek naar mogelijkheden om hun productie te delocaliseren. Zij wilden hun concurrentiepositie verstevigen door te profiteren van goedkope arbeidskrachten en toegang te krijgen tot de lokale markten en grondstoffen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Deze MNO's waren dus bereid om te investeren in het Zuiden (mits de nodige - bvb. fiscale - voordelen en uitbouw van infrastructuur). De derdewereldlanden waren daar niet ongelukkig mee, omdat ze zich geconfronteerd zagen met groeiende werkloosheid en armoede en hoopten via deze weg op de noodzakelijke technologieoverdracht. Maar daar kwam weinig van in huis. De arbeidskrachten werden als goedkope reservoirs gebruikt, de productie van de MNO's kwam zelden tegemoet aan de lokale basisbehoeften en ook van de technologie- en kennisoverdracht kwam niet veel in huis.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Crisis&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het merendeel van de landen geraakte in toenemende mate in de problemen, die grotendeels een gevolg zijn van de historische gegroeide ongelijke wereldhandel. Het koloniale systeem heeft de economie&#235;n in het zuiden nagenoeg louter in functie van de eigen behoeften ontwikkeld. Dit gaf aanleiding tot 'monoculturen' (in de landbouw bijvoorbeeld koffie- of bananenplantages) en dus afhankelijkheid van een beperkt aantal grondstoffen. Door de plotse grootschalige exploitatie of ontginning op wereldniveau en de dalende of onregelmatige vraag, begonnen de grondstoffenprijzen sterk te fluctueren en op lange termijn te dalen. Zeker de laatste tijd komen er meer en meer vervangproducten (vb. van suiker of cacao) op de markt. M.a.w. steeds meer grondstoffen op de markt voor lagere prijzen. Daardoor verslechtert de ruilverhouding (de kloof tussen de prijs van grondstoffen groeit in vergelijking met die van afgewerkte producten) zienderogen. Komt nog bij dat enkele supergrote multinationals hele grondstoffenketens onder controle kregen en met hun strategisch voorraden de zogenaamde vrije markt naar believen begonnen te manipuleren. Naast het fenomeen van dalende grondstoffenprijzen groeide in het Noorden de productiecapaciteit voor een aantal producten, terwijl de afzetmarkten beperkt waren. De oplossing werd gezocht in het cre&#235;ren van nieuwe afzetmarkten in het Zuiden, waarnaar vervolgens ge&#235;xporteerd werd. Het Zuiden werd aangemoedigd om die producten te kopen. Wat deed men? Simpel men cre&#235;erde koopkracht door grote leningen uit te schrijven. Bekend fenomeen zijn de leningen voor de aankoop van wapens op de westers markt. Uiteraard niet gratis.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Tenslotte waren er nog de opeenvolgende oliecrisissen van '73 en '78. Alles samen goed voor een explosieve stijging van de schuldenlast en het ontstaan van een schuldencrisis begin jaren '80. De dalende exportinkomsten en de stijgende intrestvoeten maakten dat die ondraaglijk werd. Men moest uiteindelijk nieuwe leningen aangaan om de schulden af te lossen. Vandaag is de situatie zo erg dat de afbetaling in de meeste gevallen gaat naar de aflossing van de intrest alleen (het oorspronkelijk geleende bedrag geraakt niet meer terugbetaald) en zelfs dat is voor een aantal landen een probleem.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Mondiale problemen&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het westers neo-liberaal systeem werd alsmaar dominanter. Maar in het kielzog kwamen ook alsmaar grotere problemen opduiken, met een duidelijk mondiaal karakter. Het optimisme van de jaren zestig maakte hier en daar plaats voor het besef dat de mens er niet langer ongestraft op los kon produceren. Vooral sinds begin jaren zeventig ziet men een reeks problemen opduiken die zich op mondiaal niveau afspelen en die rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg zijn van onze consumptie- en productiepatronen. Er is de globale armoede en de groeiende globale ongelijkheid, de vernietiging van het leefmilieu op planetaire schaal en de mondiale veiligheidsproblematiek. Laten we ze even nader bekijken vooraleer we een blik werpen op de politieke antwoorden.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Armoede en ongelijkheid&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP) was in 1960 het armste deel van de wereldbevolking 30 keer armer dan het rijkste deel. Tegen 1990 zou die wanverhouding exponentieel stijgen naar 1/60 en ook daarna verder groeien. Het laatste rapport van UNDP (2001) stelt dat de rijkste 1 procent van de wereldbevolking evenveel verdient als 57 procent van het armste deel van de wereldbevolking. 1,2 miljard mensen moet rondkomen met een inkomen van minder dan 1 $. Een slinkende groep multinationale ondernemingen (MNO's) krijgt daarbij geleidelijk aan een grotere greep op de wereldhandel. Rond 1990 beheersten zij twee derde van de mondiale handelsstromen. En binnen elk land, dus ook in het rijke Noorden, bleek dat de armoede niet was weg te bannen en de inkomensongelijkheid in stand werd gehouden. Zo blijkt dat ook in Belgi&#235; de kloof is gegroeid. In Groot-Brittanni&#235; leeft 12 procent van de kinderen onder de armoedegrens!&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Milieuproblemen&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het effect van de economie op het milieu kon niet meer genegeerd worden. In 1972 verscheen het spraakmakende rapport van de Club van Rome, Grenzen aan de groei, dat er op wees dat we niet langer ongestraft de aarde als een onuitputbaar reservoir voor de productie (input), noch als vuilnisbak (output) konden behandelen. Zoniet zou het voortbestaan van de mensheid zelf in gevaar komen. In hetzelfde jaar ging ook de eerste grote milieuconferentie van de Verenigde Naties (VN) door in Stockholm. De conferentie zorgde voor internationale aandacht voor het milieu, meer in het bijzonder voor milieudegradatie en grensoverschrijdende vervuiling. Dat laatste was belangrijk voor de erkenning dat milieuvervuiling geen politieke of geografische grenzen respecteert. Stockholm bleek het startsein te zijn voor een hele reeks opvolgingsconferenties die al dan niet tot afspraken leidden (Noordzeeverdragen, maatregelen tegen verwoestijning,..). De milieuproblematiek bleek al gauw een complex gegeven, dat afhankelijk van de aard een bepaalde benadering vergde, omdat die kan verschillen voor lokale (bodemvervuiling, afval en ontbossing), regionale (verzuring en luchtverontreiniging) en mondiale milieuproblemen (Ozon en klimaatveranderingen).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Veiligheidsproblemen&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;De Koude Oorlog en de concurrentie tussen de twee blokken (Oost en West) leidden tot een enorme bewapeningswedloop. Vooral het stijgend aantal massavernietigingswapens (atoomwapens) was een zorgwekkende ontwikkeling. De mensheid was voortaan in staat, zich met 1 druk op de knop uit te roeien. Het grootste deel van de militaire uitgaven gebeurt in het Noorden. Desalniettemin zijn de bewapeningsuitgaven in het Zuiden evenmin te onderschatten. Een van de grote problemen is de grote hoeveelheid lichte wapens die legaal, maar ook illegaal de wereld rondreizen. Voor elke tiende inwoner op deze planeet is er een wapen in omloop. Na de val van de muur zag het er naar uit dat de wapenuitgaven zouden slinken. De VS en enkele Europese landen zijn inmiddels een nieuwe wapenwedloop begonnen, ditmaal tegen.... zichzelf.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Politieke antwoorden voor de 21e eeuw&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In politieke en maatschappelijke kringen leek het besef te groeien dat er nu echt wel moest worden opgetreden. Op de conferentie over duurzame ontwikkeling in Rio (1992) werden de verschillende belangen duidelijk tussen de rijke en de arme landen, maar ook tussen grote economische groepen en NGO's uit bv. de derdewereld- of milieubeweging. Op deze UNCED (United Nations Conference on environment and development) kwamen uiteindelijk alleen afspraken over punten waarrond een politieke consensus werd bereikt en een compromis mogelijk was. De slotdocumenten zijn zeker niet revolutionair te noemen. Zo werd de productie en het gebruik van atoomenergie door de Franse regering van de agenda gehouden. Frankrijk is de grootste exporteur van atoomenergie en tachtig procent van de Franse energieproductie wordt gerealiseerd in kerncentrales. Er staat ook niets in over de wapenhandel.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Anderzijds is het de eerste maal dat een zo omvangrijk programma werd ontwikkeld over een heel gamma problemen van milieu en ontwikkeling. Voor het eerst werd het verband tussen de verschillende mondiale problemen grondig vastgelegd: &quot;Vrede, ontwikkeling en milieubescherming zijn onderling afhankelijk en niet van elkaar te scheiden&quot; (Principe 25 van de &#8216;Verklaring van Rio de Janeiro inzake duurzame ontwikkeling'). Naast een algemene &#8216;Verklaring' zagen in Rio volgende documenten het levenslicht: Agenda 21, een omvangrijk actieplan met analyse, doelstelling en mogelijke oplossingen voor een hele reeks probleemstellingen; verklaring i.z. beheer en behandeling van bossen, met daarin 15 principes voor het nationaal en internationaal beleid die moeten zorgen voor een betere bescherming en een duurzamer beheer van bosgrondstoffen; het klimaatverdrag, een bindend akkoord op de top ondertekend door 154 regeringen en dat de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer wil stabiliseren op een niveau dat gevaarlijk klimaatstoornissen vermijdt; en tenslotte het verdrag i.z. biodiversiteit, bindend akkoord dat inmiddels door 168 landen is ondertekend en de biologische diversiteit, het duurzame gebruik ervan en de evenwichtige verdeling van de opbrengsten uit genetische bronnen wil garanderen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;Opvolging van Rio&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Na Rio volgden nog een reeks thematische conferenties (Bevolkingstop in Cairo - 1994, Sociale Top in Kopenhagen - 1995, vrouwentop in Beijing - 1995), met telkens de weerkerende spanningen tussen allerlei belangengroepen en landen. Na het Brundtland-rapport (1987) en UNCED in Rio de Janeiro (1992) leefde de hoop dat duurzame ontwikkeling d&#233; beleidsprioriteit zou worden voor de toekomst.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Bij het begin van de 21e eeuw zou de wereld milieuvriendelijker, sociaal rechtvaardiger en democratischer worden. Maar tijdens de zogenaamde UNGASS-conferentie (United Nations General Assembly Special Session) in juni 1997, waar vijf jaar na Rio een grondige evaluatie werd gehouden - vandaar ook wel Rio +5 genoemd - zijn ontnuchterende vaststellingen gedaan. Tussen theorie en praktijk bleek opnieuw een diepe kloof te gapen. Zo was de milieuvervuiling verder toegenomen en de kloof tussen rijk en arm verder gegroeid. Veel landen uit het Zuiden dreigden elke aansluiting met de wereldeconomie te verliezen. Daartegenover stonden enkele lichtpunten, maar die vielen eerder mager uit. Zo constateerde UNGASS dat lokale besturen en actiegroepen wereldwijd werk maken van een lokale agenda 21 en dat in onderwijs en vorming meer aandacht gaat naar sociale en milieuproblemen. Veel niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en basisbewegingen maken van D.O. hun centrale invalshoek.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;UNGASS nam een document aan over de verdere implementatie van Agenda 21 met daarin ook een werkprogramma (1998-2000) voor de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling. De in 1992 opgerichte Commissie komt elk jaar samen om de follow-up te doen van Rio, zoals monitoring en verslaggeving van de toepassing van de Rio-afspraken op lokaal, nationaal en internationaal vlak.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Op een top in Johannesburg (begin september 2002) komen de wereldleiders en belangengroepen opnieuw samen rond de centrale vraag: wat hebben de verschillende landen gedaan om Agenda 21 in het beleid te passen. Er zal in het bijzonder aandacht gaan naar de impact van de revolutie in de technologie, biologie en communicatie op duurzame ontwikkeling. Er zal verder gediscussieerd worden over nieuwe financi&#235;le instrumenten, het functioneren van de financi&#235;le instituten en de markten. Verder zal er veel aandacht gaan naar 'good governance'. De uitbanning van de armoede en niet-duurzame consumptie- en productiepatronen zijn volgens de voorbereidende documenten topprioriteiten. Een heropening van het debat over de inhoud van Agenda 21 zelf is niet voorzien.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In elk geval zal in Johannesburg het uitgangspunt zijn dat 'globalisering, indien goed gestuurd, het potentieel heeft om duurzame ontwikkeling te bevorderen voor iedereen'.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Vraag hier is dus: hoe zien de mensen achter het stuur dat werkelijk?&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;&lt;strong class=&quot;spip&quot;&gt;De Kloof tussen theorie en praktijk: conflict tussen twee modellen&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Het beleid na Rio is grotendeels achtergebleven. Er zijn wel dikwijls plannen en strategie&#235;n uitgewerkt of zelfs co&#246;rdinatiemechanismen opgezet om van de afspraken werk te maken, maar daarbij blijft het veelal.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wat is de oorzaak? Men ziet wel hier en daar de noodzaak in van een sociaal en ecologische verantwoorde ontwikkeling maar eens buiten de conferentiemuren moet dat inzicht wijken voor economische bekommernissen en vooral belangen. &#8216;Principes' moeten wijken voor macht. De noodzakelijke ecologische en sociale correcties op het economische systeem komen daardoor niet van de grond. Er is duidelijk een conflict tussen twee modellen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Enerzijds het neoliberale model van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en andere instellingen zoals de Wereldbank en IMF (Internationaal Monetair Fonds) waar alle aandacht gaat naar vrije handel, open markten, deregulering en economische groei.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Anderzijds de grote VN-conferenties die de correcties daarop nastreven, maar dat wel blijven doen binnen een kapitalistisch model. Het eerste model is tot vandaag duidelijk aan de winnende hand. Het tweede is voer voor de grote praatbarakken. Aan nog andere modellen wil men zelfs niet denken.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Er kan ook niet veel veranderen. De echte macht berust bij instellingen die gecontroleerd worden door enkele rijke westerse landen. In IMF en Wereldbank hebben landen een stem a rato van hun financi&#235;le inbreng. Daardoor beschikken de drie rijkste handelsblokken over de grote meerderheid van de stemmen. Echt democratisch gaat het er dus niet aan toe. In de rijke landen wordt getrouw de neoliberale logica gevolgd, waardoor dit automatisch ook de lijn is van de genoemde instellingen. Veel landen in de derde wereld kampen met een tekort op de betalingsbalans. D.w.z. dat de import groter is dan de export. Op termijn moet dus geleend worden om de import te kunnen blijven betalen, waardoor zoals net gesteld, de schuldenlast groeit. Men zoekt een remedie door middel van grote programma's via internationale instellingen als IMF en Wereldbank om de economie&#235;n van die landen er zogezegd weer bovenop te helpen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Zowel bij het IMF als de Wereldbank worden pas leningen verstrekt als er aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Hoewel er inmiddels bijsturingen zijn verricht blijft het de politiek van de instellingen om de export aan te zwengelen, grenzen open te stellen, de wisselkoersen aan te passen naar beneden (met soms desastreuze devaluaties), de overheidsuitgaven te beperken (minder geld voor onderwijs en gezondheidszorg) en privatiseren. Dat laatste is niets anders dan de uitverkoop van publieke instellingen, die voor een prikje worden opgekocht door grote MNO's.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Met dergelijke uitgangspunten kan het dan ook niet anders dan dat de &#8216;therapie' van deze instellingen veel landen in nog grotere moeilijkheden heeft gebracht. Begin 1980 bedroeg de gezamenlijke schuld van de ontwikkelingslanden 579 miljard dollar. In 1986 was dat al 1,02 triljoen dollar om in 1994 verder te stijgen naar 1,9 triljoen dollar. 87 procent van deze schuld staat uit bij de OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, een club van rijke, vnl. westerse landen).&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;In 1975 bedroeg de gezamenlijke schuldaflossing van de derdewereldlanden 9 procent van de exportinkomsten (dus 9 procent op wat een land verdient aan de verkoop van goederen en diensten in het buitenland). In 1985 was dat 20 procent. In de jaren '90 werd de toestand voor bepaalde landen onhoudbaar (1996): Burundi (54,6 procent van de exportinkomsten), Guinea-Bissau (48,7 procent), Sierra Leone (52,6 procent) en Indonesi&#235; (36,8 procent) verzeilden in totale chaos.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Inmiddels spreekt men van de schuldenspiraal: veel landen moeten nieuwe leningen aangaan louter en alleen om de oude schulden af te lossen.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;Wat zijn we dan met ons heel concept van duurzame ontwikkeling? We zien immers dat die derde, op korte tijd machtig geworden instelling, de WTO in wezen een pure vrije markt economie voorstaat met weinig ruimte voor sociale of milieucorrecties. We kunnen ons dan ook afvragen of het in werkelijkheid niet gewoon de bedoeling is om landen die nu al over veel macht en rijkdom beschikken nog beter te bedienen. In 1964 al ging de eerste UNCTAD bijeenkomst door, een VN-instelling die &#8216;handel' &#232;n &#8216;ontwikkeling' in de naam draagt. De instelling bestaat nog, maar heeft veel van haar pluimen en impact verloren ten voordele van.... de WTO. Het begrip &#8216;handel' is blijven staan, &#8216;ontwikkeling' is er uit gevallen en dat heus niet alleen in de naamgeving.&lt;/p&gt; &lt;p class=&quot;spip&quot;&gt;(Uitpers, mei 2002)&lt;/p&gt;&lt;/div&gt;
		&lt;div class='rss_ps'&gt;Dit stuk verscheen in &lt;i class=&quot;spip&quot;&gt;UItpers&lt;/i&gt;, Nr. 30, mei 2002.&lt;/div&gt;
		</content:encoded>


		

	</item>





</channel>

</rss>
